De route: Van Wellen naar Compostella

Hier volg je dag per dag mijn reisavontuur naar Santiago de Compostella!, rijkelijk geïllustreerd met mooie foto's. Ik nodig je uit om mee te genieten, je even op reis te wanen en mee te leven met mijn vorderingen.

Als voorbereiding heb ik onder andere de Via Christina Mirabilis gewandeld in mijn eigen achtertuin, Haspengouw. Deze 5-daagse route start in Sint-Truiden via Brustem of all places, langs hometown Wellen naar Borgloon om via Zepperen terug in Sint-Truiden te eindigen.

Op mijn route naar Compostella, begin Ik met een vrije wandeldag van mijn woonplaats naar de basiliek in Tongeren, waar ik aansluit op de Via Limburgica om vervolgens in de buurt van Hannut op de Via Monastica, aan de 'echte' Camino te beginnen .

Je ziet hier de linken naar de opeenvolgende Via's.

Bij het opladen van mijn blog vanochtend, 26/4 06.45 uur en een blijkbaar foute manipulatie van de pagina is alle informatie verdwenen. Ik heb dan ook tijdelijk besloten mijn blog niet verder te zetten. De foto's kunnen wel nog geraadpleegd worden. Mijn excuses hiervoor. Vandaag 30/4 bericht gehad van de webbeheerder dat alle posts van de Christina Mirabilisroute en de 35 eerste dagen van de Camino ook bij hen verdwenen zijn. Vandaag zal ik een korte samenvatting geven van dag 36 tot heden en vanaf morgen kan ik terug dagelijks posten

 

 

Dag 35 La Chatre - Cluis

Gisterenavond in een lokale brasserie gaan eten samen met Dominique. Hij slaapt op de camping aan de rand van de stad, ik in een klein hotelletje dat me doet denken aan de hotelletjes waar ik als kind met mijn ouders verbleef als we eens naar de zee gingen voor 3 dagen. We spreken s'avonds om 8 af, want het was een lange wandeldag en gaan dus in een lokale brasserie eten, waar de patron ons nog een tafeltje weet te versieren. Stampvol zit dat ding, 2 etages hoog. Lekker gegeten en een gezellige avond gehad.

'S morgens weer vroeg uit de veren want er staat weer een pittige wandeling op het programma.  In de stad waar ik wat foto's neem kom ik Dominique tegen, want die is op zoek naar een ontbijt. Ik besluit al te vertrekken want hij zal me wel inhalen denk ik, maar dat zal niet gebeuren

Tegenover het kasteel van Sarzay, waar trouwens iedereen vriendelijk goeiedag tegen me zegt en bon chemin roept, komt er een oudere heer naar me toe aan het plaatselijk kerkhof en vraagt hoe ik heet. Dit bonjour a Patrick zegt hij tegen zijn border collie en die tovert een paar klanken tevoorschijn, die met een beetje goeie wil de naam Patrick verwoorden. Een klein mirakel weliswaar. Bovendien blijkt de man een gepensioneerd eerwaarde te zijn, die mij bovendien de zegen geeft.

Voor de rest herinner ik me nog dat het een warme dag is en als ik bijna in Cluis ben, zijn mijn voeten bijna gekookt. Ik moet wat water vragen aan een oud vrouwtje op een bankje voor haar  huis. Met veel plezier wordt mijn drinkbus terug gevuld.

Dag 36 Cluis - Eguzon 

Cluis ligt wat buiten de route maar de chambre d hote is wel prachtig gelegen in de natuur. Elena is een knappe Russische, die op haar 20e in Frankrijk is komen studeren,  heeft nadien nog Frans in Rusland gegeven maar is dan definitief uit Rusland vertrokken en heeft zich hier gevestigd. Haar vriend is Frans inwoner en redelijk handig, want heeft de hele gite verbouwd. Dat zijn ouders van Nederlandse komaf zijn, daar kan hij niks aan doen, maar dat hij Heineken schenkt, heb ik hem afgeleerd. Vanaf nu 1664.

Het is een mooie wandeling door afwisselend landschap, tot ik tot stilstand gebracht wordt door 2 loslopende kefferkes,  ik weet niet van welk merk, achternagezeten door een ouwe boer, maar die is niet meer kwiek genoeg voor dit jonge geweld. Hij blijkt van Belgische afkomst te zijn,  namelijk van Verviers. Daar had hij 42 ha te bewerken, hier 182. Zijn buurman heeft er 400 zo zegt hij. Zijn zoon gaat het bedrijf van Limousin koeien overnemen. In Frankrijk is de agricultuur veel ecologischer zo beweert hij dan in België. 

Halverwege kom ik in het kunstenaarsdorpje Gargilesse terecht. Leuk dorpje met een nog leuker gemeentehuis, want aan de ene zijde van het huis woont de burgemeester, ik zie haar piano staan, en aan de andere zijde zit 4 man samengepropt in een soort van bureautje, inclusief de burgermoeder. Mijn stempel wordt eerbiedwaardig in mijn credential geplaatst. In dit plaatsje komen de noord- en zuidroute trouwens samen. De ene, die Miguel nam is de korte route via Bourges. De andere is de mooiere via Nevers.

Verder passeer ik nog een aantal mooie eikenbossen en zie je overal meren, vaak ook gebruikt voor irrigatie en beekjes in de weilanden. Het hotel in Eguzon blijkt nog niet open dus bestel ik me in de aanpalende brasserie een Vedett en nadien nog een, tot blijkt dat de eigenaar van beide zaken dezelfde is. Vanavond ga ik hier lekker eten.

Dag 37 Eguzon- La Souterraine

Met 32 km en meer dan 500 hoogtemeters een pittige dag. Het wordt weer een afwisseling van bos en open velden. Maar met 26 ° en veel asfalt zijn mijn voeten niet echt blij. Ik zie weer een aantal meren, weilanden met Limousins, zelfs weilanden met Black Angus. En als ik in de namiddag aan een beekje in de schaduw van een mooie eik een sinaasappel zit te eten, komt de Vlaamse Brusselaar Hugo mij goeie dag zeggen. Hij doet al voor de 7e keer een stuk van de Camino, is 73 maar zeer kwiek, alleen doet hij maximaal nog 25 km. We wandelen samen tot het eindpunt van de dag. Daar blijkt dat mijn hotelletje nog niet open is  dus voorzien ik me nog van proviand. En 2 nieuwe blaren zijn ook op het appel. S'avonds eet ik in het restaurant waar een ploeg wegarbeiders voor behoorlijk wat animo zorgt. Een gezellige uitgelaten sfeer is het.

Dag 38 La Souterraine - Marsac

Het wordt een mooie wandeling onder een stralende hemel, 27° met mooie vergezichten maar ook weer veel tarmac onder de voeten. Ik zie weer veel eikenbossen, maar ook eiken in de weides waar de koeien gretig gebruik maken van de schaduw. Voor ons wandelaars is het grotendeels open vlakte zonder bescherming tegen de zon. Wat verder dan weer een meer met overloop naar een watermolen, die de weiden dan weer voorziet van een beekje waar de koeien hun dorst kunnen lessen. In Benevan Abbaye, besluit ik hetzelfde te doen in een schaars lokaal cafeetje. En wie komt daar binnen als ik er ff zit? Den Hugo,ook dorst. Hij verblijft in het dorpje, terwijl ik nog 5 km moet stappen, met zere voeten.  Na de douche haal ik nog proviand voor 2 dagen,  want morgen, nergens een dorpje van betekenis en overmorgen 1 mei, geen Fransman die dan werkt.

Dag 39 : Marsac - La Besse (Les Billanges)

Nog even situeren : Vanuit de Bourgogne zijn we via Het noord westelijk deel van de Auvergne in de Limousin verzeild. In de Auvergne zagen we vooral eiken bossen, hier is het voornamelijk beuk die de bossen bevolkt, ook nog wel eik en acacia en kastanjeboom.

Ik vertrek vanmorgen bij mijn Belgische gastheren, die al vroeg de woning verlaten hebben, richting mijn volgende bestemming en moet al direct vol aan de bak. Het dorp ligt in een vallei en dan ken je het vervolg van het verhaal al. Klimmen over een steile asfzltweg tot je schoenen beginnen dampen. Mooi uitzicht wel vanaf hier. Wat me ook steeds weer opvalt zijn de prachtige kleuren van de bermbloemen. Rose en paars en geel en wit. Je zou het zelf niet beter kunnen bedenken.

Als ik in de eerste bosstrook kom begint het te druppelen. Ik twijfel. Zet ik de regenhoes over mijn rugzak? Als het echt een fikse bui wordt, worden mijn kleren anders nat. En mijn regenjas? Ik besluit mijn rugzak neercte zetten en beide te doen. Het lijkt een goede keuze want een uur nadien houdt het pas op met druppelen. Ondertussen beklim ik de eerste Puy van de dag. Wie ooit in de Auvergne gewandeld heeft kent dit beestje, het kan flink in je kuiten bijten. 

Dan moet je weten dat ik dubbel rantsoen van eten en drinken bijheb, wegens 1 mei morgen, dus minstens 15 kg op de rug, nog niet te spreken van de pijnlijke nieuwe blaren. Als ik boven op de Puy uit het bos op de weg kom, stopt een jonge Fransman op de fiets en vraagt of ik de Camino doe. Hij heeft een sabbathjaar genomen ( wat is dat toch met dat jong volk, dat heeft nog niet gewerkt en wil al een jaar verlof)  is van St Jean Pied de Port vertrokken naar Vezelay (omgekeerde richting dus, want da's bergaf) maar heeft nu 3 maand pauze genomen om in de buurt met een vriendin wat rond te fietsen( wat kan het leven toch zwaar zijn) maar hij vindt het wel geweldig wat ik doe. Overenthousiast is hij, of onder invloed  of ADHD maar dan wel in een heel hoge graad. Ik gok op het tweede en weg is hij weer..... bergaf natuurlijk.

Ondertussen hoor ik de alomtegenwoordige koekoek zingen  de vinken die net als de Waalse hun laatstetoon lager zetten in tegenstelling met de Vlaamse,  die suskewiet zingen .ook de bijen hoor ik weer gonzen in de berm, zoals elke dag haast. Als ik nog verder de heuvel opklimmen kom ik in een middeleeuws dorpje waar er nog een soort vuurtorens staat voor de overledenen. Dit dateert nog uit de tijd van Napoleon net als de twee boertjes die een kar vol hooi laden iets verder.

Bergaf dan als voorbode van de volgende Puy. Uiteindelijk zal ik 582 hoogtemeters afgewerkt hebben op het eind van de dag, maar wel met eindeloos mooie uitzichten, nu weer even in helder licht, dan weer in een bui. Tot ik mijn eindbestemming op 2 km van de Camino bereik. Een gite in een kleine boerderij. Alle dieren worden hier op een natuurlijke manier gekweekt. Kippen, schapen, varkens, koeien allemaal buiten.  Sylvie zorgt voor de gite en serveert in het weekend tot 30 gasten. Hij, traiteur en charcutier van opleiding kookt en beiden verzorgen de dieren..

Ik krijg als voorgerecht een slaatje met zelfgebakken brood en zelfbereide varkenspaté met een picon bierre. Vervolgens een coq au vin met worteltjes, paellarisotto en groentengarnituur en een glaasje rode meldt. Achteraf een moeuilleux van appel met een bolletje zelfgemaakt roomijs en een oude pruimenjenever voor hou u vast 34 euro. NOOIT krijgen ze me hier nog weg. Alleen ligt er morgen weer een nieuwe Puy voor me klaar.

 

 

 

Dag 40 : La Besse - St Leonard de Noblat

Vanmorgen nog een heel gesprek gehad met Yan over zijn zaak. Niet vol te houden op lange termijn zegt hij. Elk weekend koken . De ganse week bezig met de dieren. Soms ganse nachten ook nog als het kalvertijd is. En als hij zijn vlees zou inkopen verliest hij zijn klanten, want die komen specifiek voor het natuurlijk product. Vorig jaar is hij gestopt met eenden en is ze beginnen aankopen. Verkoop totaal gekelderd. Hij zou boerderij met 25ha willen verkopen dus.

Als ik mijn neus buiten steek twijfel ik of ik mijn regenjas dan wel mijn sweater aan zal doen. Ik kies voor de 2e optie en dat blijkt de goede te zijn. Alleen na een paar kilometer kan ik ook die opbergen wegens te vochtig warm. Het heeft vannacht flink geregend waardoor en nu een nevelsluier ovrr de vallei hangt. Zodra ik in het bos beland om een foto te nemen dampt mijn bril helemaal aan. De brem staat in bloei wat een kleurrijk tafereel oplevert.

Al snel merk ik bij een scherpe afdaling naar een riviertje hoe glad de stenen en bovengrondse wortels van de bomen zijn door de vocht. Voorzichtig naar beneden dus en de stokken als balans gebruiken. Bij heel steile afdalingen doe ik mijn rugzak ook los op de buik en laat ik de schouderriemen volledig los, zodat het gewicht een stuk lager komt .te zitten. Er zitten hier enorm veel langbeenmuggen in deze bossen, net zoals van die zwarte kleine opdonderdjes die als vlieg door het leven mogen gaan maar steeds voor je gezicht komen vliegen en als je te diep ademhalingsoefeningen  krijg je ze binnen. Ik heb al lekkerder gegeten. 

Na een korte klim naar een volgend riviertje komt er een lange en zware klim  maar eentje met een wondermooi uitzicht. Ondertussen ben ik amper 1 wandelaar met hond tegengekomen en dat in deze wondermooie natuur en op een vrije dag. Ik passeer een dorpje, maar geen beweging, wel een kerkje uit de 12e eeuw. Naar beneden dan maar naar een grote rivier dit keer en dan weet je wat er volgt, naar boven klimmen. Zo kom ik vandaag weer aan 462 hoogtemeters en 22km.

Mijn benen voelen dan ook moe aan. Misschien is de pittige wandeling van gisteren nog niet goed verteerd of is het van de jenever van oude pruimen, daar lopen er thuis ook nog wel wat van rond. Als ik het laatste bos tegen de middag passeer merk ik hoeveel eikvarens hier overal staan. De laatste 10 km zijn weer voornamelijk over asfaltwegen en de zon is er ook volledig doorgekomen nu. Warm en pijnlijk aan de voeten alweer. En dan nog een heel eind naar boven richting St Leonard de Noblat.

Dag 41 : St Leonard de Noblat - Limoges

Vanmorgen aan het ontbijt met een Fransman gesproken die de GR route naar Le Puy en Velay gedurende 3 weken gaat doen. Dat is zijn vakantie. Hij heeft ook al stukken van de Camino gelopen. Een van de mooiste GR's heb ik me laten vertellen.  Dominique loopt ook voornamelijk de GR en niet echt de Camino. Je mist dan stadjes en dorpjes natuurlijk. Maar je hebt minder asfalt.

Toch nog even vermelden dat ik gisterenavond nog door het gezellige middeleeuwse stadje gelopen ben, enfin gelopen, met mijn voeten was het meer een gestrompel. In de kathedraal ging ik mijn stempel halen toen een relatief jong manspersoon binnenkwam, zich op zijn knieën wierp en een gebed begon te prevelen. Toen ik naar de uitgang vertrok begon hij een hemelse zang aan te heffen die galmde in de lege kathedraal. Ik kreeg er kippenvel bij en dat gebeurt eerlijk waar niet zo vaak. Een bijzondere ervaring was het alleszins. Bovendien staat er een foto van Poulidor aan de rand van het stadje. Eerst dacht ik van ver dat het Mathieu Vanderpoel was, de gelijkenis met de jonge poupou is gelijkend, alleen de klep van het wielerpetje stond toen nog omhoog bij de foto om het merk Mercier duidelijk in beeld te brengen. De man ligt hier begraven zo blijkt.

Na het ontbijt vanmorgen,  dus even bij de bakker passeren, voor mijn lunch, gevolgd door een bezoek aan de plaatselijke electro Billen, waar ik al lachend vertel dat ik een wasmachine kom kopen  voor mijn vuile was. Billen kan er mee lachen, maar ik heb nood aan een oplaadbare kabel voor mijn reservebatterij en de man bezorgt mij die na gecheckt te hebben of het wel om de juiste aansluiting gaat. Die klantgerichtheid mis ik vandaag toch vaak.

Het is markt en dus laveer ik tussen de kramen door via de kathedraal naar de benedenstad waar de schoonheid van de stad nog extra wordt tentoon gespreid. Het is flink naar beneden gegaan en dus ook weer naar boven, de bossen in. Alleen zijn de bosstroken vandaag wat kleiner en de bebouwde zones wat groter. Raar maar ook de mensen zijn hier minder spontaan en vriendelijk vind ik. Er is wel wat meer beweging vandaag, een aantal fietsers die wel vriendelijk gedag zeggen en een paar wandelende dames die dat ook doen. Het blijft droog maar er staat wel een strakke wind vandaag.

Net voor de middag land ik in het dorpje Aureil, waar ik aangesproken word door een corpulente goedzak met een stomp sigaar in z'n mondhoek. Of ik de Camino loop. Als ik bevestigend antwoord, moet hij alles van me weten, net de kleur van mijn onderbroek niet. Zijn kameraad die dadelijk met hem komt picknicken heeft de Camino deels gefietst vertelt hij en even later komt het mannetje inderdaad opdagen. Zij konden als de Franse versie van de dikke en de dunne opdraven, Oliver en Hardy dus voor de jeugd onder jullie..De dunne beweert ooit 230 km gefietst te hebben en enkel maar een broodje met een blik sardientjes gegeten te hebben. Zijn makker, de dikke eet alleen maar vlees zegt hij, terwijl die me olijk aankijkt en zegt als je inspanningen doet, je goed moet eten. Ik beaam, al weet ik niet welke inspanning hij ooit gedaan zou hebben, ondertussen rolt zijn stomp sigaar van de ene mondhoek naar de andere. We nemen afscheid, terwijl de dikke me nog een stuk brood wil meegeven, wat ik beleefd weiger. Leuk duo.

Zo kabbelt de dag verder onder een waterig zonnetje en 23 ° en een strakke wind en  hoe meer ik bergop en af ga, hoe meer de pijn in mijn voeten begint op te spelen.  Ik besluit dan ook mijn sokken uit te spelen en een inspectieronde te doen. Wie komt er net op dat moment aan? Hugo die ik de dagen voordien ook al ben tegen gekomen. We besluiten samen verder te lopen tot Limoges, waar we ook bij de zusters Franciscanen zullen overnachten. Maar eerst hebben we een pintje verdiend vinden we. Dan moet ik op zoek naar een apotheek, compeed indoen ( ik had aandelen van dit bedrijf moeten gekocht hebben, denk dat sinds mijn staptocht, hun omzet quasi verdubbeld is) en tot slot moeten we eten voor vanavond inslaan. 

Een aardig jonge zuster die toch al 50 blijkt te zijn en best wel met een grapje om kan is een van de 6 overgebleven zusters. De jongste is 28, de oudste 76. Vroeger was dit een Clarissenklooster maar ondertussen is het breder opengesteld ten dienste van de Franciskanergemeenschap.Morgen neem ik een extra dag om de stad te bezoeken en mijn voeten te laten rusten en mijn was te doen. Ik heb er ondertussen meer dan 1000 km opzitten. 

Samen gegeten en gepraat met Hugo en Markus, een Duitser met een geweten   dus geen echte Duitser. Hugo had hem voorheen al ontmoet en noemde hem een toffe pée. Dat blijkt ook. We hebben fijne gesprekken samen en na mijn Frans kan ik ook mijn Duits nog eens oefenen. Beide mannen trekken morgen verder. Ik blijf zoals gepland een dagje in Limoges.

 

Dag 42 : Limoges

Stadswandeling- rust

Dag 43 : Limoges - Flavignac

Vandaag wordt voor de eerste keer in een maand regen voorspeld en niet zo'n klein beetje ook. Na het ontbijt maak ik me klaar om te vertrekken en trek mijn regenjas aan.De mevrouw aan het onthaal haalt nog snel een paar koekjes van de ontbijttafel en stopt me die toe. Voor onderweg, een pelgrim heeft nood aan suikers zegt ze. Een streekproduct voegt ze nog toe. Ik zal een kaarsje voor je branden zeg ik. Dat zou me plezier doen zegt ze. Zo kan het toch nog een leuke dag worden.

Ik vertrek met het plan om proviand in te slaan voor vanmiddag en morgen vroeg. Op zich heb ik nog geen slaapplaats voor vanavond, maar het plan is om in Flavignac in de gemeentelijke refuge te overnachten als er nog plaats is. Er is in de ganse buurt geen andere gelegenheid dus namiddag vanaf 14u kan ik het gemeentehuis bellen en weet ik meer. Ondertussen loop ik een krantenwijk binnen voor een krant om in mijn schoenen te steken vanavond als ze nat zijn. Niet doen zegt de kranten verkoper, hier neem deze oude krant mee, gratis. Dan kan je dag toch niet meer stuk?

Het wordt een saaie start, want de eerste 15 km zit ik in verstedelijkt gebied. Eerst de stad met de gebruikelijke maandagochtenddrukte. Auto's die razen,  bussen die piepen, studenten die dralen en ik daartussen. Na 5 km kom ik in de verloederde buitenwijken, hier ziet het letterlijk zwart van het volk. Dan kom ik in de randsteden waar de woningen duidelijk van de meer begoede klasse zijn. Tot slot nog een paar boerendorpjes om dan terug in het groen te komen. In elk van die dorpjes heb je wel een rue de lavoir. Meestal staat er ook een gemeenschappelijke wasplaats. Soms tegenwoordig gerestaureerd en soms als open bibliotheek ingericht of als rustplaats.

De geweldige regen blijft voorlopig nog uit maar ik loop nog altijd met regenjas en regenbroek aan. Geen sinecure als je moet plassen, voor je dan je zwiebertje gevonden hebt  moet je oppassen of het is te laat. Even later kom ik in het stadje Aixe sur Vienne waar de rivier Aixe letterlijk in de rivier Vienne stroomt. Voor de rest is er weinig te beleven in het stadje en zullen we gedurende een aantal kilometers het kronkelende riviertje Aixe volgen. Er staan minstens 3 molens langs dit pittoreske riviertje. Na de lunch klaart de hemel open en doen we onze regenkleding uit. Het zonnetje warmt ons op en de landschappen worden terug grootser dankzij de beklimming van enkele puys.

We hebben gelukkig nog een plaatsje kunnen bemachtigen in de refuge en de lokale pub serveert ons een avondmaal voor 13 euro. We hebben er weer 27 km bijgedaan vandaag en meer dan 450 hoogtemeters en morgen meer van hetzelfde , ook wat het weer betreft.

 

Dag 44 : Flavignac - La Coquille

Vannacht geen oog dicht gedaan.  Met 4 man in de refuge en de helft die snurkt en ik ben daar niet bij. Bovendien is het bed keihard. Goed, vroeg opgestaan dus. De 2 Fransen liggen nog te ronken. Pamela, de Amerikaanse die ik ook al in Limoges zag samen met Markus, zat er gisterenavond volledig door. Normaal ging ze gisterenavond ook eten in het lokale restaurantje, maar dat lukte niet, dus heb ik haar eten gewoon meegebracht. Ondertussen zelf ginder met Julien gegeten  een Fransman die een weekje Camino doet en sousprefect is in deze regio, dus overheidsambtenaar die instaat voor de veiligheid van olie, gas en het electriciteitsnetwerk in de regio. Ook op Europees niveau werkt hij mee aan de veiligheid van onze netwerken. We discussiëren,  argumenteren, over politiek, economie, de positie van Europa in de wereld.  Interessant figuur, Interessant gesprek. Hopelijk zie ik hem de volgende dagen nog.

Maar goed vroeg vertrokken dus  naar de bakker, want niet ontbeten. De man loopt vanachter uit de bakkerij naar het winkeltje waar ik sta. Zegt wat hij al gebakken heeft en dat is wat het is. Puur, natuur, achteraf blijkt dat het vet in mijn rugzak staat van zijn chocoladecroissants en zijn appelflappen.

Ik verlaat het dorpje en kom al snel op een drukke en gevaarlijke weg met snel ochtendverkeer. Opletten dus, tot in Les Cars waar een kasteel het oude dorp domineert. Ik verorbercer mijn chocoladebroodjes en kan al snel van daaruit kleinere en vooral rustigere  wegjes opzoeken langs oude boerderijtjes waar de kersen al rijp zijn en de schapen het bermbehher voor hun rekening namen. Alleen waar gegeten wordt blijft ook een restproduct achter en laat dat nou juist in het korte gras liggen, dat ik gebruik om over te lopen als alternatief voor het harde tarmac. Na 9 km kom ik aan een eerste bosstrook, het is een jong bos met kastanjeboom, acacia en beuk en ik hoor 1000 verschillende vogels fluiten. 

Aan het eind van de strook staat een boer de weg te versperren met zijn tractor en een houtzaag. Hij doet teken dat ik doorkan en helpt me een tak aan de kant te trekken  zodat ik door kan. Hij steekt 2 fingers in de lucht in een loser teken, allen betwijfel ik gezien de leeftijd van de man of hij weet wat hij zegt. Ik hoor iets door het geronk van de zaag als 2 fois. Ik denk dus dat hij bedoelt dat hijzelf 2 keer naar Compostella is geweest ipv mij een kabouterachtig wezen als loser uit te maken. Voor hetzelfde geld wil hij gewoon zeggen dat ik hem 2 pinten moet betalen als ik door wil. Dat negeer ik hoedanook en ik steek mijn duim de hoogte in wat hem een lach ontlokt waarbij zijn 4 nog aanwezige tanden ontbloot worden na al die jaren.

Bij de volgende bosjes snuif ik de zoete geuren van acacia die in bloei staat, net als de vlierbes en de brem.Zo lopen we door veld en wegel , dan weer door open vlakte of door bos.in ons laatste  bos voor vandaag gaan alle hemelsluizen open en zo moet ik tientallen beklimmingen en dalingen in regenkleding afwerken wat de temperatuur flink de hoogte in jaagt. In het laatste bos wordt het bovendien koers met hindernissen, soms over of onder omgevallen bomen, ploeteren door de modder en alsof dat nog niet genoeg is wordt de bewegwijzering plots in het spaans aangegeven..

In ieder geval een pittige dag. Morgen evenveel kilometers, gelukkig iets minder hoogtemeters maar wel in de regen

 

 

Dag 45 La Coquille - Negrondes

Het weer wordt vandaag hetzelfde als gisteren, voormiddag droog, namiddag mogelijk onweer. Alleen is het enkele graden kouder en zit de omgeving in de mist gehuld. Geen weidse uitzichten dus. Mijn eerste wapenfeit is dat ik een foto wil nemen van een mij onbekende zwarte vogel met een witte kop. Als ik mijn gsm vastneem stopt er een mijnheer met de wagen om te vragen of ik de weg kwijt ben, eerste rechts nemen zegt hij. Ik steek mijn duim op, maar de vogel is gaan vliegen ondertussen.

Het is een weggetje dat flink de hoogte in gaat. Zien doe ik ze niet maar horen wel, de schapen.  In deze regio, de Dordogne dus, zijn er meer schapen dan koeien zo lijkt me. Ook vandaag hoor ik weer overal knetterende beekjes en ontwaar ik hier en daar een meer of een riviertje.

En dan, hoor ik hem al vanuit de verte naderen, een roep en dan gezang. Enkele dagen geleden was ik in Saint Leonard de Noblat in de kathedraal toen er iemand binnenkwam en goddelijk begon te zingen. Hij is Fransman, zeer christelijk naar eigen zeggen en heet François. Een beetje zonderlinge jongeman van 25 die zijn liefdesverdriet op de Camino komt verwerken. Hij is zeer katholiek opgevoed en zingt dus zijn cantates al stappend of in een kerk. Voor mij zingt hij een Frans oorlogsliedje van een omgekomen oorlogsheld die vrouw en kind achterlaat.

Aangezien hij 38 km doet en ik 30 laat ik hem gaan, zo kan ik terug van de rust genieten want hij zegt het zelf, Je parle beaucoup. Hij stapt door en ik aanschouw in een van de weides voor het eerst een Salersrund. Wat een prachtig dier. De omgeving wordt wat ruiger terug en zo ook de hemel als ik richting Thiviers stap. Donkere wolken pakken zich samen. Zodra ik in Thiviers ben zoek ik een plekje om mijn broodje te eten op een bank onder 4 grote bomen. Broodje bijna op en de hemelsluizen gaan het volgende halfuur open, maar ik zit gelukkig redelijk goed beschut.

Als het uitgeregend is, stap ik naar de bovenstad die al even hard in verval is dan de benedenstad. En wie tref ik daar aan de poort van de kerk, juist François. We trekken samenbuit de stad de natuur terug in, waar ik hem voor een tweede keer loslaat. De omgeving wordt terug indrukwekkender met mooie vergezichten, ook meer wandelpaden hier in de dordogne, wat wijst op meer toerisme. Als ik aan de laatste kilometers bezig ben kom ik door een aantal boomgaarden van walnoten. Vanavond bij mijn gastheer zal ik zijn zelfgemaakte walnootaperitief mogen proeven. Ongelooflijk hoeveel Fransen zelf drankjes brouwen, fruit inmaken , eigen taarten bakken  confituur maken en ga zo maar door..

Dag 46 : Negrones - Perigueux

Redelijk laat vertrokken bij mijn gastheer en -vrouw. Heerlijke gesprekken gevoerd, gisterenavond net als vanmorgen, vandaar te laat. Wat me steeds opvalt is hoeveel Fransen eigen producten verwerken. In gelei, confituur, confijt , vleesverwerking naar paté toe, dranken. Zij zijn nog echt bezig met gezond eten. Eigen kippen ook vaak.

Enfin het is half 9 en ik heb quasi 30 km voor de boeg en een kleine 500 hoogtemeters. Bovendien blijkt een groot deel van de weg over veld- en bospaadjes te lopen. Beter voor de voeten maar trager bij het lopen. Gelukkig heeft men vandaag droog weer voorspeld en houdt men zich eraan. Eerst passeer ik dus het schattige dorpje Negrones. Trouwens ze verkopen hun pand want willen korter bij de kinderen in Aras wonen. Prachtige ligging  prachtige tuin, zwembad... Hij was architect  dus degelijk huis...Volgens Hugo ligt de prijs op 250k. Na het dorpje stap ik zo in een decor van een natuurfilm. Aan een meertje is een blauwe reiger een vis aan't binnenkappen.

Dominique tekst me : het is hier elke dag zo mooi dat het eentonig wordt. Ook nu weer wandelen tussen de uitgestrekte velden met tarwe en gerst. Hier dus meer akkerbouw. Ook vlas merk ik op, maar hier staat het nog niet in bloei. De zwaluwen trekken het zich niet aan en scheren over de wuivende zee van groen om hun middagmaal op te slaan. Wat verder wordt dan weer raapzaad verbouwd.

Sorges is het volgende eeuwenoude pittoreske dorpje. Het plaatselijk museum vertelt het verhaal van de truffel, die ook hier druk gezocht wordt. Ik sla er mijn proviand in en ook mijn passage bij de pharmacie mag niet ontbreken. Nieuwe lading compeed uiteraard.vervolgens weer over een eeuwenoude veldweggetje tussen de akkers en dan weer doorheen een bosrand. Ik kan dit iedereen als therapie aanbevelen. Het trage leven, net zoals de rode naaktslakken die hier oversteken. Trouwens gisteren een paar keer een escargot boerderij tegengekomen. Hier kom ik een schapenfarm tegen, waar 2 border collies geduldig en vol aandacht liggen te wachten tot hun baasje hun een commando geeft. Ik blijf even wachten,maar ik heb nog heel wat kilometers te doen en stap dus door,  nu de bossen in en dat blijft zo haast de ganse namiddag. Bossen met eik en beuk en els en acacia  maar ook met sparren.

Ik kies zo'n spar uit om tegen te rusten en mijn middageten te verorberen. Ondertussen passeren ontelbare vlinders  zoals de koninginnepage, het icarusblauwtje, de kleine parelmoervlinder ,de distelvlinder , de amaryllis en ga zo maar door.

Hoe langer de dag duurt hoe zwaarder de benen worden. Op 6 km voor het einde wil men mij een vernieuwde route insturen, maar wel2,5 km langer. Geen zin in, dus neem ik de oude route. Op een veldwegje blijken er werken uitgevoerd te zijn. Ik ploeter door de modder en tegen dat ik boven kom, wegen mijn schoenen ongeveer het dubbele. Leemachtig slijk dat er met geen schop af te krijgen is. Mijn wandelstokken dan maar gebruiken om van die klompen terug wandelschoenen te maken. In de verte duikt Perigueux al op, maar dan is het nog 4 km langs een drukke, maar dalende weg naar onze eindbestemming te stappen.  Een warme douche brengt weer redding.

 

 

Dag 47 : Perigueux - Saint-Astier

Vandaag geen blog, want op deze vrije dag in Frankrijk heb ik de ganse dag samen gelopen en vooral gepraat met Hugo, die behoorlijk in de put zit omdat zijn vrouw het mentaal zwaar krijgt en hij dus beslist heeft om naar huis te gaan. Morgen lopen we nog allebei tot Mussidan waar we afscheid zullen nemen. Ook dat is de Camino.

Dag 48 : St Astier - Mussidan

Na een mentaal geladen dag gisteren met Hugo, s'avonds na ons tijdelijk afscheid nog 2 km doorgestapt tot bij gastvrouw Violetta. Zij is de vrolijkheid zelve ongeacht het feit dat haar hand en pols gebroken zijn door een motorongeluk.  Ook onze vriend Miguel heeft hier verbleven  maar dat was al een week geleden. Aangezien Viola's moeder van Spaanse origine is en nu tijdelijk bij Violetta woont om haar te helpen wegens haar gebroken hand, kon zij met Miguel een deftig woordje spaans praten.. Tevens is ook Markus aanwezig, die ik bij de zusters in Limoges heb leren kennen, een toffe peer en zeker geen doorsnee Duitser.

Het afscheid vanmorgen is voor hem dan ook zwaar. Hij heeft 3 weken gestapt en dit was zijn eindpunt. Straks stapt hij op de trein naar Bordeaux.het wordt een innige omhelzing. Vanavond zie ik Hugo, waar ik morgenvroeg afscheid van moet nemen. Maar goed, ik vertrek onder een stralende zon om de 22 km van vandaag af te werken. Mijn wasjes van gisteren zijn allemaal droog geraakt behalve een paar kousen, die ik in een netje op mijn rugzak bind. Zo kunnen ze in de wind en de zon veder drogen.

Hier geen weidse landschappen meer, maar vooral veel bossen en notenplantages en veldweggetjes met wilde rozen of klaprozen  en in de berm ook jacobskruiskruid,knolspirea, margriet en hondskruid. In tegenstelling tot gisteren waar we op de feestdag hier, tientallen fietsers en wandelaars tegen kwamen, is het vandaag stilte en eenzaamheid. 

Het zijn nog altijd kleine dorpjes, maar ze liggen korter bij mekaar, de huisjes zijn in betere staat en ze zijn ook bewoond. Na een reeks dorpjes wordt de beklimming ingezet en net als gisteren heb ik 300 hoogtemeters in korte stevige klimpartijen te doen van telkens 10 a 12 procent.

Het is hier nog steeds gemengd loofbos met beuk, eik, acacia, kastanjeboom en spar. Er wonen in deze regio veel gitanes of zigeuners als je wil en ik zie dan ook regelmatig kampen met caravans. Onder verschillende naamborden zie ik ook de vertaling in het Occidental. Een patois,  of streektaal, in dit geval met Catalaanse invloeden.

Bij de tweede beklimming staat er een kefferke in het midden van de gravelweg van jetje te geven, maar ik wijk niet en hij houdt het spreekwoord in ere dat blaffende honden niet bijten. En dan gebeurt wat ik al langer vreesde. Ik hoor de wind een donker lied zingen en de vogels stoppen met fluiten. We komen in dennenbossen terecht. Ik herinner me dit van de Landes.De onderbegroeiing bestaat voornamelijk uit heide en varens.

Ik besluit wat te eten. Niks kunnen uithalen onderweg, dus ik moet het stellen met een veel te rijpe banaan   enkele dadels en een te dure powerbar. Ik ben dan bijna op het hoogste punt en als de weg terug naar beneden gaat is het bos terug in loofbos veranderd en staan er weer huizen en net als gisteren loop ik de laatste kilometers op een fietspad langs de rivier de Isle. Maar niet voordat ik in het dorpje Saint Louis en l' Isle de lokale pub binnenstap voor een pintje. Een dame, even oud als de porseleinen tap bezorgt me een koele Kronenbourg. Tegen de muur een reeks foto's van voetballers en ik vraag of zij het clublokaal is van de lokale voetbalploeg. Ah nee he zegt ze, kijk eens naar die bal daar : rugby dus. Hier in het zuiden grootser dan voetbal. Ze zijn net naar 3e nationale gepromoveerd en vroeger heeft zij ook gespeeld tussen haar 17e en 20e. Voetballers zijn mietjes geeft ze aan. Ik ontken niet.

Als ik in Mussidan aankom is Hugo al iets aan't eten in de lokale brasserie. We logeren vandaag op dezelfde plaats en vanavond gaan we samen een pintje drinken en iets eten om het afscheid wat draaglijker te maken. 

 

 

Dag 49 : Mussidan - Le Fleix

Gisteren avond toch een leuke avond gehad met Hugo al hing er toch een donkere schaduw boven. Eerst een pintje gaan drinken in de nabijgelegen tabakszaak. Dan toornt hij me mee naar de zaak waar hij vanmiddag al het dagmenu genuttigd had. Hij besluit het nu bij 1 gerecht te houden en ik kies nu voor het avondmenu : slaatje met scampi en pikante mayonaise, confituur van eendenbil,  een lokale specialiteit en frietjes en een slaatje en een idee flottante. Voor 25 euro mensen en voor 4 euro een glaasje rooie wijn. Ge lacht u toch kapot, nie dan?

Als we vanmorgen op de weegschaal gaan staan blijkt dat ik 7 kg minder weegschaal dan bij vertrek en Hugo 5. Klopt niet zegt hij. Ik heb ook mijn twijfels. We zullen het weten binnenkort. Ik heb gisteren bij de bakker nog een gebakje uitgehaald voor Hugo onderweg op de trein maar hij werkt het nu al binnen als ontbijt. Ik neem mijn ontbijt wel en neem dan afscheid van een emotionele Hugo, die een traantje wegpinkt, nog een knuffel en we gaan elk onze weg.

Na een kilometer moet ik al stoppen met een steentje in mijn schoen en doe ik mijn al te zware rugzak af. Eten voor vanmiddag, blikje cola, 2 liter water, een gebraden kip van een kilo voor vanavond. Tel maar op. Dan komt er ook nog een forse klim bovenop en dan denk je, dit wordt mijn dag niet. Bij het gehucht Bellevue, is er niks te zien dan een hoop dennenbomen maar de enkele huizen die er liggen zijn wel mooi. Achter een raam een jonge zwangere vrouw. Dit had een schilderij van Memling kunnen zijn. Een jongeman met een draagzak met zijn baby vermoed ik, anders zou het wat al te  surrealistisch zijn, is al een ochtendwandeling bezig op dit ochtendlijke uur, het is kwart na acht op een zondag. Hij spaart zijn vrouwtje zeker omdat de kleine niet meer wou slapen, fantaseer ik maar.

Uit het bos kom ik op een weg met lintbebouwing wat je hier niet zo vaak ziet. In de beklimming komt een mountainbiker achter me in schakelproblemen. Een goeie dag kan er dan ook niet af. Waar hebben we dat nog meegemaakt? Ondertussen zie ik hoe een havik een duif in de vlucht verschanst. Ik draai een veldweg in en zal nu voor enkele uren door de bossen klimmen en dalen, bossen met gaten zijn het, waar varens en braam weelderig groeien en een everzwijn vanochtend heeft liggen wroeten. Dan weer 6 mountainbikers. Druk in de weer om mij te negeren en het juiste spoor te kiezen. Ook bonjour mannen.

Uit het bos, op de weg,  een éénautobrede weg, die heen en weer slingert en mij de helft van de 28 km zal vergezellen, kronkel ik tussen de sparrenbossen aan beide zijden van de weg, tot een reebok mijn aandacht opeist. Hij wandelt rustig over de weg, want met de wind vanachter heeft hij mij niet geroken. Ik hem ook niet trouwens, maar wel gezien. En verder, de eeuwige constante gedurende deze reis, de koekoek. Echt, er gaat geen dag voorbij. In het piepkleine maar verzorgde dorpje Fraisse staat er een schuilhut voor de pelgrims. Net op tijd want de zon heeft zich plots verscholen achter dikke wolken. Maar regen komt er niet van. Ondertussen word ik tijdens mijn lunch vergezeld van een zwarte roodstaart en twee vechtende grootoorvleermuizen. 

Als ik de eeuwigdurende kronkelende weg terug opstap kom ik wat verder de eerste wijnranken tegen, we schurken hier tegen de bordeauxstreek en zitten op enkele kilometers van Bergerac. Ondertussen tjirpen de krekels naar hartelust en rennen de hagedissen, bruin, groen of zwart alle kanten uit. Dan moet ik langs een grote drukke weg gaan lopen om op mijn eindbestemming te geraken, enkele kilometers buiten de route. De volgende dagen wordt een uitdaging om aan mijn kilometers te komen aangezien de overnachtingsmogelijkheden hier erg beperkt zijn. Ondertussen opnieuw een keffer achter me aan, met oren groter dan zijn kop en een geweldig lawaai. Hij loopt gewoon deze drukke weg op. Heeft blijkbaar nog niks geleerd zo blijkt, want als zijn baasje hem terug roept, zie ik dat hij op drie poten hinkt.

Wie niet meer hinkt is de ree die half verteerd in de berm ligt, aangereden door een auto, het glas ligt wat verder als bewijsmateriaal.  Na 26 km bereik ik mijn eindbestemming. Na een douche, wordt het voeten en benen verzorgen. Handwasje doen, ik moet nog meer wassen maar krijg dat op die korte tijd niet droog. Voor de aanstaande week zoveel mogelijk boekingen doen en uitrekenen hoeveel kilometer tussen de verschillende overnachtingsplaatsen zitten. Waar kan ik proviand inslaan etcetera... Dan mijn kip klaarmaken, hopelijk loop ik daar geen voedsel vergiftiging van op want die zit al een ganse dag in mijn rugzak. Dan de blog schrijven en dan rust. Ondertussen heb ik gemerkt dat mijn schoenen behoorlijk afgesleten zijn, dus een herstelling dringt zich op en als ik ergens een barbier tegenkom mag die mijn baard ook wel eens onder handen nemen. Morgen wat uitslapen want het ontbijt is pas om 8 uur en ik moet maar 22 km doen.

 

 

 

Dag 50 Le Fleix - Massugas

Dag 50 en ongeveer 1200 km gelopen. Tot de Spaanse grens nog ongeveer 300 km. Als ik de Via Frances doe, zoals eerst gepland, nog ongeveer 770 km in Spanje te lopen met 10100 hoogtemeters. Als ik de Via Norte doe, nog extra 70 km langs de Spaanse grens in Frankrijk en dan 828 km in Spanje met 15100 hoogtemeters. Alternatief is, dat ik aan de Spaanse grens stop en volgend jaar kies welke Spaanse route ik zal doen.

Vandaag een korte route met zijn 22 km, dus ga ik traag van start. Ontbijt is er om 8. Een dikke Duitser en ikzelf zijn op het appel. De 6 Fransen komen wat later. Ze weten dat 8 uur in Frankrijk kwart na acht betekent. De Kroatische hospita heeft zich aan die tendens al aardig aangepast, of gewoon meegebracht van ginder  dat kan ook. Het geeft de Dikke en mij ondertussen de tijd om kennis te maken. Hij blijkt Tony te heten en doet ook een stuk van de camino. Het 4e jaar al, samen met zijn hond. Ze doen dagelijks maximum 20 km. Hij heeft speciaal een kar gemaakt die de hond trekt, behalve waar obstakels zijn. Dan neemt hij over. Wel niet altijd makkelijk op smalle boswegeltjes, over omgevallen bomen, in de modder, op smalle wegen in het verkeer etcetera. Maar de hond geniet ervan en Tony dus ook. Ik mis die 2 van mij ook bedenk ik. Ondertussen is Tony niet meer te stoppen, hij is net voor de 2e keer grootvader geworden van een kleindochter, nu bij zijn zoon. Het eerste was bij de dochter en zo gaat het door, tot ik in de mot heb dat 9 uur al gepasseerd is. Tony doet maar 16 km vandaag, ik 22, dus moet ik toch stilaan afscheid nemen.

Ik doe in het dorpje nog snel enkele aankopen voor vanmiddag en vanavond. Dan steek ik de rivier de Dordogne over en zie een aantal oeverzwaluwen over het water scheren. Ik blijf enkele uren langs de oever lopen met aan de andere kant van de weg allemaal wijngaarden. Er wordt hier veel samengewerkt met de boeren van Bergerac. Wit zowel als rood wordt er gemaakt.

Als ik vervolgens het stadje Sainte Foy la Grande binnen loop ruik ik de zoete geuren van het zuiden, zie ik de cipressen en de parasoldennen. En daar is hij dan, de plaatselijke barbier. Zijn moto waarmee hij zich verplaatst staat gewoon in de zaak geparkeerd. Of hij tijd heeft om mijn baard bij te knippen vraag ik. Alleen de baard zegt hij en kijkt naar mijn paardenstaart. Ik word achterovergekatapulteerd in zijn stoel, krijg een witte col romain aangemeten en dan begint het spel met hete en koude doeken, 4 verschillende scheermachientjes, scalpel, zalfjes, zeepjes in spuitbusjes, lotion, baardolie enzoverder en zovoort allemaal onder de meeslepende Arabische,  later blijkt Marrokaanse, muziek. Mijn baard moet er aan geloven, mijn nek wordt vakkundig onthaard, mijn wenkbrauwen, worden gedund,  mijn neusgaten en oren onthaard en tot slot vraagt hij me of hij geen voedende balsem op mijn hoofdhaar moet doen. Dat masseert hij er netjes in. Ik denk dat dat de rekening wel zal verhogen, maar 10 euro is de geafficheerde prijs voor één baard te knippen en meer wil hij niet. Wat zeg je dan van die Marrokkanen.

Als ik uit de stad stap is de middag al gepasseerd en moet ik me uit het dal zwoegen met een steeds sterkere zuid westenwind en laat dat nu net de richting zijn die ik uitstap. De hellingen volgen elkaar in sneltempo op en de wijngaarden zijn hier ondertussen ontelbaar. We zitten entre deux mers hier, tussen Dordogne en Garonne. Hier worden de typische witte wijnen van sauvignon blanc en vaak semillon gemaakt, maar ook rode bordeauxwijnen van minder bekende chateaux en meestal van merlot en cabernet sauvignon druiven.

Ik merk dat er heel wat valken over de wijnvelden scheren en ik zie hier en daar ook groepen spreeuwen neerdalen. Mogelijk heeft het één met het ander te maken maar ik zie ook dat bepaalde gebieden hier nog vrij voorbehouden zijn voor de valkenjacht. 

Tussen de wijnranken door begeeft ik me naar mijn chambre d'hotes die ook idyllisch tussen de wijnranken is gelegen.

 

 

 

 

 

 

Dag 51 : Massugas - La Reole

Carine, de hospita van de gite is op zijn minst een specialleke te noemen, in mijn ogen ADHD in de derde graad, maar dat zal haar worst wezen zegt ze. Gisterenavond als ik vertelde over mijn moeder en de hoofdreden van mijn Camino, braken bij haar de tranen los, want 2 jaar geleden heeft zij haar moeder verloren en dat krijgt ze maar niet verwerkt. Een Nederlandse pelgrim, Ineke, waar ze ondertussen een goeie band mee heeft opgebouwd, heeft een brief van Carine meegenomen naar Compostella en heeft die daar laten lezen aan de hoofdpriester die dan een mis heeft opgedragen aan haar moeder. De tranen rollen over haar wangen als ze me het verhaal doet.

Voor de rest een zorgzame ziel en overbeschermend voor haar gasten, maar met het hart op de juiste plaats. Ik krijg nog een 1664 mee, maar moet haar wel af en toe een foto bezorgen van mijn tocht. Met 2 zoenen op zijn frans neem ik afscheid van haar en de prachtige mas, temidden van de wijnvelden. Zij toont me een kortere weg naar Pellegrue. Zo worden de 32 km er 31.Er rijden hier meer tractoren dan auto's en ik waan me even terug thuis tussen de plantages. Hier wordt bemest, gespoten, gesnoeid en gemaaid.Net als thuis dus, alleen kom ik hier op de ganse dag maar 4 fietsers tegen, die bovendien netjes goeiedag zeggen en de boerderijen zijn hier plots chateaux.

Na anderhalf uur zit ik in het middeleeuwse stadje Pellegrue. Hier heeft de pelgrim toch wel een speciale status. Mooi dorpje maar voor ik het goed besef ben ik er al gepasseerd en begint een afdaling en dan weer een beklimming tussen de wijnranken en de bossen. Zo zal het de ganse dag op en af gaan al zijn de hellingen hier niet zo steil, maar de 21e keer berg op laat wel zijn sporen na. Ik denk aan Gerd die me gisterenavond een berichtje stuurde dat hij in Schotland een Ben aan't bedwingen was.Leuk om iets van hem te horen.

Als ik ondertussen op een graspad langs een houtkant beland ben, merk ik hoeveel vlinders hier fladderen. Dat moeten er honderden zijn. Als ik een recent omgewaaide boomstronk zie waar ik onderdoor moet kruipen denk ik onwillekeurig aan Tony die hier met hond en kar weer werk aan zal hebben. Als ik terug op de weg beland ben, komt plots de man met de hamer, letterlijk dan. Hij draagt een sloophamer maar heeft het gelukkig niet op mij gemunt,  maar op een uit de kluiten gewassen kast die het gaat bekopen. Mij wenst hij veel sterkte en ook zij vrouw wenst me un bon chemin. Wat verder claxonneert iemand op me, ik steek mijn stok omhoog. Zo wordt hier ook buon camino gewenst.

Tussen de wijngaarden staan nu meer en meer mooie en verzorgde huisjes, een heel contrast met andere gebieden en als ik straks de half vervallen stad la Reole binnen stap word ik ook weer eens met die rauwe realiteit geconfronteerd. Naarmate ik trouwens korter bij de stad kom zie ik minder wijnbouw maar meer akkerbouw, met name granen. Vroeger werd hier ook veel tabak gekweekt,  vandaar vaak nog die oude droogschuren. Her en der zie ik ook bonen op het veld en hier en daar zelfs koeien, hier vooral blonde d'aquitaine . Net voor de zoveelste beklimming zit een frans koppel in de schaduw, zij met haar kousen vast. Ik vraag of er een probleem is, maar ze rusten even uit. Ze stappen gedurende enkele weken.  Dit keer van Vezelay naar Bazas. Donderdag is de pret uit, of begint hij terug. T'is maar hoe je het bekijkt.

Voila ondertussen is de was op mijn geïmproviseerde waslijn ook droog en kan ik naar bed.

 

 

Dag 52 : La Reole - Bazas

Vandaag een etappe van 32 km voor de boeg en 300 hoogtemeters. Ik begin de dag met 2 chocoladebroodjes en een cremekoek met abrikoos. Dat was alles wat er gisterenavond nog bij de lokale bakker te vinden was. En een dubbele koffie op het appartement waar ik verblijf. Maar er mag wel wat energie opgebouwd worden, want als ik vanmorgen in de spiegel keek, een scherp gezicht, barstjes die beginnen, verrimpeld buikje, enfin alles wat een vrouw van mijn leeftijd ook al doorgemaakt heeft.

Men voorspelt regen vandaag maar ik waag het erop en vertrek in mijn lichte sweater. Even langs het benedictijnen klooster en het stadhuis en dan over de brug van de Garonne , die trouwens voor alle verkeer afgesloten is. Weg uit deze vuile en verloederde stad, al heeft men enkele straten verkeersvrij gemaakt, maar de meeste winkels zijn gesloten ondertussen.

Over de Garonne dus, betekent uit entre deux mers en verder in de Landes. Ik zie in eerste instantie vooral maisvelden en beemden met aanplant van populieren. Later ook akkerbouw met boontjes, erwten en aardappelen.  Desolate vlakte.  Weinig volk, zelfs geen auto's. Ik zie de bui al hangen en even later plenst ze over me heen. Zo zal het de ganse dag gaan. Regen, zon, te warm met de regenjas, terug regen.

Als de zon schijnt zie ik overal zwaluwen, een witte reiger en wat later een groene specht. Op een veldpaadje kruist me tegen hoge snelheid een wezel met een muisje in de bek. Net na de tweede bui in Auros besluit ik in een parkje op een bank te lunchen en ook het laatste koekje dat ik van de lieve dame in Limoges kreeg moet er aan geloven.  Tussen een bosstrook en een kasteel is het weer zover, en moet ik de regenjas weer bijhalen maar tegen ik aan een groot meer kom is de zon er weer doorgebroken en dat blijft nu ook zo voor de rest van de dag. Het water van het meer staat op sommige plekken tot op het randje vol. En dan moet ik steil naar boven het bos in om vervolgens via een kronkelende een lange afdaling te maken tot mijn eindbestemming Bazas. Aan mijn hotelletje is er een wasserette, dus hoog tijd om de meeste kledingstukken eens een opfrisbeurt te geven. 60° lijkt me een goed gemiddelde, maar volgens kenners is dat wat heet. Ik heb nu dus teensokjes en shorten in plaats van lange broeken. De T shirts passen nu beter gezien ik zo slank geworden ben. 

 

Dag 53 Bazas - Captieux

Ik zal beginnen over gisterenavond, want over vandaag valt er weinig te vertellen.  Bazas een mooi dorpje met een historische kern maar waar het nog leeft, dat zie je hier in de buurt niet zoveel. Toch ook maar even gekeken naar de vastgoedprijzen. Hier al wel een stuk duurder dan in midden Frankrijk, maar een degelijk huis heb je hier nog onder de 300k. Villa met zwembad met bv 5 slaapkamers op een mooi domein onder de 450. Met een knipoog naar mijn vrouw. Gisteren in een goed restaurantje me laten verwennen. Aperitief,voorgerecht, hoofdgerecht en koffie met aangepaste wijn 70 eur. Maar top gegeten.

Goed, over vandaag dan. Ik heb een snipperdag genomen. Vandaag 17 km, morgen 20. Samen vond ik het te veel om op één dag te doen, dus vandaag op deze Hemelvaartdag ga ik  maar tot Captieux. Vanavond logeer ik in een gite, dus geen eten en in het dorpje is er niks te vinden. Gelukkig was vanochtend in Bazas zowel de beenhouwer als de bakker open en heb ik dus voorraad kunnen opslaan. 

Een regenachtige winderige dag opnieuw met dan weer een beetje zon, dan weer een bui. Het wordt niet warmer dan 13 °. Over de wandeling zelf valt er weinig te vertellen. Van een vroegere spoorlijn is een fietspad in gravel aangelegd en wij Compostellianen mogen daar gebruik van maken. Het gaat door bosrijk gebied, dus weinig te zien behalve op 17 km 2 fietsers en nog een pelgrim, die even haar lunch genomen had op een schaarse bank. Het is de Nederlandse Anna die worstelt met de gedachte of ze haar regenjas nu zou aandoen of uitlaten. Het wordt het laatste. Ze is in Vezelay  vertrokken en zou de volledige tocht tot Compostella willen maken. Voor de rest lijkt ze gehaast alhoewel ze ook maar tot Captieux moet vandaag. Ik neem dankbaar haar plaats in op de bank die door haar Nederlands gat gedroogd en opgewarmd is. 

Na eerst vooral door loofbos getrokken te zijn, zit ik hier nu te eten tussen de sparren. Bewust aangeplant, want ze spelen hier graag met vuur en dat brandt beter. Neen, maar de  natuurverenigingen willen de Landes terug in haar originele staat brengen met vooral naaldbossen, heide en varens komen dan automatisch en de rest van de flora en fauna volgt dan. Ook de koekoek. 

In de berm vooral vleugeltjesbloem, hier en daar klaproos en de avondskoekoeksbloem. Op het eind van route zie ik in de verte Anna voor me, waarschijnlijk weer in gevecht met haar regenjas. Zelf kan ik pas om 17u in de gite en het is nu 14 u, dus schuil ik tegen een bedrijfsgevel met een afdak en een paar geïmproviseerde stoelen en een tafel om deze blog te schrijven. 

 

Dag 54 Captieux - Bourriot

Vannacht in een Gite overnacht in het piepkleine Captieux. Maar toch was er gisterenavond een winkeltje open waar ik een grote fles Leffe op de kop kon tikken, een zak chips en een chocopudding. Ik zit opgescheept met Maurits, zeg vooral niet Maurice, want hij is een Brabander die als jurist in Den Haag is beland. Een echte Hollander dus. Vader was burgemeester, hij eerst aan de balie gewerkt, dan voor een aantal energiebedrijven als jurist en later als onafhankelijk adviseur aan de slag gegaan. Zoonlief bankier. Hij landgoed in Brabant met 34 ha en dus woning in Den Haag. 

Mijn Leffe lust hij wel en een stuk van de niet te vreten groentelasagne die ik meeheb vindt hij ook te romig. Maar mijn chocopudding werkt hij ook naar binnen samen met een quiche die hij meegebracht heeft en die je met één hap adem mee laat verdwijnen. Of hij iets terug kan doen vraagt hij. Mij de helft terugbetalen denk ik, maar gereserveerde Vlaming die ik ben zeg ik het niet luidop. Gelukkig snurkt de jurist 's nachts niet en na een liter melk 's morgens (ik verzin dit niet) werkt hij nog een halve liter met havermout binnen en vanaf dan is hij best te genieten. Een beetje verwarde geest maar best aardig en soms zelfs grappig.

We stappen dus samen tot even na de middag, want dan wil hij een langere stop houden. Een juridische term 'voor ik moet kakken' denk ik. Ondertussen zijn we door een copie van het landschap van gisteren gestapt met dus veel dennenbossen en oneindig rechte wegen. We stoppen enkel voor een hagelbui om onder een dikke eik te schuilen en ons broodje te verorberen.  Even daarvoor hebben we een mevrouw gezien die een aantal champignons geplukt heeft die heerlijk zijn bij een eiersla zegt ze. Pas op, er is ook verschil in dennenbossen hier, de zeeden en de grove den bijvoorbeeld en vele soorten heide en varens.

Voor de rest groeit op deze zandgrond niks dan mais. Net voor mijn eindbestemming wacht ik op een muurtje van het gemeentehuis na een slok en hap op Maurits, die me onderweg nog vertelde over zijn reizen, naar Mexico en Nepal en Zuid Afrika en Indonesië,  want zijn vrouw is kwart Indonesische en zo kwam alles toch nog goed. Hij ziet er slanker uit na zijn golden drop, de 75 jarige Brabander. Hij heeft ondertussen ook een Duitser, Klaus opgescharreld onderweg die er 32 km opzitten heeft en bij mij in de chambre d'hotes slaapt. Blijkt tijdens de avond dat er ook gelijkgestemden onder de Duitse bevolking bestaan, dus al mijn vooroordelen tijdelijk verschwunden. s'Avonds krijg ik ook nog bericht van Dominique dat hij bij onze chambre d'hotes in zijn tentje gaat slapen. En net daarvoor stuurt Miguel een bericht dat er gisterenavond bij zijn oversteek van de Pyreneeën zware storm en regen was, nadien ook sneeuw en dat 2 pelgrims zijn omgekomen en eentje zwaargewond is weggevoerd. Amai, gelukkig heb ik voor de Norte gekozen of kom ik naar huis. Bovendien vraagt Els die samen met Mark loopt( ken je ze nog) hoe ver wij zitten. Er blijkt ondertussen 250 km verschil tussen te zitten. Jullie moeten nogal Redbull drinken lacht ze. Morgen meer nieuws.

 

 

Dag 55 : Bourriot - Roquefort

Weekendblog vandaag. Er valt weinig te vertellen over de 15 km die we vandaag afgelegd hebben. Het is het verlengde van de route van gisteren, zanderige ondergrond, dennen, heide, varens, dus weinig nieuws onder de zon. Klaus en ik hebben gisterenavond in dezelfde b&b geslapen en tot een uur of 10 een wijntje gedronken.  Leuke avond.

Vanmorgen ook samen vertrokken samen met Dominique, die in zijn tentje in de tuin geslapen heeft. Dominique loopt vandaag nog 10 km verder, want kan z'n tentje opzetten waar hij wil. Klaus en ik slapen in een hotelletje. Als we vanmiddag in een koffiebar een pannenkoek eten, komt ook Maurits samen met Anna  die ik enkele dagen geleden zag en een jonge duitse studente die de camino doet binnen gestoten.

Aangezien we pas binnen een paar uur kunnen Inchecken zijn we verplicht om een pintje te gaan pakken,  want de regen is ook weer van de partij. Morgen 32 km, da's weer andere koek.

 

Dag 56 : Roquefort  - Mont-De-Marsan

Gisterenavond samen met Klaus iets gaan eten. Fijne mens met het hart op de juiste plaats. Hij was voorheen bedrijvig in de overheidssector aangaande veiligheid en gezondheid op het werk en assisteerde bedrijven daarmee. We drinken eerst een Ricard, eten dan een slaatje met gisier d'oie (ganzemaagjes typisch gerecht voor deze streek) en vervolgens een gegrilde biefstuk met frietjes en een slaatje.  We spoelen weg met een karaf huiswijn. Lekker allemaal maar te grote porties, met als gevolg dat ik een onrustige nacht heb en om 3 al wakker ben.

Om 7 hebben we afgesproken om naar de bakker langs ons hotel te gaan en een kwartiertje later zitten we op onze luxe kamer met eethoek een koffietje te drinken met een chocoladebroodje en een croissant. Half 8 stappen we uit het dorp en nog geen kilometer verder stuiten we op Anna, de Nederlandse die ik enkele dagen geleden al even zag en die ook gisteren in het koffiehuis binnen kwam. Ze vraagt netjes of ze mag meewandelen en dus wordt het een tocht met z'n drieën vandaag, want we hebben allemaal dezelfde bestemming. 

Waar Anna, de eerste keer toen ik haar zag, wat afstandelijk deed, is ze nu helemaal opengebloeid en vertelt over haar leven, haar ex die er met een ander vandoor ging. Zij die 2 jonge kinderen, een tweeling, moest opvoeden en combineren met haar werk. Haar job als coach voor mensen met bv burn out die ze terug met de juiste tools aan de slag probeerde te krijgen. Haar carrièreswitch 15 jaar geleden naar stewardess bij KLM. Haar leven als single. De verhuur van haar woonst bij Haarlem tijdens haar Camino-avonturen, dit is de 2e keer dat ze een deel doet, dit keer van Vezelay tot hopelijk het einde.

De wegen die we bewandelen zijn vandaag allemaal haast op de openbare weg, dus moeten we regelmatig aan de kant voor het verkeer. Bij het dorpje Bostens hebben we eenderde van onze afstand afgelegd en besluiten we het kerkje te gaan bezoeken, maar aansluitend is er een ruimte voorzien voor pelgrims, waar ze een koffie kunnen drinken. Daar zijn we aan toe. Als we net terug op weg zijn, sluit Julia, de jonge Duitse studente die we gisteren ook al aan het koffiehuis zagen zich bij ons aan en ook zij laat zich niet onbetuigd in de gesprekken. Kortom voor we het weten zijn de eindeloze lange wegen hier in de Landes voorbijgeschoven en besluiten we in Bougue te picknicken op een bank in een parkje. Tweederde van de afstand zit er nu op en de gesprekken lopen in het Engels verder en dan blijkt dat 3 van ons even oud zijn. We noemen ons vanaf nu de club van '59. Het gaat over muziek, druggebruik, politiek, het wereldtoneel, de big tech enz.

Het laatste stuk van de route, doen we tussen de bomen in de regen op een fietspad,  tot de 2 dames hun bestemming bereikt hebben. We nemen al kussend afscheid want zij blijven een extra dag hier om op zoek te gaan naar nieuwe schoenen in de plaatselijke decathlon. Volgende week sta ik voor dezelfde opdracht in St Jean Pied de Port. Het wordt een heftige week met veel klimmen en dalen en er wordt vanaf midden volgende week 35 tot 37° voorspeld. Ik neem ook afscheid van Klaus, want hij logeert ergens anders als ik, maar morgen lopen we gelijk naar onze volgende bestemming. 

Dag 57 : Mont-de-Marsan - Saint Sever

Zo'n beetje een overgangsetappe vandaag tussen de Landes en het bergachtige Baskenland. We zien hetzelfde beeld als de vorige dagen, met dennenbossen, afgewisseld met akkers van mais en meer bebouwing en minder grote percelen. Vanmorgen vroeg als ik op Klaus te wachten sta, passeert een jong Nederlands koppel dat in Noord Nederland is gestart en nu dik 2 maand onderweg is op hun tweede paar schoenen. Buon Camino en weg zijn ze weer. Even later is Klaus er ook en stappen we samen verder.

We krijgen hetzelfde beeld als de vorige dagen. Vlakke wegen, dennenbossen afgewisseld met akkerland vol mais en veel meer bebouwing met degelijke huizen. Halverwege de route na 11 km dus komen we in het dorpje Benque met een mooi kerkje. We stappen door tot een voorstadje van St Sever waar we de enige bank tot nu toe in beslag nemen in een parkje aan een kapel. Het zonnetje breekt stilaan door en verwarmt onze bezwete rug. Na een halfuurtje rust stappen we verder over een brede woelige rivier en dan gaat het flink bergop richting ons einddoel.

Mooi stadje met een arena, want in deze regio heerst deze sport samen met het rugby. Verder een 10e eeuws benedictijnen klooster en een jacobijnenklooster. François, de zingende Fransman komt ons nog gedag zeggen als we een pintje drinken op een terras. De enige afwezige vandaag is de koekoek.

 

 

Dag 58 St Sever - Castaignos-Souslens

2e overgangsetappe vandaag van de Landes naar frans baskenland. Allemaal onderdeel van de Aquitaine uiteraard. Klaus en ikzelf staan om 7 uur al bij de lokale spar, wat ook de beenhouwer is. Dit mooie middeleeuwse stadje bloedt stilaan dood zo zegt hij. Boosdoener de grote supermarkten aan de rand van de stad. Allez goed dat de pelgrims zich hier nog komen bevoorraden zeg ik gekscherend.  Hij kan er mee lachen en zo is onze voorraad weer aangevuld. Halfacht ontbijt in het hotelletje dat trouwens ook te koop staat en dan zijn we weg.

Klaus zal me de eerste 17 km gezelschap houden en ik doe er dan nog een 10-tal bij. St Sever ligt op een heuvel, dus als we de zuidrand bereiken hebben we direct een uitzicht. Schau dich das mal an zegt hij en wijst met z'n vinger in de verte. En dan zie ik het ook: De Pyreneeën vanop een dikke 100 km afstand. Moeilijk te onderscheiden van de wolken en gehuld in de nevel, maar ze zijn er wel. We dalen tot in een brede vallei waar vooral tarwe op de akkers staat, afgewisseld met loofbossen. Een ander beeld dan de typische lange rechte wegen in de Landes. Hier terug slingerende wegen door de akkers en de bossen , over beekjes en steeds op en afgaand. We zullen vandaag 350 hoogtemeters doen, al een voorproefje op morgen want dan doe ik er 500 en 30 km. Dat wordt pittig.

Bij Audignon worden we op een oude spoorberm toegewuifd door een herder met zijn kudde en 2 border collies om alles in goede banen te leiden. Wat verder staat een ietwat speciaal kerkje, waar we even pauzeren. Ondertussen gaan onze gesprekken over de leegloop in de kerken, onze reizen naar de VS,  het belastingsysteem in Duitsland en bij ons. Laatste wilsbeschikkingen,  rijkentaks en zo kan ik nog wel even doorgaan. Na het zoveelste bergje met uitkijk op de Pyreneeën belanden we tegen de middag in Haugetmau, waar Klaus vandaag zijn standplaats heeft en waar we een leuk 3sterren picknickplekje vinden. Haugetmau is een verrassend modern stadje, levendig en met alle faciliteiten.  We merkten ook al met het naar hier komen dat de woningen duidelijk van betere kwaliteit zijn en vooral goed onderhouden en met mooie tuintjes. Klaus heeft onderweg enkele zoete kersen geplukt die hij als dessert nuttigt. Met mijn allergie durf ik het niet aan.

Tijd om afscheid te nemen van Klaus en verder te stappen tot mijn eindbestemming. Het gaat vooral langs slingerende wegen met enkele stevige beklimmingen en met soms uitzicht op de Pyreneeën die ondertussen maar op 80 km afstand liggen. Bij nog zo'n slingerweggetje komt plots een Duitse Herdershond in volle snelheid naar me toe gelopen. Ik gebruik mijn wandelstok om hem op afstand te houden en zie dat het om een jong dier gaat dat gelukkig nog speels is. Om de hoek komt de eigenares doodleuk afgewandeld: Elle n'est pas mechant hè zegt ze. Ja halloooo. Ik kreeg bijna een hartstilstand. Geen kilometer verder heb ik al bijna opnieuw prijs. Twee grote bastaardhonden komen uit een boerderij gelopen de weg op achter mij. Het getik op de weg van mijn stokken heeft hen wakker geschud waarschijnlijk. Gelukkig komt er op dat moment een wagen aangereden, zodat ze afgeleid zijn en blijven staan. Ik maak me ondertussen stilletjes uit de voeten. De man in de wagen heeft het door en steekt zijn duim op alsof hij wil zeggen dat heb ik goed geregeld he. Ik wuif terug, klim verder en even later bereik ik mijn gîte waar ik vandaag de enige gast ben. Tijd voor wat rust, een wasje en een plasje en dan hopelijk iets lekkers te eten. 

Dag 59 : Castaignos-Souslens - L'Hopital d'Orion

Gisterenavond buiten gegeten, want het was een lekker weertje. Mijn gastvrouw Chantal is een exponent van de jaren 60. Haar ouders hadden een horecazaak in de buurt. Zij vertrok als jonge vrouw om in de horeca te werken. Eerst in Engeland, later in Amsterdam, dan naar Oostende. Daar leert ze Arno kennen en later in Brussel ontmoet ze hem weer. De geheimzinnige glimlach om haar mond is veelbetekenend.  Later treed ze op als danseres en reist ze de wereld rond. Dat doet ze nu nog steeds, zij het met traditionele dans en een orkest met traditionele instrumenten. Ondertussen komt haar anatolische herdershond mij begroeten.

Vandaag trekken we naar de traditionele regio Bearn. Ze hebben hier nog hun eigen taal, verwant aan het Catalaans. Tegenwoordig wordt de taal terug onderwezen in verschillende scholen. Ik zie de laatste dagen steeds meer ouderen met een beret op het hoofd, ook dat wordt in deze regio nog gedragen. De eerste kilometers zijn vandaag nog vrij vlak. Veel over straat ook. Over de kleine weggetjes die helemaal bol liggen kan ik makkelijk in het midden lopen, aangezien er toch geen verkeer door komt. Na een kilometet te smikkelen en voor6bij te drinken bij deze warmterzie ik een groene specht.Dat tafereel herhaalt zich bij kilometer 8 en nog eens rond kilometer 20. Ofwel volgt dat beest me, ofwel zitten hier veel groene spechten. 

Heel afwisselend landschap hier. Voor loofbos, kronkelende wegen, tarwevelden, hooiweides en diepe valleien en stevige cols. In de verte liggen de Pyreneeën vandaag in de nevel. Hopelijk morgen meer geluk. Op een bospad met losse keien duik ik de diepte in naar de vallei. Na 8 km komt de eerste klim , maar ik heb nog jus in de benen, dus dat lukt aardig. Ondertussen gaat het kwik richting 25° maar het is een vochtige warmte. Zweten dus. Bij een lokale supermarkt wil ik mijn inkopen gaan doen maar een boer toetert, komt van zijn tractor en zegt dat de chemin naar ginder is. Weet ik beste man maar ik moet ook eten he. Ik bedank hem en loop dus verder, recht in het vizier van een Nederlandse pelgrim die haar broodje staat op te eten. Ze is in Noord Nederland half februari vertrokken maar doet dagelijks maximum 25 km. Ok, ook broodje uithalen en verder dan, naar een volgende beklimming om wat later in de koelte van een bosweg wat te kunnen dalen. 

Tijd om wat te smikkelen en vooral bij te drinken bij deze warmte. Verder maar weer want er staat nog 14 km te doen en nog 300 hoogtemeters. In het middeleeuwse stadje Orthez gaat het voornamelijk naar beneden. De gierzwaluwen vliegen me hier om de oren. Over de middeleeuwse brug verlaat ik de stad richting Lanneplaa. Het wordt nu steeds meer stijgen en ik troost me met de gedachte dat er op elke col een koel biertje klaar staat. Als ik die symbolisch zou opdrinken,  zou ik zo zat als een Zwitser zijn. Vandaar het spreekwoord waarschijnlijk ook.

Als mijn tong al bijna op mijn knieën hangt, kom ik weer een Hollander tegen, een echte nu. Denkt dat ik iemand anders ben als hij me aanspreekt , maar goed, hij doet de Camino met zijn mobile home. Hij wandelt dan stukken en zijn vrouw fietst, maar aangezien zei met de fiets niet overal geraakt, neemt hij ook alternatieve wegen. Hij bekijkt het op een toeristische manier. Wat blijft er van de camino dan nog over denk ik, maar hij weet het allemaal, hoe lopen, welke schoenen best zijn, want hij heeft geen blaren, maar ook geen rugzak zeg ik. Ja neen een kleintje want hij is met de camper. En zijn schoenen zijn nog goed in tegenstelling tot de mijne. Of ik ook in Vezelay gestart ben, neen van thuis uit, ai pijnlijk. Zijn vrouw is geopereerd aan de heup, vandaar het fietsen, maar wel op een goeie Nederlandse fiets, geen Belgische. Wij hebben thans ook goeie fietsen zeg ik hem, oh ja? Welke dan? Nooit van Eddy Merx gehoord vraag ik hem? Ja daar kan hij niet tegenop. België-Holland 2-0. We gaan beiden onze weg, alleen komen de wegen terug samen in l'hopital d' Horion. Hoe kan het dat ik er eerder ben dan hij, stelt hij zich de vraag. Ja ik volg de Camino. En of er geen cafeetje is. Hij lust wel een Heineken zegt ie. Of een blonde Leffe hebben ze hier ook jen ik, dan proef je eens een echt bier. België Nederland 3-0 over en out. Ik ga op zoek naar mijn chambre d'hotes op de laatste col van de dag.

Dag 60 : L'Hopital d'Orion - Saint Palais

28 km, 474 hoogtemeters. 

Vanmorgen om 7 al kunnen ontbijten, dus om half acht vertrokken. Van de Gite tot de route is ietsje meer dan een km bergaf over de weg. Mijn gastdames laten al op voorhand weten dat de eerste stukken nadien modderig zullen zijn. Het is een echte slijkweg uit het dal. Gelukkig heb ik mijn stokken om in balans te blijven maar er kleven kilo's modder aan mijn schoenen.  Dominique had me gezegd dat hij een GR route tot Irun zou nemen en zo sneller aan de Norte kon beginnen, maar gisteren zag ik zijn naam in het gastenboek van het kerkje in l'Hopital d'Orion staan, dus heeft hij ultiem deze route toch verder gezet en gaat hij ook via St Jean Pied de Port. Ik zie verse voetstappen in het slijk dus die zouden wel eens van hem kunnen zijn.

Boven aan de berg sta ik even uit te puffen en zie ik dat ook hier fruitbomen gepland zijn ten behoeve van de pelgrims. Als ik even later op een secundaire weg stap, komt er een auto langs me rijden en ik hoor 'tu as un bon pas hein' het blijkt Cecile mijn gastvrouw te zijn. A cent metres regarde a gauche zegt ze en bonne continuation en weg is ze weer. 100 meter links, ik kijk en ja daar zijn ze weer, de Pyreneeën.  Het laat me aan mijn eerste buitenlandse reis denken, meer bepaald naar het Gardameer met mijn ouders en zus. Het was 1975 en een hete zomer, we hadden een fiatje 850 met porte bagage en we gingen met de buren naar Italië over de Brennerpas. Dat ding kreeg het haast niet getrokken naar boven en de buurman had dan nog een deel van onze tent op zijn dak liggen. Maar die eerste blik op de Alpen, de imensheid van die bergen ten opzichte van ons kleine autootje, dat zal me altijd bijblijven.  Misschien is daar mijn zin voor avontuur en reizen wel ontsproten. 

In ieder geval lijkt het hier wel berg en dal, want na elke stijging gaat het ook weer naar beneden en moet ik weer uit dat vettig dal klimmen. Na een uur heb ik al 180 hoogtemeters. Vandaag gaan we van de Beyras over naar baskenland. Ondertussen zie ik weer tientallen vlindersoorten hier  prachtig. Minder prachtig zijn de beklimmingen uit de dalen hier. Schuiven over vochtige keien, stokken die in het slijk blijven steken, zoeken waar de voeten te zetten en dan nog wegschuiven, overhangende takken waar je rugzak aan blijft haken, van links naar rechts door het water ploeteren enzoverder enzovoort.

Wel blij dat het zich in de schaduw van het bos afspeelt. Bos met eik, laurier en hulst, houdt me voorlopig lekker koel. Vandaag zie ik 2 bonte spechten, een veelvoud aan buizerds. Ik hoor een kerkuil, zie een torenvalk en een tweetal Vlaamse Gaaien. Ik ruik de heerlijke geuren van jasmijn, vlierbes en linde.

Verder zie ik een kudde damherten en bijna gelijktijdig een dooie hoefijzerslang. Als de klokken elf keer luiden loop ik Sauvetern de Bearn in, een mooi middeleeuws stadje waar ik me een broodje in een lokale bar bestel en een pintje,  want ik barst van de dorst. Het kwik heeft inmiddels de 30 ° overschreden. Na het stadje moet ik onder een brandende zon door een vallei om nadien via een bos terug aan een beklimming te beginnen. Ik ben blij als ik boven gesukkeld ben en ondertussen wat wind krijg om af te koelen. De foto's van de Pyreneeën die stilaan dichter komen brengen me terug op adem. Bij een volgend dorpje is er een bar open en ik bestel me een halve liter cola die ik op 3 minuten binnen werk. Afgekoeld kan ik aan het laatste stuk beginnen. De huisjes zijn meestal wit en hebben rood houtwerk, ramen of luiken. We komen Baskenland binnen, zoveel is duidelijk en zeker als we de eindbestemming Saint Palais bereiken. Dit was vroeger de hoofdstad van Frans Baskenland. 

 

Dag 61 , 2 maanden , Saint Palais - Larceveau

Leuk gesprek vanochtend bij het ontbijt, al hadden zowel mijn hospita als ikzelf geen goed nieuws te melden van het thuisfront. Derde speler is Veronique een 45 jarige lerares, die hier regelmatig verblijft als ze in de buurt les geeft, zoals nu. Zij heeft hier ook gelogeerd toen ze haar Camino deed of toch een stuk ervan. Op 41 laat ze zich een kind maken bij een one night stand. 4 jaar laat hij niks van zich horen en nu eist hij rechten op voor zijn zoon. Ze heeft veel in Noord Afrika les gegeven maar heeft zich nu terug geplooid naar deze omgeving als invaller, wil geen vaste stek. Chantal, de hospita doet de gite en maakt kunstwerken in glas. Haar man deed belichting voor concerten maar heeft een werkongeval gehad en heeft 2 protheses. Ik zie hem niet want hij heeft te veel pijn soms. Hij heeft een koffiebranderij en shop, nu. Boeiende verhalen allemaal. 

Ik heb een korye route gepland vandaag, 15 km maar 540 hoogtemeters. Dominique heeft gisteren de route verlaten en loopt via een gr route richting Irun, dat bespaart hem een extra dag. Ik volg de route naar Jean Pied de Port zoals gepland en zak dan af naar Irun om eventueel naar huis af te zakken of vandaar de Norte aan te vallen. We bespreken het nog met het thuisfront. Aangezien ik vanuit de vallei vertrek, weet je wat er komt. Na een halfuurtje al 100 hoogtemeters. Als ik boven een paar foto's neem lopen Tina en Steve me voorbij. Het zijn flinke stappers. Gisteren deden ze 37 km maar de hitte had hen te pakken. Vandaag dus ook een rustiger tempo en zij laten hun bagage nabrengen,  hebben dus maar een klein rugzakje.

Om de zoveel meter staat er een spiegeltje, waar je met je rugzak moeilijk doorheen kan, dan een richtingswissel en dan weer klimmen door een lariksbos. Ik heb in deze regio nog geen koekoek gehoord, maar de rest van onze gevederde vrienden doen des te meer hun best. Via een dorpje daal ik naar een vallei, maar ik zie van in de verte al wat me dan te wachten staat. Overal in de tuinen zie ik schietschijven voor het boogschieten en vaak ook rugbydoelen. En dan begin ik eraan, een bergbeklimming over romige ondergrond. Dit voelt al als de Pyreneeën. Het is 28° maar wat ik me realiseer is dat de warmte niet mijn grote tegenstander is, maar mijn rugzak. Gevuld met water ronde de 14 kg, maar wat meer is, is dat de drager gewicht verloren heeft. Dus als ik verder wil moet ik een portie naar huis sturen. De koeien lopen hier vrij rond en boven heeft iemand het in zijn hoofd gehaald een kapel te bouwen.

Sterke daling en dan weer steil omhoog naar het volgende dorpje, waar gelukkig een bar open is om de dorstige te laven en waar ook Tina en Steve zich neergepland hebben, net als een deel Fransen, want het is ondertussen wat drukker geworden. Ik eet er een broodje en hoor er van Steve dat zij in Noord oost Engeland wonen en beiden gepensioneerde politieagenten zijn en voor de 5e keer een stuk Camino doen.

Het laatste stuk is door de volledige zon, in de weiden Charolais koeien en schapen en hooiende boeren. Ik bedenk me wat ik liever heb, de hitte in de zon of de schaduw en die vervelende zwarte vliegjes, waardoor je niet kan ademen. Af en toe komt er hier ook nog een vliegende brommer door, zoals bij ons in de jaren 70 met Suzuki Rudi. Mijn bestemming komt in zicht en ik verkneukel me al in het drinken van een koel biertje. Ik beklaag Klaus die nog extra 10 km moet doen in deze hitte van 35°

 

Dag 62 : Larceveau - Saint-Jean-Pied-De-Port en laatste etappe van de Via Lemovencis.

23 mei 2026. Op 23 maart vertrok ik in Wellen en nu sta ik hier aan de Spaanse grens. Memorabel moment want zo is na de Via Limburgica, de Via Monastica en de Via Campaniensis nu ook de Via Lemovencis afgesloten. Ik zou nu voor de gemakkelijke weg rechtdoor kunnen kiezen, dus de Via Frances, maar wie mij een beetje kent, weet dat rechtdoor mijn ding niet is. Dus die beslissing is al gevallen. Ik ga langs de grens in 4 dagen naar Irun. 80 km met 2989 hoogtemeters. Dan beslissen we, naar huis of de Via Norte.

Vandaag terug op route met Klaus, want hij heeft gisteren 30 km in de hitte gedaan en meer dan 650 hoogtemeters. Hij was kapot toen hij aankwam, alleen een halve liter lokaal bier kon hem redden. Ik had er voorheen aan de bar al een paar achterovergeslagen en pas dus even, maar wie zie ik daar zitten? Henk de Hollander met weer veel praats dat wij Vlamingen blij mogen zijn dat zij on Nederlands hebben geleerd. Waarop ik, maar Wij praten ook Frans hoor. En zo gaat het jennen aan weerszijden nog een tijdje door, tot hij voorstelt om op zijn terugweg een pakketje kleren thuis af te leveren. Die zag ik niet aankomen, zeg erover na te zullen denken en betaal zijn koffie.

Maar goed , Klaus en ik dus samen ontbeten en we starten onze laatste wandeldag samen. Hij gaat ook naar Irun, maar in 6 dagen en dan van daaruit naar huis. De natuur is hier echt prachtig, maar ook weer uitdagend en we leggen de pees erop om voor de middag zoveel mogelijk kilometers te doen. Dat lukt aardig  want nog voor de middag zijn we in St Jean le Vieux op 4 km van ons doel. Ik besluit al la minute het plaatselijke postkantoor te overvallen. Met de vraag of ze een pakje naar België kunnen versturen althans.  Vervolgens een broodje bijna de bakker uithalen en naar een nabijgelegen bar, waar ik de mevrouw, na wat vocht besteld te hebben,  vraag of we ons broodje achter op het terras mogen opeten. Tuurlijk wel en meteen zitten we bij een companie petanquers. Het laat mijn gedachten naar thuis afglijden. De baan is er, het terras ook  de drank en mannen ook, alleen het uitzicht is onevenaarbaar. Tegelijk zien we hoog in de lucht tegen de bergen enkele arenden of gieren cirkelen. Hemel hoe zalig hier.

En dan belt Henk, bedankt voor het aanbod man, maar ik heb toch maar Via post verstuurd, heb jij er ook geen moeite mee, maar hij wil nog afscheid van ons nemen, daar belt hij voor terug. Onze laatste kilometers passeren we via een sportwinkel waar ik nieuwe schoenen koop en een paar kousen en doen wat voorraad in en dan rusten. Vanavond gaan we uit eten, Klaus en ik en what about the flying dutchman?

Dag 63 : vrije dag St Jean Pied de Port

Dag 64 : St Jean Pied de Port - Bidarray

23 km - 540 hoogtemeters - 34°.

Gisteren avond afscheid genomen van Klaus. Je kan hier erg lekker eten in Baskenland. Zaterdagavond een slaatje met schapen kaas, brebis, erg lekker en verder een Oxoa een stoofpotje van kalfs. Dat alles doorgespoeld met een typische witte  wijn uit de streek, erg gelijkend op Albarino. Alleen de rode wijn wordt gekoeld hier en da's zonde want je proeft de volledige ronde smaak onderliggend, jammer. Zondag was een beetje een baaldag. Voormiddag wat inkopen gaan doen, een nieuwe short gekocht, want mijn huidige zakte af. Mijn wasjes te drogen gehangen.En daar maakte ik kennis met de poetsvrouw want eigenlijk was dit de droogplek van het hotel. Ze praat met een wat eigenaardig accent en dus vraag ik vanwaar ze komt. Had ik beter niet gedaan want een half uur in de volle zon aan mijn rekker. Ze is van Allicante, maar haar roots liggen in Andalucia, maar haar man is nu een huisje aan't restaureren in Asturias waar ze na zijn pensioen willen gaan wonen. Minder warm. De job is tijdelijk voor het geld want eigenlijk is ze een actrice. Ze speelt vooral in theater maar soms ook voor tv. Onwillekeurig denk ik aan Carmen Waterslagers. S'middags gaan lunchen met Klaus met de nodige biertjes en dan de citadel van de stad opgeweest , maar voor de rest wat gerust en bekomen van de hitte. 

Tegen de avond dan terug het stad in voor het laatste avondmaal. We beginnen met een lokale cider, die erg op een Lambic lijkt, kwa smaak. Vervolgens een slaatje met huisgemaakte paté en als hoofdgerecht neem ik forel met baskische saus en eindelijk eens gekookte aardappelen, in de schil dan nog. Heerlijk. Klaus heeft voor kip op zijn baskisch gekozen, dus ook met paprika en ui en tomaat. Ook hij likt duimen en vingers af. We houden het vandaag trouwens bij witte wijn.

De man aan het tafeltje naast ons probeert wat schoorvoetend een gesprek aan te knopen. Hij hoort mij Duits praten en Klaus wil zijn Engels oefenen wegens zijn Ierse schoondochter waar hij op bezoek gaat binnenkort en dus weet de man  iet goed hoe te beginnen. Hij kiest voor Engels en we vernemen dat hij met de fiets reist, ongeveer 130 km per dag deed, tot hij gisteren tijdens het rijden beroofd werd van een fietstas met al zijn elektronisch materiaal in, reservebatterij, ook voor zijn versnellingsapparaat etcetera. En dan begint het circus natuurlijk. Hij heeft oortjes die traceerbaar zijn, maar de nationale politie verwijst naar de lokale waar hij een nieuwe aangifte moet doen om de oortjes op te sporen. Die verwijzen naar de mairie,  die met Pinksteren 3 dagen gesloten is . Kafkaiaanse toestanden dus, vooral als blijkt dat Lode, want zo heet de man, in Hasselt woont en eigenlijk van Hoeselt komt, waar mijn vrouw op dat eigenste moment dik zit te eten in de Kampernoelie. Enfin we wensen hem toch een fijne verderzetting en ook mekaar, want Klaus gaat vanaf nu zijn eigen gang, maar niet voor hij me uitnodigt om in Wurzburg de wijnfeesten mee te maken. Da's een no-brainer natuurlijk.

Dat is enkel de inleiding om te vertellen dat ik vandaag ga zweten, want 36° voorspelt men, 540 hoogtemeters wachtennop mij en vooral mijn  nieuwe schoenen. Om half 7 sta ik aan te schuiven in de rij voor de bakker. Op zijn minst 50 pelgrims zie ik doorkomen richting de grote poort. Dat is de weg richting Spanje, over de Pyreneeën. Zij zullen of 1200 hoogtemeters en 32 km doen, of de helft en in de refuge op de berg slapen, of zoals de dikke Amerikanen in mijn hotel zich met de jeep naar boven laten brengen met bagagehandling. De 8 die voor me staan zijn Britten die alleszins gaan stappen. 3 liter water nemen zegt elk mee en broodjes. Ik hou het met 2 liter, die tegen de middag al uit de radiator van een auto lijken te komen. Om 11 is de 30° al gepasseerd. 

Het is een mooie tocht, die steeds op en neer gaat op een asfalt weggetje, hooguit 1 auto breed. Het slingert zich door de bergen, omzoomd door vingerhoedskruid. Het volgt grotendeels een klaterend bergriviertje, de weg ligt vol met uitwerpselen van koeien of in het beste geval van schapen. Mijn wandelschoenen zijn dus dadelijk ingewijd. Het landschap is agrarisch met afwisselend weilanden, waar de boeren hooien, soms paarden of koeien grazen of wijngaarden, waar de lokale wijnen uit voortkomen. In de dorpjes allemaal witte huisjes met rood afgewerkt en kleine boerderijen, waar men de lokale brebis kaas maakt of andere lokale producten verwerkt.voor de rest zie ik veel vlinders alweer, zie ik bijenkorven, hoor ik krekels en vogels, vooral huiszwaluwen en zie ik de vaalgieren weer, hoog in de bergen, niet te fotograferen met mijn smartphone. Ondertussen schieten de hagedissen alle kanten uit.

Een man van mijn leeftijd heeft zich bij het werken aan een prikkeldraad bezeerd en het bloed loopt over zijn hand. Ik zeg dat ik tape en ontsmettingsmiddel bijheb en wil hem helpen, maar hij gaat niet dood van wat bloedverlies zegt hij : met andere woorden, wij zijn hier geen mietjes he. Ok dan. Hij vindt het wel heldhaftig , wat ik doe daarentegen in deze hitte...Hij zegt dat het een mooie tocht wordt vandaag en wenst me een buon camino. Ongelooflijk : die zit daar te bloeden als een rund en vindt mij heldhaftig omdat ik wat ga wandelen in de zon.

Wat verder in een dorpje, zie ik vanwaar mijn eten gisteren kwam. Een forelkwekerij namelijk, gekoppeld aan het bergriviertje. Ondertussen begint de tarmac wat malser te worden, terwijl ik de bellen van de koeien of de paarden in de omgeving hoor. Gelukkig is het laatste stuk wat meer overschaduwd tot ik in het mooie dorpje Bidarray kom. De auberge die ik tegenkom ligt maar op een kilometer van mijn hotelletje aan een rivier, maar ik zal en moet iets koud drinken. Een Cola desnoods, van baskische makelij en eerlijk beter dan pepsi. Al zetten ze me nu een Heineken voor verdorie dan drink ik hem met goesting uit. In het hotel gekomen  probeer ik het lokale bier nog eens en dat mag er ook zijn.

 

 

 

 

 

Dag 65 : Bidarray - Espelette

Gisteren nog eens terecht gekomen in een hotelletje waar de klant centraal staat. Ik kom om 2 uur ter plekke maar de Inchecken is pas om 3. De patron zegt, ik ga kijken of de kamer klaar is. De poetsvrouw is nog bezig. Weet je, drink een biertje op het terras in de schaduw van de platanen op onze kosten. Vanaf nu kom ik dus overal te vroeg. Een kwartiertje later komt de juffrouw die voor de kamers instaat me afhalen op het terras, toont me de kamer, sluit de luiken, anders wordt het te warm en drukt me op het hart de vliegenraam 's avonds dicht te laten wegens de muggen. Top. Douchke, kleren gewassen, te drogen gehangen op het ruime terras en opnieuw onder mijn boom gekropen voor nog een biertje terwijl ik mijn blog schrijf.

'S avonds komen wat jongeren naar de oude brug over de rivier en springen er vandaar in, terwijl ik mijn avondeten verorber op hetzelfde terras, geflankeerd door enkele toeristen die me waarschijnlijk maar een rare snuiter vinden,  zeker wanneer ze me na het ontbijt met mijn rugzak en stokken zien vertrekken. Pas om half 9 want het ontbijt is pas om 8 alhoewel de patron de bakker gevraagd had wat vroeger te komen omdat hij snapte dat ik met het warme weer vroeg wou vertrekken. Hij legt me nog snel de weg uit en ik ben weg. 

Er staan gelukkig maar 17 km op het programma maar wel met meer dan 500 hoogtemeters en dan met deze hitte. Hier kruipen ze onder een steen van 12 tot 4. Gelukkig lopen de eerste kilometers vrij vlak en vooral in de schaduw van een bomenrij. Met doorkijkjes op de rivier la Nive, die trouwens ook door St Jean Pied de Port loopt. De weg wordt weinig gefrequenteerd door gemotoriseerd verkeer, behalve enkele motards, die als gewoonlijk hun hand opsteken of hun voet uitsteken als ze me passeren. Één voetganger kom ik tegen, Jean is 84 en wandelt elke dag nog 5 km op 2 stokken. Ik feliciteer hem daarvoor maar dat ik 1500 km tot hier gelopen ben, daar is zijn verstand te klein voor. Enfin hij wenst me een goeie chemin.  Wat verder merk ik een auberge op met een michelinster. Had ik da geweten... enfin veel fietsers op deze weg en het is bijna zo dat die mannen wereldwijd hebben afgesproken: 1 negeer andere personen op de weg maximaal, 2 vermijdt absoluut een bel op je fiets, men zou je kunnen horen aankomen en 3 we gaan ervan uit dat wij altijd voorrang in het verkeer hebben. Een wielertourist die me tegenkomt knikt met zijn hoofd naar links, met andere woorden ga naar rechts eikel  3/4 e van de weg is van mij. Enkele achtergebleven wieler- en andere toeristen spreken mijn statement tegen, want zij zeggen wel vriendelijk goeiedag.

Vlak voor ik na 10 km aan de beklimming wil beginnen wil ik graag bij een lokale bar iets koel drinken, maar de zaak is dicht, dus moet ik het met lauw water stellen, want het is intussen 32°. Dan maar zonder, maar ik raak niet ver want een Frans toeristenkoppel wil een foto van mij met rugzak en schelp. Alles willen ze weten van me en na een kwartiertje kan ik er dan toch aan beginnen. Mijn nieuwe schoenen krijgen alle soorten ondergrond te verwerken, dus een goeie test en gisteren heb ik maar 1 extra blaar opgelopen op 22 km, dus ik beslis mijn oude schoenen vanavond in de vuilbak achter te laten. Toch  eer 500 gr uitgespaard, da's een klein flesje water extra, want het zal nodig zijn. De ultieme test voor de Noordroute komt er morgen aan. 27 km en meer dan 700 hoogtemeters in een temperatuur van 34° , dat wordt zwaar. 

Van de tocht vandaag kan ik nog vertellen dat het een wondermooie tocht was. Op een gegeven moment was een vaalgier met de thermiek mijn richting uitgezweefd op enkele 10 tallen meters van me. Hemels. Achter elke bocht ook weer een ander prachtig uitzicht. En dan kom ik vanuit de hoogte Espelette binnen. Ik was de ganse dag piekerend , die naam komt me bekend voor en zodra ik het stadje binnenwandel weet ik het natuurlijk. Je ziet de pepers overal tegen de gevels hangen. Nog wat inkopen doen, restaurantje zoeken, eten en drinken voor morgen inslaan, naar de pharmacie voor compeed, steriele doekjes en zonnecreme want die gaat er hier vlot door.

Ik weet niet of ik morgen een blog schrijf maar die krijg je dan nadien wel.

Dag 66 : Espelette - Urrugne

Vanmorgen om 6 uit de veren, om 7 bij de bakker. Ik ontbijt onderweg wel. Een mevrouw die ook staat aan te schuiven wenst me veel sterkte. Merci Madame. Ik wil ook een gekoelde Cola meenemen.  C'est un de chez nous hein zegt de dame. Bain c'est bon hein zeg ik mieux que l'original. Dit kan niet meer kapot  applaus van op alle rijen. Eeen trots volk die Basken, binnen Frankrijk hun eigen taal, hun eigen cola, je vind hier geen amerikaanse alternatieven. Hun eigen bier , geen Heineken of andere zever en ze houden van de Vlamingen. Zelfde historie, ander verhaal. Europa zou hier nog iets van kunnen leren. Zodra ik uit Espelette kom moet ik onmiddellijk aan de eerste col beginnen. Het is nog koel nu en de benen lijken goed. Na een uur stappen 200 hoogtemeters en 4 km gestapt. Een traag stijgende col dus en op asfalt, zo mogen ze er meer neerleggen.

De uitzichten zijn weer fenomenaal, echt waar deze laatste dagen in de uitlopers van de Pyreneeën zijn prachtig als je van mooie uitzichten houdt.  Met zicht op zo'n heuvel neem ik mijn ontbijt. In de weiden lopen hier vooral schapen of is er gehooid. Één uitzondering, op een nabijgelegen terrein wordt er gewaarschuwd voor explosies en mijnen. Amai en dat met een draadje van niks errond van een halve meter hoog. Na de tweede col word ik boven onder een kersenboom op wat schaduw getrakteerd. Rugzak af, half litertje water drinken, da's weer minder gewicht voor de volgende col en een plasje. Vanuit de kust waait er een licht zeebriesje, heerlijk om de armen te spreiden en alles eens te laten verluchten. Voor de dames onder ons, zelfde volgorde. Als je je laat verlichten en je hoort een fluittoon staat je broek nog open van het plassen. In de verte hoor ik het Franse leger schieten, tenzij het de Russen zijn die hier bezig zijn, want ik heb al 2 maand geen nieuws meer gehoord of gezien.

Mijn 3e col doe ik om elf in volle zon. De weg wordt opgevrolijkt door een aantal paarden die vrij op de weg lopen. In de berm wilde munt en bij de lange afdaling op een rotsige zandweg  nog meer paarden, bloeiende heide en in de verte, de kust. Hier worden ook varkens gehouden voor de heerlijk gerookte hammen. Een busje toeristen komt de wilde paarden bekijken en een korte beklimming van een berg doen voor het mooie uitzicht waar ik de ganse morgen al van profiteer. Ik hoor de camera's achter me klikken als ik passeer. In hoeveel fotoboeken ga ik terug te vinden zijn?

De zee komt dichter, de bries komt en gaat en waar blijven ze die verdomde cols vinden? Bekaf kom ik in mijn chambre d'hotes, die dan nog uitgebaat blijkt door een Vlaamse. 

 

 

 

Dag 67 : Urrugne - Hendaye - Irun

Gisterenavond op mijn dooie eentje naar het dorpje Urugne gegaan. De chambre d'hotes in al zijn glans en glorie biedt geen avondeten aan. Veel te duur betaald, trouwens, wel met whirlpool en zwembad waar ik geen bal aan heb, maar goed er waren geen alternatieven. De prijzen zijn hier vlak bij de kust trouwens het dubbele van in het binnenland. Ik dus na een zware wandeldag terug naar het dorpje waar ik me om 5 op een stoeltje op een terras van de lokale bar neerslaat. Een lokaal biertje graag. Met veel plezier kijk ik om me heen. Iedereen komt na het werk iets drinken, de vrouwen met de kinderen zitten er eerst, dan komen de mannen van het werk,. Iedereen kent iedereen, Iedereen praat met mekaar. Er wordt gedronken, gelachen, gediscussieerd, gezongen. Ik voel me thuis, ik praat Frans, dus wordt mee in de gesprekken betrokken, ik ben geen gewone toerist. Dit is mijn tweede thuis. Ook in Espelette gisteren had ik dezelfde ervaring. Dankzij die fucking Britse toeristen. Nadien ga ik Tegenover vragen of ik vanavond nog kan eten hier en wordt met open armen ontvangen. Lekker gegeten en betaalbaar en als een koning bediend.

Vanmorgen uitgebreid ontbijt aan 'de pool'  door de Vlaamse host en haar Franse echtgenoot geserveerd. Alles tip top maar ik ben de enige, de rest komt minstens een halfuurtje later. Als ik vertrek en de ontbijttafels bevolkt zijn, vertrek ik als een verschijning. Deze mensen inclusief de uitbaters hebben geen benul wat een pelgrim meemaakt op zijn weg.  Wat een overlevingstocht het soms is. Ik word als een rariteitenkabinet verkocht. Mijnheer heeft 1500 km gewandeld en gaat er nog 850 doen. Hou toch op, ik wil hier zo snel mogelijk weg, terug tussen de echte mensen.

Aan de overkant van de villawijk en het dorp, wordt ik bam terug in de realiteit gesmeten. Het boerenleven in al zijn glorie. Heerlijk, stront van koeien en schapen op straat. De boer die, op zijn bouwvallige tractor,  naar zijn land rijdt en zijn hand opsteekt omdat je hem laat passeren. De geur van mest en koeien en pats right in your face een helling van 180 meter en een kuitenbijter, geloof me. Er wordt precies een warm deken om me gelegd, maar ik zweet het uit en boven krijg ik terug lucht. Ik zie een grijsharige vrouw met rijbroek haar paardenstallen uitkuisen en dan telefoon. Proximus vraagt het niet, ze gaan gewoon een afspraak vastleggen. De mevrouw op 100 meter in de paardenstallen heeft begrepen dat ze mij niet meer gaan bellen. WTF denken ze wel. Ondertussen komen ook 3 honden op me afgelopen, dus nog wat extra decibels om ook die op afstand te houden.

Ondertussen gaat het terug bergaf en is mijn bloeddruk terug op peil en dan kom ik in Hendaye aan de kust. Dit is het eind van mijn Franse tocht. Ik neem 3 uur vakantie, laat de foto's voor zich spreken. Na een uur ben ik het eigenlijk al beu, maar goed, ik kan pas in Irun in mijn hotel om 5, dus wandel ik drie keer op en af de strandboulevard. Iemand spreekt me aan of Compostella het doel is, ik eet een falafel onder een palmboom , ik drink een tonic op een terras, fuck ik wil wandelen en vertrek. Aan de jachthaven komt een hond naar me toe, met een mevrouw aan de leiband. Hij heeft blijkbaar 75% borderroots, de mevrouw 100% Zwitserse roots. Ze spreekt Frans want heeft in Luik na haar studies in een uitwisselingsprogramma gezeten. Ze spreekt ook Duits, want dat is haar moedertaal. Ze heeft 30 dagen pelgrimstocht erop zitten met haar hond. Geweldig, maar ze twijfelt en had hier ff een break nodig. Of ik haar hond in de zee gezien kan hebben. Ja hij houdt van de golven. Zij wandelt nog even met me mee en behoort ook tot de 59 club, waar Anna en Klaus ook toe behoren en het toeval wil dat zij mekaar in Espelette mekaar vanavond ontmoeten en Anna's verjaardag van gisteren moet daar nog gevierd worden.

Irun is een grote stad en ik ben een uur te vroeg, dus vlak bij het hotel een bar opgezocht met de klassieke Spaanse taferelen  want ja we beginnen morgen aan de Norte route van hieruit. Gezelligheid troef. Een tafeltje kleinburgerlijke nette dames met een wijntje na een post etentje. Een tafeltje van 3 dames van het platteland waar bier gedronken wordt en veel gelachen. Aan de toog de klassieke mannelijke tooghangers waaronder ikzelf en dan nog een tafeltje moderne alternatievelingen, die de zaak eigenlijk niet speciaal genoeg vinden maar toch dorst hebben en dan aan de gokmachines, zij die hier dagelijks hun sociale inkomsten komen verspelen in de hoop ook met de jackpot naar huis te gaan. Dit is het Spanje of Baskenland als je wil waar ik van hou.

 

 

 

Dag 68 : Irun - Errenteria

Gisterenavond nog uit gaan eten. Altijd een gezellige bedoening tussen de Spanjaarden eten. Steevast wordt er te hard gepraat, kinderen die spelen. Het tafereel speelt zich af op het door platanen overschaduwde centrale plein dat door de omliggende horecazaken graag als terras wordt gebruikt. Ik probeer mijn menu in het spaans te bestellen en dat wordt duidelijk geapprecieerd door de serveerster van dienst. Tenminste eentje denkt ze die zijn best doet. De Engelsen daarentegen....Ondertussen zit ik daar wel in mijn besmoeseld t-shirt dat al 2 maanden in mijn rugzak zit en niet meer proper te krijgen is, terwijl de Spanjaarden keurig opgekleed zijn en zich zo van de shorttoeristen distantiëren. Het blijft ondertussen snikheet terwijl de mussen en duiven de restjes op tafel en eronder verorberen. Bij de afrekening merk ik dat ze een glas wijn vergeten zijn aan te rekenen. Mijn serveerster is me eeuwig dankbaar. Mensen komen al eens reclameren als ze denken teveel te moeten betalen , nooit andersom zegt ze. Ik denk dat zij de kastekorten moet bijleggen, enfin 7 keer heeft ze me bedankt. Soi un peregrino belga zeg ik al lachend, no tourista.

Vanmorgen opgestaan met een mottige maag, vannacht 2 keer naar het toilet moeten spurten. Of het van het dessert, de citroentaart , gisterenavond was of van het broodje met falafel gisterenmiddag weet ik niet, maar ik zou liever nog een paar uur in mijn bed blijven liggen. Ondertussen is vlakbij het treinverkeer op kruissnelheid gekomen en ook de vliegtuigen vliegen gestaag over. Toch maar opstaan en op zoek naar ontbijt al is het niet van harte als ik het mijn maag vraag. Net Tegenover mijn hostel, aan de brede boulevard ligt een eettent waar je ook kan ontbijten. De serveerster stelt me op de proef door wat strijkkralen te stellen, kwestie van die toeristen toch wat voor schut te zetten. Maar ik weet me uit de slag te trekken en even later zit ik voor 2 chocobroodjes en een grote koffie zonder melk. In mijn rugzak heb ik 2 sandwiches met ham de Bayonne weggestopt voor vanmiddag.

Dan vang ik mijn tocht aan weg uit de stad. Het is 19° en flink bewolkt en de mist valt een beetje. Dit is dus het begin van de Via Norte. De weg staat op alle mogelijke manieren aangegeven.  Ik wordt onmiddellijk terug in de rurale wereld gekatapulteerd. De dorpjes zijn hier nog kleiner, de mensen nog vriendelijker en de boerderijtjes nog ouder dan in Frans Baskenland. Over een rotsig pad word ik een bos ingeleid met een behoorlijke steiltegraad. Na de eerste col blijft er nog 220 van de 475 hoogtemeters te doen

In een kerkje boven op de berg staat een prachtig madonnabeeld : Senora de Guadeloupe. Althans ik dacht dat ik de berg overwonnen had, maar het tweede stuk over een zanderige weg door de bossen moet niet onderdoen voor het eerste deel. Veel kastanjebomen eik en sparren in deze regio. Ondertussen miezert het nog altijd en van de mooie uitzichten door de mist fotograferen komt ook niks in huis. 2 dames met een propere rugzak lopen voor me en even later haal ik ze in. Het blijken Franse pelgrims te zijn die een paar weken stappen. Of om het met de woorden van Hugo te zeggen, van die teringwijven die 14 dagen op voorhand elke refuge boeken op de weg om dan in de helft niet te komen opdagen. Zo zien ze eruit ja, althans de hautaine van de twee. Goed ik stap dus door en even verder kom ik nog in het spoor van een pelgrim. Het blijkt de Poolse Barbara die met veel gebaar probeert duidelijk te maken in haar beste Engels dat ze er al 3 maanden heeft opzitten en via Duitsland, Nederland en België door Frankrijk getrokken is tot nu in Spanje, maar ze worstelt met zichzelf, eigenlijk vooral met haar voeten, blaren dus. Ze doet dan ook maar korte etappes, net als ik momenteel met mijn nieuwe schoenen. Ik sla af richting mijn eindbestemming en zij gaat naar de hare en zo staat er weer een nieuwe ontmoeting op het lijstje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 69 : Errenteria  - San Sebastian

 

 

 

Korte wandeling van de ene stad naar de andere met tussenin een bosstrook en een paar honderd hoogtemeters. Al bij al niet veel over te vertellen.  Veel toeristen, da's duidelijk. Er wordt meer Engels dan Spaans gesproken en da's even ontwaken uit mijn pelgrimdroom. Ik heb nu al spijt dat ik een extra dag geboekt heb. Maar goed. Ik ga ervan uit dat morgenochtend rustiger gaat zijn, dus ga ik dan voor dag en dauw proberen het oude stadsdeel te bekijken. 

Ondertussen heb ik mijn kleren nog eens opgefrist in een wasserette. Ook mijn baard wou ik nog een beurt bij de barbier geven maar die was druk bezet en dat kan wachten. Vanmiddag in een bar waar alleen Spanjaarden zaten aan de andere kant van de stad wat pinxtos binnengespeeld. Dan via een gekende bakker geweest voor wat zoetigheid namiddag en dan een terrasje gedaan en een stempel bij de toeristische dienst gehaald. Ook wat nieuwe boekingen gedaan op basis van routes die ik gisteren berekend heb. Volgende week een paar dagen van 6oo en zelfs meer dan 800 hoogtemeters. Dat wordt pittig dus. Ondertussen is het weer langs de kust hier plots omgeslagen tot rond de 20 graden en mogelijk wat regen. In tegenstelling tot het binnenland waar het stevig warm blijft.

Dag 70 : San Sebastian

Vandaag een vrije dag voor een stadsbezoek in de ochtend van de oude stad nu de toeristen hun roes nog liggen uit te slapen. Gisteren spandoeken en plakkaten gezien over de onafhankelijkheid van baskenland. We zijn ondertussen vergeten dat hier ook ETA aanslagen plaats gevonden hebben. Vanmorgen als ik ze wil fotograferen is alles weggehaald. 

De ganse dag ook groepen muzikanten en zang en dansgroepen die door het stad trekken . Voor de rest spreken de foto's voor zich

Dag 71 : San Sabastian - Getaría

Genoeg geluierd, na een klotenacht om iets na 7 na een geïmproviseerd ontbijt vertrokken uit San Sebastian. Veel te veel Pinxtos gegeten, albarino gedronken, patékes gegeten en kleine koffietsjes gedronken. Maar WTF het leven is al zo kort. We vertrekken met veel goesting aan de stapdag van 27 km en 530 hoogtemeters. Geen idee hoe het met de conditie is. Ik moet langs de strandpromenade en mijn longen krijgen een extra dosis zee-aerosolen te verwerken. Mijn huid kleeft een paar minuten later al van de zilte zeelucht. Een meeuwen schreeuwt boven mijn hoofd  gedreven door de westenwind. Een vriendelijk uitziende Spanjaard komt naar me toe of ik Spaans spreek. Un poquito. Hij begint dan maar in het Engels. Hij doet een enquête voor de toeristische dienst en of ik 5 minuten tijd heb. Ok. 5 minuten worden er al snel 10. Waarom ik er ben, waar ik gelogeerd heb, wat ik besteed heb, vanwaar ik kom etcetera. Wat ik het minst plezant vind aan de stad : Te veel toeristen claim ik. Hij knikt bevestigend. Waarom ik er even wou pauzeren. Omdat de stad alles heeft  een mooi strand, lekker eten, een mooi oud stadsdeel en shopping in het nieuwe deel. Enquête afgelopen. 

Ik dus verder, tot ik 300 meter verder 2 pelgrims passeer. 2 jonge Iraniërs die naar Spanje gekomen zijn om te werken. Ze werken allebei freelance in de IT. Hij heeft bijvoorbeeld een AI- tool ontwikkeld voor banken zoals secure4you bij ons. Top. Ze combineren hun werk met online werken in de namiddag en doen gedurende een maand dus kleinere etappes. Mooi. Lieve mensen ook, geletterd met een duidelijk zicht op hun corrupte overheid, die ze maar graag zouden vervangen zien, maar ook geen fan van wat de Amerikanen momenteel doen. Ze willen wel graag ooit terugkeren. Het land heeft zoveel te bieden zeggen ze. Ik geloof hen onvoorwaardelijk. Mijn dag kan nu al niet meer stuk, maar bij de eerste hellingen laten ze me lopen. We wensen mekaar buon Camino en even later pik ik een tweetal heren op die weinig van zeggen zijn. Het blijft even op en neer gaan met rechts doorkijkjes op de blauwe oceaan, links op de groene bossen en de bergen. Ik zie koeien, schapen ook en hier en daar kleinere stukjeswijnbouw.

Zodra ik door een eerste bosstrook met een pittige afdaling loop passeer ik twee dames, enfin eentje eigenlijk, want de tweede staat met haar witte billen bloot in de boskant. Ja meid laat de poes maar pissen he. Bij een volgende neerwaartse passage over een reeks afgesleten stenen, kom ik opnieuw een vrouwelijke pelgrim tegen . Gelukkig heeft het niet geregend, claim ik, dan zou het wel eens gevaarlijk glad kunnen worden. Ze beaamt, Sanne heet ze en ze is Nederlandse. Eindelijk nog eens in mijn eigen taal kunnen praten, aangenaam. Sanne heeft net ervoor nog een Nederlandse ontmoet. Zou dat Anne kunnen zijn? Die is vandaag ook in San Sebastian vertrokken. Bij de plaatselijke pelgrimsbar komen we de Nederlandse tegen, maar het blijkt om iemand anders te gaan. We nemen een koffietje en stoppen iets in de donativo box, terwijl de verantwoordelijke een blok eigengemaakte kaas aan Sanne slijt. Nu nog brood vinden en ze komt de dag door. We besluiten samen verder te wandelen, vertellen over ons werk, ons leven, de tegenslagen, maar ook de vreugde en waarom we hier zijn. 

Sanne is een lieve vrouw met het hart op de juiste plaats. Ik assisteer haar met het vinden van de juiste tools voor onderdak voor de volgende drie weken, want zolang blijft ze hier lopen op de Camino, deze kunstenares uit Amsterdam. Daarbuiten werkt ze ook nog voor diverse bedrijven als freelancer. Haar ex man kunstenaar, haar zoon acteur, haar dochter studeert psychologie en archeologie en het lijkt mij een warm gezin waar iedereen zijn plekje heeft, zelfs de poes. We besluiten op de camping waar ze logeert te picknicken en nemen nadien met enige weemoed afscheid. Maar ik moet nog een kleine 8 kilometer lopen en ik krijg nog een aantal mooie vergezichten en prachtige turkooise baaien voorgeschoteld. De stad Garautz valt me tegen. Het lijkt wel een Belgische badstad met hoge flatgebouwen aan een dijk en trapjes af naar het strand. Leuker vind ik het in mijn bestemming Getaría, kleinschaliger, een oud vissersdorpje waar een gezellige sfeer heerst, zoals je dat in Spaanse dorpjes tegenkomt. Me straks even laten verwennen in het lokale visrestaurant. Ondertussen als ik deze blog schrijf zit ik aan een tafeltje aan een strandbar een tonic te drinken als de lokalen stilaan binnengesijpeld komen. Tegen 7 zit de tent behoorlijk vol. Zo gaat dat hier elke avond 7 op 7.

Dag 72 : Getaria - Deba

Vanmorgen ontwaken in het vissersdorpje Getaría, betekent gewekt worden door het geluid van de meeuwen, de geur van de zilte zeelucht, een gestaag draaiende dieselmotor van een rode vissersboot die de haven binnen vaart. Hier en daar een wandelaar langs de branding van de oceaan. De lokale bakker bezorgt me mijn middageten. Ontbijten doe ik in mijn pension met uitzicht op zee. Heerlijk ontbijt. Mijn wandelschoenen aan en rugzak aangegespt en uitzonderlijk vertrek ik laat om 9 uur. 17 km is de afstand maar wel 650 hoogtemeters. Uit het dorpje komen betekent al klimmen vanaf de eerste minuut en dat gaat het eerste uur gestaag door. Wat me opvalt is de speciale vorm van de wijnranken. Voor de typische Baskische witte wijn, Txakoli, worden de wijnstokken vaak op pergola-achtige constructies geleid. De druiven hangen dan onder het bladerdak, beschermd tegen overtollige regen maar toch goed geventileerd. Dat is wel nodig in dit klimaat zo zal ook vandaag blijken.

Als ik puffend en kreunend boven op één van de cols beland, staat een Spaanse schone me met een glimlach aan te kijken. Ze wenst me een goeie verderzetting. Ik bedank haar. Even later als ik Gerald, een Engelse loodgieter uit Norfolk, die tegenwoordig in London woont en werkt, me zie voorbijsteken bij het nemen van een foto, klamp ik aan. We lopen samen verder en hebben een leuk gesprek. Tot er een behoorlijke bui naar beneden valt, gepaard gaande met forse windstoten. Voor we onze regenkleding aanhebben zijn we al doordat. Even verder pikken we een jonge duitse op, die net als Gerald voor enkele weken de Camino doet. We dalen af naar de stad Zumaia. Onderweg hadden we prachtige foto's kunnen maken van de stad in de baai, ware het niet dat onze smartphone tilt slaat van al die regen. Tegen we beneden in de stad zijn wil de Duitse zich omkleden in een winkel omdat ze koud krijgt van al die natte kleren, terwijl Gerald en ik naar boven uit de stad klauteren in de wind en de regen. 

Even verder, uit de stad en bij een parking terug in de natuur, staat een oude bekende onder een enorme blauwe cape, de Nederlandse Anna. Ik stel haar voor aan Gerald en dan moet er beslist worden. Neem ik de gevaarlijke maar mooie route langs een rotsig kustpad of de veiligere route door de bergen. Ik besluit voor het 2e te gaan, gezien de weersomstandigheden en de slechte visibiliteit. Ook Anna neemt dit veilige besluit met haar hoogtevrees, terwijl Gerald in zijn jeugdig enthousiasme voor de kustweg kiest. We wensen mekaar buen camino en gaan onze eigen weg. Anna blijkt ook voor de ranch gekozen te hebben waar ik overnacht. En zo stappen we samen verder door bossen, over glibberige stenige paden tot we ons einddoel bereiken. Ondertussen is de lucht opgehouden met druilen en kunnen we de prachtige stieren aanschouwen die op de ranch Perlakua Saka in Itziar bij Deba worden gekweekt  De familie Arrizabalaga zet er nog steeds de traditie voort van de "Marqués de Saka"-stieren, die worden ingezet bij stierenfeesten in Gipuzkoa, Bizkaia en Navarra.
Het gaat vooral om toro bravo-achtige dieren voor populaire Baskische en Navarrese stierenfeesten(Zezenak geheten) en in hun eigen corrida ook optreden of in films gebruikt worden.

Bij veel dorpsfeesten worden stieren of koeien losgelaten in afgesloten straten of pleinen. De deelnemers proberen de dieren te ontwijken of uit te dagen. Vaak gaat het om lokale volksfeesten waarbij de dieren niet noodzakelijk worden gedood. De bekendste vorm is de stierenloop (encierro) van de Sanfermines in Pamplona. Daarbij rennen mensen voor een groep stieren uit door de straten van de stad. Deze traditie ontstond oorspronkelijk uit het verplaatsen van stieren naar de arena. Benieuwd of we vanavond guisado de Toro gaan krijgen, of beter nog pidio criadillias de toro.

Dag 73 : Deba - Markina Xemein

Anna en ikzelf hebben afgesproken om vanmorgen over een ezelspad steil naar beneden naar Deba te vertrekken om 7 uur. Zo geschiede. We vinden volgens de aanwijzingen van de rancheigenaar een bakkerij die al ooen is en ons van ontbijt kan voorzien. Vervolgens kopen we in het lokale winkeltje nog wat spullen om onze dagvoorraad op peil te brengen. Anna spreekt een aardig mondje spaans en da's wel handig in deze.

Vervolgens beginnen we aan onze wandeling in ons eigen tempo, da's de afspraak. 25 km staan op het programma met een hoogteverschil van 820 hoogtemeters. Dit wordt de zwaarste etappe tot nog toe naar Marquina. Ik begin direct na de oversteek van de rivier aan een hoger tempo en laat Anna achter me. Het is droog en mooi weer. Maar het is zwoegen naar boven. Onderweg zie ik overal wandelaars lopen. Een Nederlander die al wat ervaring heeft van vorige tochten is samen op stap met een Zweedse. Ze hebben elkaar bij een vorige wandeltocht naar Compostella leren kennen en doen dit nu al voor het 4e jaar samen. Ik stop en maak een foto en als ik mijn drinkbus aan mijn mond zet hoor ik een bekende stem naar me roepen. Het is Sanne die naar me toe komt lopen. Ik ban aangenaam verrast  maar wel vooral verrast dat zij op enkele dagen al zover is opgeschoten,  maar met haar achtergrond als hardloopster in haar vrije tijd beschikt ze over een prima conditie. We lopen samen verder tot een kleine bar waar we even pauzeren nemen. De Nederlander is er ook en heeft een taxi besteld voor een Duitse vrouw die niet meer verder kan wegens blaren en een beetje in paniek is. Wij drinken iets  tot Anna zich ook terug bij ons aansluit. Er wordt wat gepraat en gelachen en gegeten en gedronken en dan is het tijd om de volgende col te bedwingen.

Anna kiest haar eigen rustiger tempo, maar Sanne blijft netjes bij me en dat blijft zo voor de rest van de dag. Als we niet klimmen kunnen we wat praten, waardoor ze me ook corrigeerd over haar dochter, ze studeert filosofie ipv psychologie. Just is just wor, maar bij het klimmen vallen de gesprekken meestal stil om de ademhaling in het juiste ritme te houden. Overal zien we ondertussen prachtige vergezichten, horen we de schapen- of koeiebellen loeien en onder de schaduw van enkele eucalyptusbomen eten we ons broodje. Een steen dient Sanne als bankje en later ook Anne als ze komt aansluiten.

Dan beginnen we aan de uitdagende afdaling richting Guernica. Sanne huppelt voor me op als een jonge hinde en ik probeer me te concentreren op de losse stenen op de weg om een tweede Noorwegenscenario te vermijden terwijl we een hele bende wandelaars voorbijsteken. Dit lijkt hier meer op een toeristische trekpleister dan op een camino. Enfin als we eindelijk Marquina bereiken, zijn we allebei toe aan een biertje. Sanne stapt na ons warm afscheid verder naar haar albergue  terwijl ik mijn appartement ga opzoeken. Doodmoe maar voldaan kunnen we deze dag van ons lijstje afvinken.

 

Dag 74 : Markina Xemein - Guernica

Vandaag een korte blog want het was in één woord een klotedag. Vanmorgen om 4 al wakker en de slaap niet meer kunnen vatten. Opgestaan en het voelde als loodgieter in de benen. Ja dan weet je het wel. Afspraak gemaakt met Anna om samen te gaan ontbijten, want haar Spaans is een stuk beter dan het mijne. Ik worstel met de overgang van frans naar spaans.  Zij ook wel zeggen ze maar toch veel minder zo lijkt me. Ze heeft wel een tijd door latijns Amerika getrokken toen ze jonger was. Peru, Ecuador en Bolivia en daarvoor ook een cursus Spaans gehad. Mijn doosje met Spaanse woordenschat zit ergens achter in mijn hersenpan en ik heb het sleuteltje nog niet gevonden. Het broodje met koffie smaakt en de Zweden die langs ons zitten en voor enkele weken stappen, vallen bijna van hun stoel als ze horen dat ik al meer dan 1600 km heb gedaan.

Na het ontbijt gaan we allebei afzonderlijk stappen, dat is de afspraak. De cruciale vraag is, wat trek ik aan want er wordt regen voorspeld. Toch maar gekozen voor regenjas en regenbroek en na de eerste klim al dik spijt van, want het miezert slechts een beetje. Mijn t shirt is echter al nat van het zweet. Bij de volgende klim ben ik dan weer tevreden van mijn vestimentaire keuze want dan begint het plots wat meer te druppelen, maar nog altijd ontzettend warm en dikke benen.

Bij het leuke plaatsje Ziortza Bolibar zit op een overdekt terrasje mijn Nederlandse vriendin Sanne, met 2 companen.  Een jonge Gentenaar die blijkbaar al van me gehoord heeft , hoera ik ben beroemd, en een Tjech waar Sanne aan verknocht is omdat hij de beste herbergen steeds weet te vinden. Sanne biedt me een drankje aan en ofschoon ik zelden iets afsla behalve vliegen, besluit ik wijselijk door te stappen nu het even droog is. Er staat ons dadelijk weer een klim te wachten over gladde stenen en dus is er opperste concentratie nodig. Sanne zal hier straks weer over huppelen als een berggeitje bedenk ik me. 

De regen krijgt me steeds meer in zijn greep en tegen een uur of 1 vind ik eindelijk een plekje waar ik een stuk brood en kaas kan verorberen onder een afdak. Na 5 minuten staan hier 15 pelgrims hetzelfde te doen dan ikzelf. De meeste onder hen toeristen die slechts enkele weken zullen blijven.

Na mijn herstart, blijft het op en af gaan en nog harder regenen en dan mis ik nog ergens een afslag waardoor ik op een dood spoor kom te zitten en helemaal terug moet of over een rivier zien te komen, maar met deze stroming waag ik dat niet. Ondertussen zijn de bospaadjes trouwens zelf kleine beekjes geworden met natte voeten als gevolg. Als een verzopen kat kom ik om 4 in het hotel aan. Minstens een uur later dan verwacht. Ik voel me net zo als toen ik voor de eerste keer in een deftig restaurant in Parijs ging eten en de taxi ons afzette aan de oprijlaan  maar die bleek veel langer dan verwacht en de regen gutste naar beneden. Gevolg : in mijn nagelnieuw kostuum als een verzopen kat aangekomen in le Doyen. Iedereen chique opgekleed en afgezet met een dure taxi, behalve wij dus

Dag 75 : Guernica  - Bilbao

Vandaag staat de koninginne-etappe op het programma al wordt ze in de lectuur zo niet beschreven en worden de vorige etappes als zwaarder beschouwd. Maar met 32 km en rond de 930 hoogtemeters, mag dat toch tellen als je weet de de Pyreneeënoversteek van de Via Frances 1200 hoogtemeters telt. In ieder geval tellen ook weersomstandigheden en ondergrond een behoorlijke rol, kijk maar naar de etappe van gisteren. Alleszins is alles nog vochtig van gisteren, de rugzak, de schoenen, gelukkig zijn mijn zooltjes droog. Een ander voordeel en da's toch wel luxe, is dat ik een koelkastje op de kamer heb, waardoor ik de drank en mijn eten goed gekoeld kan meenemen. Verder kan ik ook nog eens om 7 ontbijten in mijn hotel, wat zeer uitzonderlijk is hier in Spanje, maar deze mensen zijn afgestemd op de pelgrims.

Gisteren gaan winkelen, dus weer overmatig aankopen gedaan en dus weer extra gewicht in de rugzak. Ik kan het niet laten he. Bij het uitkomen de stad, nog rap wat foto's van de mooiste monumenten maken, terwijl een bezemveegwagentje van de stad al druk in de weer is. Je merkt dat in alle steden daarin geïnvesteerd is. Zo blijven ze netjes en proper en vrij van ongedierte, als je de toeristen even niet meetelt.Zodra ik uit de stad loop kom ik al snel in het groen, terwijl iedereen zich ondertussen haast, net zoals bij ons. Ik bedenk me dat de Spaanse Basken weinig toegankelijk zijn, maar dat heeft misschien ook te maken met mijn beperkte woordenschat. Want gisteren toen ik tussen de serres met paprika's of pepers liep, waar een zwarte medemens onder een luifel zat te luieren, kwam een wat oudere man van de overkant tussen de serres en gebaarde hij dat hij de Afrikaan in de gaten moest houden. Hij legde zijn vinger op de mond om mij te gebieden stil te zijn en zo betrok hij mij in het complot. T 'is wat om goed personeel te vinden tegenwoordig, dat bovendien niks kost. Er wordt niet gewacht met de hoogtemeters want onmiddellijk krijg ik een steile rotsige, modderige en dus gladde beklimming voorgeschoteld. Als het pad tussen de struiken wat hogerop breder wordt, kan mijn hartslag wat naar beneden, net zoals de hellingsgraad. Ondertussen fladdert een zwartkop uit de struiken. 

Ondertussen moet ik wat verder tussen de struiken doorploeteren en door de modder en krijg ik zo een gratis koude douche. Ondertussen krijg ik mooie vergezichten voorgeschoteld en zit de eerste col erop. Wat verder, ik zit dan op de openbare weg, staat een mevrouw haar lokale producten voor te stellen en koop ik een appelsap van haar. Als ik terug vertrek, loopt er een jong veulen naast me met de naam Alli. Ik vraag het 3 keer om zeker te zijn, maar het blijkt een afkorting van Allison te zijn. De 19 jarige Canadese is van Quebec en praat dus liever Frans. Ze gaat ervan uit dat wij Belgen allemaal Frans praten en dus moet ik het obligate praatje houden over de gecompliceerde structuren in ons apenlandje. Olli doet haar verhaal, gestopt met studies psychologie en nu even deze break om te bekijken wat haar kan boeien toekomstgericht. Het is een intelligente jongedame, die, daar ben ik van overtuigd, haar plaatsje in de wereld wel zal opeisen. Gekleed in een losse broek, zoals dat bij de jeugd tegenwoordig is, een mooie tattoo op haar linker arm, twee piercings in de neus. Een meid die weet wat ze wil. Zeer geïnteresseerd ook in de verschillen tussen Canada en Europa. Ze wil weten waar wij leven en wonen en waarom ik hier ben en wat mijn job was ....En dan praat ze weer voluit over haar familie, haar vriendinnetje, waar zij wonen... We praten honderduit over hoe de jeugd vandaag leeft en denkt en hoe dat was met onze generatie toen we jong waren en over gemeenschappelijke interesse in muziek, Tool bijvoorbeeld of Foo Fighters. Ik raad haar aan om zeker eens naar een gouwgenoot te luisteren,  The Haunted Youth. 

Ondertussen ploeteren we door de modder, zien we een amazone te paard met een border collie ons voorbijsteken en eten we uiteindelijk bij een bank waar nog wat pelgrims in de buurt zitten, ons middagmaal. Eenmaal terug vertrokken gaan onze gesprekken gewoon door en voor we het goed en wel beseffen zijn we aan haar bestemming gekomen, waar we van de gelegenheid gebruik maken om in de lokale bar iets te drinken om af te koelen en onze suikervoorraad wat aan te vullen. 2 kussen, want de Canadezen kussen op zijn Frans en het afscheid is een feit. Erg leuke meid, die Alli. Het vervolg van de tocht betekent, nog 300 hoogtemeters doen na 26 km in de benen en dan slaat de verzuring toch stilaan toe. De eindklim die een drietal km in beslag neemt, afwisselend met trage stukken en dan weer eens een kuitenbijter, de ene keer asfalt en dan weer losse stenen, laat zich nu echt wel gevoelen. 2 mannen met kleine rugzakken steken menopauze zo'n steil stuk met losse stenen voorbij. Even verder stoppen ze om op adem te komen en te wachten op hun collega. Het alfamannetje in mij zegt, doorgaan en achterlaten, maar mijn verstand zegt  stop ook maar effe.

Ik vraag de mannen of ze weten vanwaar die aanplant van eucalyptusbomen die ik nu al een paar dagen zie. Ah da's in het kader van een heraanplant van bossen zeggen ze me. Mensen krijgen subsidie hiervoor. Eucalyptus groeit snel en herstelt ook sneller bij een eventuele brand als dennenbossen. Ze komen zelf uit Barcelona en hebben hier 6 dagen van Irun tot Bilbao gelopen. De laatste man is er ook bijgekomen 'en ondertussen stikkapot' zo zegt hij. Vanwaar ik kom en of ik de route tot Santiago ga afmaken, da's de bedoeling ja. Van België vertrokken? Ze staren mekaar sprakeloos aan : "You're a fucking hero man". Ik zie hen nadien nog 2 keer en telkens duim omhoog en buon camino. Dan begint de al even steile afdaling met mooie zichten op Bilbao en de luchthaven. Hotel opzoeken, eten voor morgen kopen, waar kan ik straks eten en morgenvroeg? Een handwasje doen  doucheke pakken, voeten verzorgen,  benen signeren, route voor morgen bekijken,  enfin de gebruikelijke dingen. Morgen wordt trouwens een korte van 20 km en weinig hoogteverschil,  zo kan ik nog eens tijd nemen om de routes uit te zetten voor de volgende week.

 

 

 

 

 

 

Dag 76 : Bilbao - Portugalete

Vandaag een wat kortere blog want ook een kortere route in vooral verstedelijkt gebied. Ik ga vanmorgen op zoek naar een ontbijt rond half 8. Al snel begin ik door de straten te dwalen om wat foto's te nemen. Het oude stadsdeel waar ik me bevind heeft wel wat te bieden op het vlak van cultureel erfgoed. Als ik in een zaakje binnenstap waar vooral veel locals aan de toog staan, kan ik me even zetten terwijl de eigenares mijn broodje en koffie klaarmaakt. Ondertussen komt haar bordercollie me zijn balletje brengen om mee te spelen. Herkenbaar als je er thuis ook twee hebt, zeg ik in het Engels tegen het koppel dat langs me zit. Het blijken ook Vlamingen te zijn die hier een weekje in Baskenland verbleven hebben en gecharmeerd zijn door de schoonheid van de natuur en steden. En al even gecharmeerd zijn ze door mijn verhaal. De koffie en het broodje zijn er en zij moeten een vlucht halen.

Nadien laat ik mezelf verder in de straten verdwalen tot ik geconfronteerd word met de lelijke kant van de stad. Een vechtpartij tussen een zwarte medemens en enkele drugsverslaafden, inclusief een vrouw die hysterisch is. Een 5 tal combi's zijn opgetrommeld en ze houden de heethoofden netjes gescheiden. Iedereen zal zijn verhaal mogen doen op den bureau. Ik haal mijn rugzak op en begin mijn tocht uit de stad. Maar als je nu denkt dat dit een rustiger wandelingetje richting kust wordt  heb je het mis. De flinke afdaling van gisterenbrichting stad  wordt nu een flinke stijging eruit. De klim valt me bovendien zwaar, blijkbaar is de dag van gisteren nog niet goed verteerd. Tevens ruik ik steeds de penetrante geur van mijn broodje voor vanmiddag, sierrand ham, lokale kaas en truffel.

Als ik in de bovenwijken van de stad kom, zit ik plots in een ander echelon van bewoners. Ik zal niet zeggen achterbuurten maar veel scheelt het niet, maar de mensen zeggen wel allemaal vriendelijk goeiedag,  buon camino of buon viaje, ook de skinhead die met zijn zwabber uit huis komt en de oude man met één oog. Van bovenaf zie je ook wat een groot monster deze stad is. Zo gat het nog een tijdje verder van voorstad naar voorstad en telkens van heuvel naar heuvel. Tot ik mijn onderdak vind aan een rivier. Er zijn allerhande festiviteiten bezig in het dorpje, van klassieke volksdans in traditionele kledij tot popoptredens en een bruiloft. Tijd voor mij om wat rust te nemen.

Dag 77 : Portugalete - Castro-Urdiales

Als ik vanmorgen wakker word en door het raam kijk zie ik een stralende zon en een hemelsblauwe lucht. Ik heb me vandaag voor één keer voorgenomen eens de gemakkelijke weg te nemen. Vaak zijn er alternatieve wegen die mooier zijn, maar vaak ook intensiever om te belopen. Ik sukkel al enkele dagen met pijn mijn hiel en denk dat het van mijn achillespees komt. Ik wil dus te scherpe stijgingen even vermijden en neem de hoofdroute die golft door de heuvels in plaats van de kustroute die soms kuitenbijters oplevert.

Geen idee welke dag het vandaag is, want mijn tijdsbesef is verdwenen. Ik weet dat het 7 juni is, maar dag of uur speelt geen rol. Tot nu nog geen wekker gezet en dat wil ik zo houden. Aan het aantal fietsers op de weg te zien moet het echter wel zondag zijn. In de steden vind je hier trouwens overal fietsreparatiesets. Ik klim uit het dorpje met ondersteuning. Er zijn hier van die lopende banden zoals op de luchthaven, maar dan bergop. Geweldig .  Ik zie de schelptegels richting bergen wijzen, dus klimmen zal moeten, maar langs een fietspad en slechts aan enkele procenten.

Als we de ring rond Bilbao overgestoken zijn via een fietsbrug komen we op de fietsautostrade en een breed wandelpad. We passeren boeren die hooien, een parkje met bbq's wat hier een zondags ritueel is met de ganse familie, met doorkijkjes naar de bergen en bloeiende catalpa's. Ik probeer een gesprek aan te knopen met een bask over het weer, zijn hond , de camino, of we nog in baskenland zitten, want we hebben net ook de cantabrische autoroute overgestoken, maar mijn woordenschat is te beperkt om een degelijk gesprek te voeren. Ik blijf oefenen. Ik onthou dat als ik aan de kust voorbij Zierbena ben dat ik aan de Cantabrische kust zit, onderdeel van de golf van Biscaje. Ondertussen zie ik weer een ander Spaans koppel die met hun 10-jarige bordercollie op wandel zijn. Ze zien er alle drie goed uit. 

Als ik uiteindelijk aan de kust kom en vanuit Zierbena over een vlonderplanken pad  richting Onton loop, of beter strompel, want het is hier over de koppen lopen, ontmoet ik 2 Ierse dames, die ik gisteren ook al even zag. Ze hebben gisteren hun eerste dag vanuit Bilbao gelopen en gaan vandaag op hun pad verder. Ze komen uit Cork en hebben het hier vandaag met dit weer uiteraard naar hun zin. Misschien zien we mekaar de volgende dagen nog wel eens. Wat verder op de kustweg loop ik geflankeerd door de bergen langs de rotsige kust waar de blauwe golven op breken tot een wit schuim. Dit is zoals ik ook tientallen kustlijnen in Asturie en Cantabria aan deze Costa Verde gezien heb en waar ik verliefd op geworden ben.

De kustlijn wordt hier ook vaak versierd met vlinderstruiken, wat buiten het groen, wit en blauw ook nog paarse tinten geeft. Het is achter zo een rij vlinderstruiken dat ik tot de conclusie gekomen ben dat je aan de kust beter niet tegen de wind in plast. Extra handwasje vanavond. Wat verder steekt een wezel gehaast het pad over en kom ik op het laatste stuk, waar ik wel voor de kustroute kies die wat kortere is en bovendien mooie zichten geeft op Castro-Urdiales. De plaats waar ook Barbara blijkt toegekomen te zijn vandaag, na een vermoeiende dag zo vertelt ze in het Pools op haar you-tube kanaal. Omdat ze met achillespees tendinitis zit, neemt ze af en toe de bus om haar Camino af te werken. Zo doet iedereen het op zijn manier.

Vanaf nu zit ik dus in Cantabria en heb ik Baskenland definitief achter me gelaten. Geen Pinxtos meer, geen chipirones meer, geen txuleta meer, geen Txakoliwijn meer, geen huizen met een naam meer, geen dorpjes met een x of z in de naam en nog zoveel meer...

 

Net binnengelopen speciaal bericht

Kennen jullie Miguel nog, met wie ik van Rocroi tot Troyes heb samengelopen? Wel hierbij een bericht dat hij me zojuist heeft doorgestuurd : Hello Patrick. Comment vas-tu ? Où es-tu ? Moi je suis rentré à Bruxelles, juste pour le transport de St Jacques de Notre-Dame de Bonsecours jusqu'à l’église de la Chapelle. Courage. Mooi toch? Als een echte pelgrim op sandalen. Dan moet je weten, na zijn vorige tocht naar Santiago (dit was zijn 8e Camino) kwam hij thuis en was zijn hele huis leeggeroofd. In Compostella mocht hij in de kathedraal toen eigenhandig het wierookvat helpen zwaaien als ancien en nu dit.

 

Dag 78 : Castro-Uriales - Laredo

Back to reality. Vandaag wordt de dag van de hond. Als ik vanmorgen van mijn b&b naar de stad wandel kom ik eerst hoogbouwappartementen tegen. Mensen opeengepakt in blokjes om 's morgens uitgelaten te worden om ter eerst de handdoek op het strand te leggen, bedenk ik me. Meeuwen schreeuwen als bevestigen ze mijn gedachten. Ofwel willen ze zon zien, want het is bewolkt vandaag en mogelijk valt er namiddag een druppel regen. Uiteindelijk blijkt dat dat, er niet van zal komen. Ondertussen is een tractor naarstig het zand met de kam goed aan't leggen. Een Spanjaard komt naar me toe op de dijk en zegt dat ik zeker de Iglesias op beeld moet vastleggen. Vale zeg ik en dan wenst hij me buen Camino. Op de dijk ben ik trouwens verrast door de statige hotels, die weerspiegelen zonder meer de grandeur van deze badplaats van weleer. Als ik daarentegen de bovenstad (ja verdorie weer klimmen) doorloop is het de benedenkant van de maatschappij die zich toont in een woonwagenkamp. De kinderen die ik tegen kom lopen te voet naar school. 

Ondertussen haal ik 3 Spaanse zussen bij, die lichtgepakt zijn en dus waarschijnlijk maar tijdelijk op stap zijn, of hun bagage laten nabrengen.Even later haal ik nog een Spaanse bij en dan komt er een minder leuk stuk langs de cantabrische snelweg. Als ik een tijd later de natuur induik staat daar een joekel van een hond me op te wachten in het midden van de weg. Tot dan had ik zonder stokken gewandeld maar besluit dan toch maar wijselijk mijn rugzak even te laten zakken en mijn stokken in mekaar te knutselen. Ik wandel met mijn stokken in zijn richting en al blaffend zoekt hij de kant van de weg op. Gevaar geweken. Vervolgens krijg ik een heel mooi stukje natuur voorgeschoteld. Een bos op een rots en begraasd door schapen die tot op enkele centimeters van de rand het gras tussen de rotsen uit plukken, op 50 meter boven de zeespiegel. Angstaanjagend en mooi tegelijk. Het doet me denken aan de kusten van Bretagne waar ik vroeger eens een prachtige wandelvakantie beleefde.

Dan volgt er weer een saai stuk tussen wat huizen, waar me vooral de mooie bougainvilla's en de nakende oogst citroenen massaal aandoet. Ik denk aan de lekkere limoncello die ik ervan zou maken. Net voor de middag na alweer een beklimming haal ik een Iers koppel bij, dit keer uit Noord Ierland. Ze wonen in Belfast. De man is goed bekend met België want kwam hier vaak naar de hoofdzetel van zijn werkgever Coca Cola. Als ik peil naar de toestand in Noord Ierland en Belfast in het bijzonder beweert hij dat het vooral de politici zijn die het probleem aanwakkeren, de mensen onderling willen geen heisa. Waar hebben we dat nog gehoord. Hij moet zijn voorraad proviand aanvullen bij een supermarktje, dus stap ik verder en zie de Gentse Stefan van een paar episodes geleden op een bankje zijn middagmaal wegwerken. Ik besluit hetzelfde te doen en zo praten we nog wat bij. Als ik terug vertrek gaat hij zijn moeder bellen.

De volgende beklimming ligt al weer te wachten en nu haal ik 6 Spanjaarden bij, 3 bevriende koppels die van Bilbao tot Santander lopen. Het is een jolige bende al versta ik niet alles wat ze zeggen. We wensen mekaar een goeie camino en dan begin ik aan de afdaling. Tot een lokale boer met zijn border collie op me afstapt of ik geen hond gezien heb met een vijftal schapen. Niet gezien, in de verte wel eentje horen blaffen, maar dat was hem niet zegt hij. Ik hoor hem roepen op zijn hond en even later aan de 6 Spanjaarden dezelfde vraag stellen. 2 bochten verder zie ik plots een grote bruine hond die 5 bruintinten schapen verder drijft. Als hij mij ziet verstopt hij zich in het gras. Ik ga terug tot bij de Spanjaarden en probeer duidelijk te maken dat ik de boer zijn hond heb teruggevonden maar nu is de boerendochter spoorloos. Een van de heren weet echter waar hij is en verwittigd hem. Als de boer komt aangelopen verstopt de hond zich weer. Ik fluiten en hij komt weer tevoorschijn. Het beest heeft schrik van zijn baasje en van de border collie merk ik ook dat hij onder stress staat. Uiteindelijk bindt de boer de hond met een koordje en leidt hem tot aan zijn wagen. Een van de Spanjaarden en ikzelf drijven de schapen tot aan zijn dierenaanhangwagen. Zo komt alles goed al heb ik medelijden met de honden, want volgens mij krijgen die beestjes slaag als ze hun werk niet goed doen. Da's mijn interpretatie hoor. 

Wat verder in een dorpje is een lokale bar open, wat me in de verleiding brengt om een biertje te drinken. Vervolgens wijk ik van de route af om na enkele kilometers mijn hotel te bereiken, vanwaar ik op mijn terras deze blog schrijf met onderstaand uitzicht op de baai van Laredo. 

Dag 79 Laredo - Isla

Het wordt een saaie dag vandaag als ik de route bekijk. Om 8u pas ontbijt in mijn hotel. Maar eerst mijn zus bellen na haar 3 weken vakantie en ook even bijpraten over pa. De ontbijtservice is snel afgelopen met 2 toastjes met confituur, een glas fruitsap en een tas koffie met melk die ik niet besteld had. Who the fuck drinkt nu melk in zijn koffie.8 euro dank u wel en buen camino. Ik wandel met een onvoldaan gevoel langs de eindeloze strandpromenade. Het moet wel gezegd, een mooie duinenrij hier voor de kust. Er lopen me wel continu dementerende mensen voorbij, die in zichzelf lopen praten, maar bij nader inzicht blijken ze oortjes in te hebben en bellen ze dus gewoon. Dat valt me hier in Spanje toch wel op. En Segway's die zie je ook overal opduiken. Ik ben wachtende tot de eerste op zijn bakkes gaat, maar voorlopig nog geen lol dus. Op naar de overzetboot, dus. Er valt een druppel regen en nog een en de enige zonnestraal die op me schijnt is die van Alli, de 19 jarige Quebequoise die hier met 3 leeftijdsgenoten mee staat aan te schuiven. We praten even bij en hop de boot op.

Ik laat haar met de leeftijdsgenoten bezig. Zij panikeren dat het gaar regenen en dat ze dan nat moeten wandelen. Gen Z zeker? Alli is thans een kranige, amper een meter 50 groot en ik schat dat ik haar zo onder mijn arm kan steken, dus pluimgewicht, met een rugzak van 10 kilo op en sinds Bilbao doet die meid dezelfde afstanden als ik. Chapeau.Als ik aan de andere kant van het water ben, verleidt de lokale bakkersvrouw me met een heerlijk zelfgemaakt broodje en 3 pasteis de nata voor de prijs van 2. Wie kan dat laten staan. Mijn dag wordt al iets beter en al  helemaal als een groepje kinderen van de lokale school met een enquête naar me komt. Of ik even tijd heb. Als jullie mij de vragen in het Engels stellen wel. Extra uitdaging voor ze, maar ze nemen ze aan, terwijl ik de vragen op hun papier in het spaans mee volg of het correct is. De schoolmeester staat van op afstand grinnikend toe te kijken. Of ik een boek voor hen zou kopen voor 9 euro. En wat ik voor een apparaatje zou betalen dat de bladeren niet vertrekt  maar dan moet de leraar context en uitleg komen geven dat ze een boek geschreven hebben, die wordt woensdag gepubliceerd en vandaar de vragen. 

Mijn dag is al helemaal opgevrolijkt.Toch blijft het een saaie wandeling met grote rechte stukken langs een weg, tot er een alternatieve route komt voor de durvers zeg maar. Over een rots naar de andere kant van een baai. Ik kan het niet laten mijn schoenen even te testen op hun baanvastheid op de glibberige rotsen en dat met succes. Eindelijk wat spanning vandaag. Onbewust denk ik aan Sanne die hier een van de volgende dagen huppelend over gaat hossen. Ondertussen geniet ik van de bijzondere bloemetjes en struiken die zich hier bevinden en de bloeiende heide. Bij de glibberige afdaling zie ik een groep jongeren zwemles krijgen op het strand in de  branding, zo leer je pas echt zwemmen. De vinken zingen hier trouwens hetzelfde als in Frankrijk en Wallonië en dus anders als in Vlaanderen,  vreemd toch.

Zo kom ik op het strand en zie ik plots enkel nog een jong koppel in mijn spoor. Een rots op het strand wordt mijn bank voor mijn middageten. De rest van de weg  terug saai. Omdat ik pas om half 4 binnen kan in mijn appartement besluit ik om in het nabijgelegen restaurant te eten. Het zit vol met Spanjaarden, dus teken dat het ok is. Alleen volgende keer toch eerst maar de prijzen op voorhand ff checken, want die liggen dubbel zo hoog als normaal. Helemaal terecht trouwens want van een ander niveau, deze zaak. Door de andere bezoekers word ik dan ook wat raar bekeken hoe ik hier binnenkom. Wandelbroek, t-shirt, buff, petje, rugzak. Niet echt de kledij die men draagt in deze zaak, maar het personeel is professioneel en laat niks merken, wel integendeel. 

De dag wordt beter en beter, want als ik in mijn appartement kom  verwen ik mezelf met een bubbelbad, even beeldbellen met wat vrienden en tegen de avond als ik zin krijg in een pintje, zak ik af naar de plaatselijke bar. Helaas, domper, gesloten. Er staat nog een ongelukkige beteuterd te kijken. Ik heb hem on the raad gezien en het blijkt om de Braziliaanse Frédérico, zeg laar Freddy te gaan. We raken in gesprek, hij is informaticus op een Braziliaanse unief, speelt verder in een bandje maar van de muziek Alleen kan hij niet leven, woont aan de kust en is voor de 3e keer hier. Heeft verlof opgespaard en wil de Norte en van daaruit de Primitivo doen. Uitdagend, maar hij heeft vrijwel 2 maand. 

We doen een tweede poging bij de bar en nu blijkt die geopend en worden er een paar halve liter verorberd onder het mom van politieke discussies die doorgespoeld dienen te worden. Hij is eerder rechts georiënteerd, maar vooral omdat links in zijn land de boel belazerd heeft. Hij is dan ook voorstander met wat Trump in Venezuela gedaan heeft. Ik roep het internationaal recht erbij, maar snap ook zijn standpunt. Je voelt het al, voor velen een saaie avond, voor mij kan de dag niet meer stuk. Morgen een nieuwe dag. Dan wel 29 km. Hopelijk met meer variatie dan vandaag.

Ah ja jullie vragen me al even, hoe ver nog, hoe voel je je? Momenteel heb ik 1825 km gelopen en zijn er nog 600 te gaan. 3/4 van de reis dus. Mijn blaren zijn ongeveer genezen, maar mijn voeten doen continu pijn, da's wat elke pelgrim voelt. Sinds enkele dagen wel stekende pijn bij sommige bewegingen in mijn hiel. Verontrustend vind ik dat. Een ontsteking in een spier langs mijn schouderblad houdt al een tijdje aan en straalt uit naar mijn arm. Algemeen beginnen de vele kilometers en de hoogtemeters hun tol te eisen, maar voor de rest is alles ok. De moraal zit goed. Ik had liever wat minder volk op de weg, maar dan had ik die interessante ontmoetingen ook niet waarschijnlijk, dus we blijven er voor gaan...

 

Dag 80 : Isla -Santander

Als het gisteren de dag van de hond was, is het vandaag vogeldag, alhoewel er ook een hond in het verhaal voorkomt.Gisteren glad vergeten om voor ontbijt te zorgen voor vanmorgen, dus met enkel een gratis pasteis de nata, moet ik vanmorgen overleven. Het is bewolkt en er staat een koude wind vanmorgen, dus mijn buff komt van pas. Een boer is al op zijn veld aan t werk en het is nog maar 5 na 7. De ochtendzon priemt door de wolken en legt een strijklicht over Isla Playa. God wat is dit mooi, die kleuren, die geuren en dat ochtendlicht. Een buizerd heeft al thermiek gevonden en maakt daar gebruik van om zijn eerste prooi te verschalken. In de tuintjes van de mensen zie ik naast de volgeladen citroenbomen ook behoorlijk wat mandarijn- en sinaasappelbomen staan. En uiteraard heeft iedereen ook een vijgenboom staan. Soms de groene en vaak de rooie variëteit.

Ik wandel door kronkelende weggetjes langs boerenerven en lijk wel terug in Frankrijk te zijn. Ik mijmer over mijn begindagen, met Dominique en Miguel en mijn blaren. Wat heb ik toch afgezien toen. Een regenboog fleurt de donkere hemel op, maar het ziet er niet goed uit, regen op mijn route, dus besluit ik de klassieke route te lopen en niet de alternatieve die 3 km korter is. Zo kom ik dan toch weer aan 30 km. Voordeel is wel dat ik in het volgende dorpje een bakker passeer. Als ik binnen stap zit de zaak al behoorlijk vol. Ik probeer met veel goeie moed mijn bestelling foutloos door te geven, wat de mevrouw achter de toog wel kan appreciëren merk ik. Er is nog een plaatsje vrij om mijn twee chocokoeken, dubbel formaat van bij ons en mijn Americano naar binnen te werken. Bij afrekening neem ik nog een kleine baguette mee, zodat ik vanmiddag ook nog wat te eten heb.

Na mijn herstart loop ik tussen de velden en de boerderijen op en neer en ik overdrijf niet, in het volgende uur zie ik minstens een tiental zwarte wouwen, een dozijn koereigers enkele buizerden en een ooievaar. Hier kan ik van genieten. Ook van het feit dat er blijkbaar toch minder (would-be)pelgrims op de baan zijn. Als ik de zoveelste boefderij passeer zit aan de overkant in het gras een border collie te snuffelen. Ik heb hem blijkbaar verrast, maar sta nu wel tussen hem en zijn eigendom in. Hij wordt blijkbaar geacht de boerderij te bewaken. Ik kan hem nog even naar de boerderij toe dwingen maar als ik te kort bij hem kom gromt hij en laat zijn tanden zien. Ik loop vandaag zonder stokken en heb dus ook nul bescherming. Ik besluit me rustig terug te trekken en als ik zijn eigendom achter me laat, blijft hij wel blaffen maar het gevaar is geweken. Pff, toch effen bekomen. 

Bij de eerstvolgende helling krijg ik een eerste zicht van Santander waar het blijkbaar regent. Even verder spurt een haas weg uit het lange gras. Als ik na mijn stuk brood en een blik sardientjes terug aan de slag ga, kom ik al snel in de duinen en later op het strand terecht. Er staat een woelige zee wat dan weer leuk is voor de surfers , maar iets minder voor de pelgrims die een bootje moeten nemen in deze baai naar Santander. De kustlijn is hier trouwens hoe een kust moet zijn. Namelijk geen gebouwen maar bos, vegetatie, duinen, strand en surfers.

De pverzet valt best mee, want gaat niet over open zee en ondertussen ontmoet ik een Australiër uit Brisbane en een Portugees genaamd Dominique die mekaar kennen want enkele dagen samen op de camino gestapt. De Australiër gaat tot Santiago en de Portugees is binnen enkele dagen terug weg.in de jungle die Santander is, zoekt ieder zijn eigen weg naar zijn geboekte locatie and that's it for today folks. Morgen neem ik een dagje vrij. Ik wil nog wat locaties vastleggen voor de volgende dagen, een betaalbare barbier vinden, nog wat wassen en even relaxen, want daar ben ik wel even aan toe.

 

Dag 81 : vrije dag in Santander

Geen nieuws te melden vandaag op mijn vrije dag behalve dat de barbier zich even heeft laten gaan en dat mijn darmflora sinds gisteren zich ook heeft laten gaan. Voor de rest vooral bezig geweest met de planning voor de volgende dagen en een wandeltocht door de stad gemaakt.Die foto's zijn ondertussen ook opgeladen. Seffens mijn belastingformulier eens bekijken en hopelijk ben ik tegen morgen dan weer de ouwe.

Dag 82 : Santander - Requejada

Een mager beestje vandaag om over te vertellen, want na mijn ontbijt begin ik aan de uittocht uit Santander. Maar mede omdat ik op de meest oostelijke punt verblijf, kort bij waar het vroegere kasteel van de Spaanse Koning op het schiereiland gevestigd is, moet ik de ganse stad in westelijke richting doorkruisen, waar ik zo ongeveer 2 uur mee bezig ben. En dan heb ik het nog niet eens over de voorsteden gehad die ook maar blijven komen. Ondertussen loop ik de ganse voormiddag met de billen dichtgeknepen want de turbulentie in mijn darmen is nog altijd een feit. Van turbulentie gesproken. Om het kwartier zie je wel een vliegtuig boven de huizen verschijnen. Het eerste dat ik opmerk is een Ryanair. Ik denk terug aan de woorden van de Noord Ierse man die ik enkele dagen geleden sprak. Zijn vrouw en hij zouden eind deze week terug naar Belfast vliegen met Ryanair. Het zal ook even schrikken zijn met de rellen van de afgelopen dagen daar. Hij was er zeker van dat de problemen er opgelost waren. Ik ken de aanleiding niet want ik volg al 82 dagen geen nieuws meer maar bij het diner gisterenavond stond het nieuws aan op groot scherm. Da's hier een ding, eten en nieuws kijken, ook s'ochtends. 

Na de eerste 15 a 20 km ben ik zowat door de voorsteden gesukkeld en krijg ik wat meer groen te zien. Een beetje rust voor mijn oren al blijkt dat van korte duur want de snelweg is nooit ver weg net als het spoor. Maar hier en daar toch wat gefluit van vogeltjes en een zwarte wouw die weer laag over me vliegt. In de verte vang ik voor de eerste keer een glimp op van de Picos de Europa. Dat betekent dat we stilaan richting Asturie gaan. Na een omleiding omdat er wegenwerken zijn, kom ik door wat weiden met een mix van koeien en paarden, da's hier gebruikelijk blijkbaar. We blijven wel in de buurt van de autosnelweg  want ook de locatie waar ik verblijf ligt er vlakbij. We zitten op zo'n 20 km van de kust hier. Qua hoogtemeters viel het vandaag nog mee , zo'n 360, maar al bij al toch weer een 30 km gelopen. Gelukkig was ik uitgerust van mijn vrije dag gisteren. 

Dag 83 : Requejada - Cóbreces

Gisterenavond bij mijn aankomst in de Posada (lees b&b ) nog wat staan babbelen met de kerel die me de sleutel bezorgde. Hij bleek een jonge advocaat te zijn die voor de vrouw van zijn baas deze taak erbij neemt. Hij werkt mee in het advocatenkantoor maar de vrouw van de baas heeft deze bediendenwoning ingericht als hobby en dacht het dan ook maar te verhuren. Als ik mijn inkopen gedaan heb en terug naar de woning loop zitten een koppel Duitsers op de stoep. Ze zijn de Noord ook aan't lopen en hopen die op 27 dagen gedaan te hebben. Zoniet zal een stuk met de trein of bus moeten. Tja.Als ik nadien buiten op het terras ga eten zijn ze weg en zie ik ze niet meer. 

Vanmorgen dan om 7 na een croissantje of 2 vertrokken, voor het ontbijt hier moet ik tot 9 wachten en daar heb ik geen zin in met de voorspelde 30 graden. Het begin is even saai als gisteren met een wandelpad langs een grote weg. Ik passeer een grote plant van Solvay in het midden van Barreda. Een grote weg, een spoorlijn,  aar hebben we het nog gehoord? Als ik de Rio Saja oversteek wordt het wat rustiger en groener. Ik kan weer ademen. Als ik op de verkeersknop van een voetoversteekplaats druk, moeten meteen 5 voertuigen voor me stoppen. Ik excuseer me bij de eerste door mijn hand op te steken en perdon te zeggen,  maar ze draait haar venster naar beneden en zegt lachend buen Camino.  De tweede is een motorrijder en roept Venga buen Camino Venga , de anderen denken bij zichzelf, stomme toerist ga naar huis. Een fietser, schrijf het op, roept ook buen camino, dat moeten we in de annalen optekenen.

Ik zit nu in agrarisch gebied met weiden met paarden en koeien en hooiland en maisveld, geflankeerd door heuvels en bergen en zo groen als de Costa Verde maar kan zijn. Dit is het Cantabrië dat ik ken en waar ik van hou. Om half elf ben ik al in Santillena de Mar, nog net voor de grote horden toeristen aankomen. Dit middeleeuwse stadje ligt wondermooi tussen het groen met heel wat historische gebouwen en dus vind je hier quasi niks anders dan hotels, restaurants en winkels met producten uit de streek. Vlak in de buurt liggen hier trouwens de grotten van Alta Mira, maar tegenwoordig moet je die meer dan een jaar op voorhand boeken en dan nog zijn de plaatsen beperkt.  Na de gebruikelijke fotoshoot in het stadje  stoom ik door, tussen nog meer paarden en koeien, kris kras op en neer en zo komen we dus al snel aan 500 hoogtemeters. Na elke heuvel krijg ik weer een ander zicht. Soms de zee maar ook de picos schuiven steeds dichterbij. 

In het laatste stuk wordt het al behoorlijk warm, maar is er gelukkig ook wat schaduw, is een villa eind 17e eeuw te zien en een hermitage. Mooi. Wat ik zeker zo mooi vind , raar maar waar is De Tudanca koe, het is echt een icoon van Cantabrië. Oorspronkelijk werden ze veel gebruikt als werkdieren in het bergland; tegenwoordig zie je ze vaak extensief grazen in heuvelgebieden. Een prachtige donkere kleur en grote gebogen horens, prachtige dieren. En verder weer veel roofvogels, koereigers, en  aardappelen hooi is zijn vlinders, in alle mogelijke kleuren.

Aangekomen in de possada om half 2 en dus nog tijd om na de douche en mijn handwas iets te gaan eten in de lokale pub. Sober maar lekker, biefstuk frietjes voor 14 euro. Als ik net aan mijn tweede pintje zit, komen de Duitsers van gisteren ook binnen. Tine en Jorg heten ze en ze zitten ook vandaag toevallig weer in dezelfde possada. Ik kom nu in hun blog zeggen ze. Nou jullie nu ook in de mijne. Voor hen is het de tweede camino, eerst de Frances gedaan, maar moeilijk om te combineren met de job zeggen ze zelf en nu dus de Norte. Ze zouden vanaf nu een gemiddelde van 27 km moeten doen maar met de hoogtemeters hier hebben ze hun twijfels. Ze komen uit Berlin en zijn voetbalsupporter van Herta die momenteel in 2e divisie spelen. Er komt blijkbaar een wereldbeker aan en als hij me vraagt of België erbij is , moet ik het antwoord schuldig blijven. Duidelijk waar mijn fanbarometer staat. Goeie generatie spelers gehad zegt Jorg, maar nooit een groot succes behaald. Dat kan ik beamen. Zij rekenen af, ik drink rustig mijn biertje uit en ga dan winkelen. Bij aankomst zie ik hun was op het terras langs de mijne hangen. We hebben onze buurman vanmorgen niet horen vertrekken zei Jorg nog. Wel dat zal morgen opnieuw zo zijn Jorg.

 

Dag 84 : Cóbreces - Serdio Estrada

Slechte nacht gehad, om 4 wakker gemaakt door een mug en dan ken je het verhaal wel. Licht aan , op klopjacht, zonder resultaat, licht uit, als je net in slaap wil vallen, een zoemende mug. Niet meer geslapen dus , om 6 opgestaan , kwart voor 7 een ontbijt genuttigd dat door de gastheer speciaal voor mij  was klaargezet. Hij is zelf ook 2 keer in stukken naar Compostella geweest, zo verklaarde hij me gisteren, dus hij weet dat we liefst met dit warme weer vroeg vertrekken.  In mijn geval om 7 dus, de Duitsers zullen om 8 wel ontbijten en wat later ter plekke zijn.

Ik heb gisteren bij de voorbereiding besloten om door de bergen de alternatieve route te nemen en niet via de grote weg langs de kust te gaan. Qua afstand is het anderhalve kilometer korter en qua hoogtemeters scheelt het maar 50 meter extra. Al snel kom ik in een piepklein dorpje met ministraatjes,  allemaal ommuurd. Oude huisjes met tuinen met sinaasappel en citroen. Ik hoor overal bellen, al weet ik niet, is het vandaag koeien schapen of paarden. Er staat een oude wasplaats en het water wordt aangeleverd door een lokaal riviertje, of een bron. Ik kom op een karrespoor van stenen door de bossen, de weiden, de akkers. Ook hier heeft men eucalyptus aangeplant. Hier heeft men over nagedacht .Maar hebben de juiste mensen hirr over nagedacht en ook op langere termijn? Ik heb er mijn vragdn bij. Ok. Sneller herbebossing,  bij een brand sneller herstel, maar in mijn ogen haal je een exoot binnen met ook exotische insecten en wat op langere termijn met zo'n invasiestranden soort? Ik weet het niet. Voorlopig krijgen ze het voordeel van de twijfel. Wat ik steeds merk is dat honden mij van ver al horen aankomen, ik snap niet hoe, maar steeds beginnen ze te blaffen, soms op een km afstand. Geur? Ik weet het niet. Fascinerend hoe de dierenwereld werkt alleszins. Ondertussen halen de gierzwaluwen acrobatische toeren uit boven mijn hoofd.

De paarse bermbloem die ik overal zien blijkt knoopsluiting te zijn, voor de geïnteresseerden. Ondertussen kom ik door Iglesia, een piepklein dorpje met een gigantische, je raadt het al, kerk. De dorpsbewoners zijn op deze zondagmorgen samen het dorpsplein aan't fatsoeneren terwijl ik uit de automaat nog twee halve liters water haal, wat mijn voorraad op 3 liter brengt en allemaal erdoor tegen vanavond,  aangevuld met enkele cola's onderweg en een paar biertjes vanavond. Maar dus een paar kilo extra op de schouders. Bij het uitkomen van het dorpje zie ik krulsla en courgettes bij een boerenerf in volle grond staan en paprika en tomaten onder plastieken kappen. Het is half 9 en ik heb 6 van de 29 km gedaan en moet nog 500 hoogtemeters verwerken. Na het volgende dorpje, dat blijkbaar middeleeuws is en waar de gemeente premies geeft voor restauratie zijn er alternatieve wat hoogtemeters gesneuveld en loop ik naar de kust. Er hangt een plakkerige zilte lucht vind ik, een beetje een onweergevoel, maar dat kan ook van uit mijn broek komen met een tortilla met ui die ik gisterenavond binnengewerkt heb.

Het toeristische stadje Comillas staat vervolgens op het programma en staat vooral gekende om het Gaudi bouwwerk wat daar te bezichtigen is. Ik moet er geen tijd aan besteden, been there,seen that. Terug naar het strand dan, waar ondertussen horden lokale toeristen een plaatsje zoeken om op het strand te picknicken, wat hier met de ganse familie gebeurd. Hectiek overal , er wordt gesleurd met plooistoelen, franse broden, frigoboxen en dan loopt daar nog een pelgrim onder de voeten met zijn rugzak van pakweg 13 kilo. De surfers hebben hier trouwens hun eigen parking en strand. Ook weer wouwen in de lucht hier en andere vogels, en dus ook die ene rare vogel. De picos schuiven ook weer een stuk korter en morgen zullen we de grens met Asturïe dan ook bereiken.

Ook San Vicente de la Barquera is voor mij in het verleden al een paar keer de revue gepasseerd,  dus besteed ik er geen extra tijd aan. Als ik terug in de heuvels kom, zie ik in de verte een eenzame wandelaar, het had ik kunnen zijn. Maar ik word hier zo gelukkig van, het blauw van de zee, het groen waar de koeien en paarden hun thuis vinden en het wit van de sneeuw op de toppen van de picos in de verte. De roofvogels in de lucht, de zon op mijn schouders, de wind die me zachtjes afkoelt. Zalig. Tijdens mijn laatste 2 kilometers vandaag raakt de batterij stilaan leeg en het blijft maar stijgen, tot ik op 7 pelgrims stuit die van de andere kant komen. Ik maak hen lachend duidelijk dat Siantago de andere kant uit is, maar ze kunnen er om lachen, ze komen van daar namelijk. 

Bij aankomst in de possada blijkt de gastvrouw geen enkele andere taal te spreken dan Spaans,  dus moet ik uit mijn pijp komen. Nieve heet ze en ze spreekt traag zodat ik het meeste versta en blijkbaar verstaat zij me ook. Ik heb geen zin meer om nog naar het dorp te wandelen dat een eind van hier ligt. Voor 25 euro wil ze voor me koken, een slaatje met ansjovis, biefstuk friet en een flan van caramel. Ontbijt kan pas vanaf 8, wat te laat is voor mij want ik heb 31 km op het programma morgen, maar na mijn telefoontje naar pa voor vaderdag en 2 biertjes, vraag ik haar toch of ze niks kan voorbereiden want binnen 2 en half uur wandelen op de camino is er niks van eten te vinden en dus gaat ze akkoord. Bij het inchecken was ze trouwens verbaasd mijn naam te zien, want een vijftiental km hiervandaan ligt een dorpje met de naam Celis. Als ik haar vertel dat de kasteelheer een voorouder van ons geslacht is en dat ten tijde van de conquistadores hij in Brabant is verzeild en daar zijn zaad heeft verspreid staat ze als aan de grond genageld. Zelf ben ik al in het dorpje geweest maar ik dacht dat het in Asturias lag, maar het ligt dus nog in Cantabria.

 

Dag 85 Serdio - Llanes

Nieve heeft zich netjes aan de afspraak gehouden. Als ik om kwart voor 7 stilletjes de trap af ga, zie ik mijn pakje al klaarliggen aan de balie : por senor Celis habitacion 108 Buen Camino. Ik ruil mijn sleutels tegen het pakje en sluit de deur zachtjes achter me. Buiten, aan de tafel waar ik gisteren mijn biertje dronk, maak ik nu even tijd om de boterhammen die ze klaar gemaakt heeft met kaas en hesp binnen te werken, gevolgd door een koekje, een fruitdrankje en de rest hou ik voor onderweg. De zon is net opgekomen en legt als een deken een mooi strijklicht over de vallei. Heerlijk zo s'ochtends vroeg als de vogeltjes fluiten en voor de rest de stilte overheerst. Ik hoor nog een uil zijn laatste roep doen en een bonte specht vliegt verschrikt voor me uit. Over een kiezelweggetje verlaat ik de vallei in het land van mijn voorvaderen. Vandaag ga ik Cantabria inruilen voor Asturias. Maar nog niet meteen, want na een halfuur ben ik al verloren gelopen, enfin een halve kilometer te ver gelopen. 

Ik haal de schade snel in terwijl ondertussen de merels zich druk maken over andere dingen. Wat verder zie ik twee pelgrims voor een kruising staan, niet goed wetende wat ze willen. Is dit de weg vraagt er eentje aan me in het Engels, over zo'n drukke baan? Ja dames we nemen het zoals het komt he, niet dat ik er zo blij mee ben maar goed. Het zijn Ierse meiden, 2 zussen. De ene van Cork en de andere van Dublin, maar die woont en werkt nu in London. Ze doen gedurende 3 weken een stuk van de Camino maar de jongste heeft behoorlijke blaren en dus gaan ze kortere stukken wandelen en dus waarschijnlijk een stuk de bus moeten nemen, want hun vliegtuig vertrekt in Oviedo en dat gaan ze waarschijnlijk niet halen. Zo heeft ieder zijn verhaal. Mijn identiteitskaart vervalt eind juni en mijn paspoort ligt thuis. Probleempje om thuis te geraken wor.

Als ik op een bospaadje kom maak ik me onder de voeten uit, je weet nooit met zo 2 wilde Ierse boerendochters en wens hen een buen Camino. Ik moet voortmaken want er staan vandaag 32 km op het programma.  Als ik bij Bustio over de rio Deva ga, kom ik meteen in Asturië terecht en sturen ze me meteen een steile klim op. In het volgende dorpje haal ik wat brood en manchego en weg ben ik weer. Na wat variatie in de wegen die ik neem kom ik bij La Franca terug op een grote weg. Het brengt mijn herinnering weer terug naar de eerste keer dat ik hier samen met mijn maat Pedro was. S'avonds , de zon was al onder aan 't gaan, speelden we hier een partijtje voetbal op het strand samen met zijn zoontje Nico. Tijdens die vakantie zaten we in de picos op een wandeling in de sneeuw en enkele dagen later hebben we een bbq gemaakt van afbraak materiaal,  alleen hadden we zelf voor de afbraak gezorgd. Nico sprokkelde droog hout en met een dikke pull zaten we even later het door de lokale slager vers geslachte lammetje, althans de koteletjes, te roosteren op het open vuur. Zelden met zo'n uitzicht gebarbecued.

Ik krijg honger van de gedachte alleen en bij een kloostergang voor een middeleeuws kerkje in het dorpje Pendueles lijkt het mij de geschikte lokatie. De koster die aankomt ziet me nog net een stuk manchego wegwerken en dan vraag ik of ik het kerkje mag zien. Zeker zegt hij en hij bezorgt me ook een stempel in mijn credential. Net hetzelfde meegemaakt zaterdag in Cobreces. 2 unieke stempels dus.Van hieruit neem ik de kustroute om niet de ganse tijd over een drukke weg te moeten stappen. Ondertussen is de wind echter komen opzetten en al is het 25° het voelt koud aan met die Noordwesterwind. Een extra t-shirt moet soelaas brengen. Het gaat tussen de weiden achter de kustduinen door en steeds op en neer, wat maakt dat, als ik in Llanes kom mijn pijp ver uit is. Geen zin meer in een echt stadsbezoek,  maar ook dit is in het verleden de revue al gepasseerd.

Dag 86 : Llanes - Ribedasella

Vanmorgen opnieuw om 7 paraat want weer 32 km voor de boeg. Ik loop in Llanes even langs de kade om dan richting duinen te trekken achter de kustlijn. Vrij snel loop ik in de natuur tussen de koeien en schapen op een veldweggetje achter de kustlijn. Zalig dat gevoel van rust , vogels die fluiten, soms kom je even tot de kustlijn en hoor je de branding van de zee. Ver weg van alle toeristen. Enkele joggers en ikzelf. Prachtig. Zet me hier in een piepklein boerderijtje tussen de bergen met 50 schapen, mijn 2 border collies en enkele honden om de kudde te bewaken en ge krijgt me hier echt nooit meer weg he. Ik moet bekennen dat veel van de vroegere charme van Asturie en Cantabrie is verdwenen,  nu de toeristen de weg naar hier hebben gevonden. Toen we 30 jaar geleden hier waren met Pedro en zijn familie, gingen we nog in een zaak op het strand in Santander paella eten. Geen kat voor de rest te zien. Nu is de stad uit haar voegen gebarsten, net als Llanes en zovele andere badsteden. 

Begrijpelijk dat de lokalen zich beginnen te verzetten tegen de toeristen. Je voelt ook als pelgrim dat je niet overal en door iedereen geapprecieerd wordt. Alle begrip voor. Wat verder barst het van de campings en zo worden de kleine strandjes die vroeger alleen door de locals werden bevolkt nu ook overspoeld door toeristen. Wat verder op de weg maak ik kennis met 3 Fransen, Louis Henri en Pascal. Loiis hinkt achterop, met Henri babbel ik even voor ook hij moet lossen. Hij komt uit de buurt van Lyon en heeft samen met Louis, Pascal uit Rouen leren kennen in Irun. Sindsdien lopen ze samen. Enfin samen, ze lopen elk hun eigen tempo, tot de eerste een bar vindt die open is en daar wacht op de rest. Henri heeft er toch ook al wat kilometers opzitten vanuit Lyon  en is ook al anderhalve maand aan de gang. Voor Pascal is het zijn eerste tocht en is in Bordeaux gestart. Hij is de enige die een tempo gelijk het mijne heeft. Leuke mannen, leuke babbel, alleen doen ze vandaag wat minder kilometers dan ikzelf en dus sluit ik aan bij een andere pelgrim in de buurt.

Het wordt een boeiend gesprek met Irina, die het verwonderlijk vindt dat ik ook Duits praat. Zij is namelijk Duitse met Oekrainse roots zo blijkt. Als we het over haar migratie naar Duitsland hebben blijkt ze ook joods te zijn en aangezien Duitsland ter compensatie na de oorlogsjaren een aantal Joden heeft moeten opnemen heeft haar familie daar gebruik van gemaakt. Voor alle duidelijkheid zijn ze niet praktiserende Joden, want dat werd tijdens de USSR periode niet toegestaan en ze spreken ook geen Jiddisch meer. Maar ook haar 2 zonen en dochter zijn met andere Joden getrouwd. Jood zijn blijkt enerzijds een religieus gegeven  maar wordt door de moeder ook steeds doorgegeven op genetische wijze. Haar dochter heeft ooit een gentest laten uitvoeren zegt Irina en die was 96% joods. Een van mijn overgrootmoeders heeft dus ooit gefoefeld lacht ze haar tanden bloot. Met haar hoofddoek als een servet over haar rode haar gedrapeerd en haar wat typische Joodse neus en ingevallen wangen laat ze me denken aan de akelige beelden die circuleerden ten tijde van de razzia's in de ghetto's.

Het is een erg boeiend gesprek met een beleerde 71 jarige dame die wiskundige is, net als haar man en  kinderen, maar heeft vooral in de informatica gewerkt. We gaan geen enkel onderwerp uit de weg. Omdat zij Russisch sprekend Oekraïne is, wil ik haar standpunt ook wel kennen over de motieven van Poetin. Wij bekijken het misschien teveel door een westerse bril. Zij zegt daarop dat ongeacht het feit dat bv de Asovbrigade ook boter op het hoofd heeft, dit zeker geen reden tot een inval mocht zijn. Dat men van Russische zijde zich wel zorgen maakte over de uitbreidingen van de Nato door de jaren heen heeft zeker wel een rol gespeeld.  En zo gaan onze gesprekken over politieke items, over onze gezinssituatie en ons werk naar luchtigere thema's zoals hoe het leven is in München, want daar woont ze en wat bijvoorbeeld typische Oekraïne gerechten zijn zoals borsjt.

De tijd vliegt voorbij en voor we het weten zijn we in Ribadesella en moeten we afscheid nemen. Een groep vriendinnen  wacht haar op in het volgende dorpje 4 km verder. Een kranige tante. Slava Oekraïni !

Dag 87 : Ribadesella - Collunga

Gisterenavond doorverwezen door de receptie van het hotel naar een lokaal restaurantje omdat hun eigen keuken gesloten is op dinsdag. Mensen was dat lekker. Een visrestaurant waar ik bij mijn eerste glas albarino een vissoep krijg aangeboden. Dan krijg ik de arroz con mariscos in een veel te grote casserolle opgediend. Niet te versmaden, graag een tweede glas albarino senor. Ik eet me te pletter en dan is er nog over. Heerlijk zo verse schelp en schaaldieren. Tot slot nog een toetje en dan half bedwelmd terug naar de overkant van de rivier waar ik logeer in een veel te sjiek hotel als pelgrim. Bij het ontbijt vanmorgen in het hotel blijk ik echter niet de enige pelgrim te zijn. 4 Fransen aan de tafel naast me bestellen ook spek en eieren en voor de rest is er ook niks tekort.  

Ok ik begin de dag zoals gisteren in de miezerregen aan de kaai voor mijn hotel  waar de golven zachtjes tegen de muur in schuim opgaan. Voor me uit zie ik de 4 Fransen lopen. Waar de stranddijk eindigt en overgaat in een beklimming van de aanpalende berg, zijn de Fransen gestopt om even met een landgenoot in een campervan te praten. Ik loop ze voorbij en niemand zegt wat, ik ook niet. Ik klim de wolken in en die nevelen op me neer. Door de eucalyptusbomen word ik ook niet echt beschut. Veel foto's zullen er ook niet gemaakt worden met deze mist, het zicht is beperkt tot 100 meter. Na het bos volgt een tot op de draad versleten weggetje, dat kronkelend zijn weg zoekt tussen de velden. Hier en daar een mooi uitzicht, als ik het goed inschat, want zien kan ik het niet. Mijn brilglazen zijn ondertussen ook beneveld en aangezien die zonder ruitenwissers werden geleverd,  de oude methode met de zakdoek dan maar toepassen. Ondertussen denk ik aan het thuisfront waar er een hittegolf op komst is. Morgen, donderdag, petanquedag , komen de mannen een balletje gooien. Hopelijk ben ik binnen een 3 tal weken ook terug present. 

Ondertussen schrik ik me een hoedje door 2 koeien die vlak bij me uit de mist opduiken. Kon de titel van een boek zijn : Koeien in de mist. Is eens wat anders dan die gorilla's.  Ik hoor dat ik korter bij de kust zit, wegens de branding, maar zien doe ik het niet want de mist wordt een dikke brei. Dit hoort ook bij deze regio, anders zou de Costa Verde niet zo Verde zijn. Van de Fransen ondertussen geen spoor meer, althans ik zie het sowieso niet vanwege de mist. Gisteren kreeg ik van Gerd, weet je nog, de sympathieke Nederlander, een berichtje dat hij mijn blog nog steeds volgt en gecharmeerd is van de boeiende mensen die ik ontmoet. Ik geef toe het is een voorrecht om hier te zijn. En op het moment dat ik eraan denk weet ik nog niet wie ik even later zal ontmoeten. Ik kom ondertussen van de kustroute terug op de hoofdroute en daar ontmoet ik Bruce, een Australiër uit Perth.

Hij is hier om de Noordroute in 2 stukken te doen, want hij heeft halverwege een ontmoeting met vrienden in Lyon. Hij was vooral tijdens zijn dienstjaren vooral een environmental coach. Hij weet dus heel wat van de natuur en is vooral ook een gepassioneerd natuurfotograaf. Hij toont me wat foto's,  indrukwekkend moet ik zeggen. Verder gaat het over zijn gezin, hoe hij zijn vrouw leerde kennen,  dat hij haar 30 jaar geleden in San Sebastian ten huwelijk vroeg. Hij heeft hier in Spanje ook vrienden wonen en is net als ik gecharmeerd door het Spaanse gezinsleven en de pubcultuur, maar ook hoe de Spanjaarden in het leven staan. Ik begrijp hem volledig. Ook als hij het heeft over het delicate evenwicht tussen toerisme en de eigenheid en charme van deze regio. We hebben het over het wildlife hier en in Australië en Nieuw-Zeeland,  over slangen,  dingo's en koala's. Enfin te veel om op te noemen en voor ik het goed en wel besef moet hij de afslag naar La Isla nemen waar hij logeert.

Ondertussen staat er al iemand anders mij op te wachten. Het is Rytis. Een Litouwse gast van 27. Hij had me al in de gaten en wacht me op Hij vraagt van waar ik ben, maar weet het antwoord eigenlijk al. Van België repliceer ik. Ben jij dan Patrick vraagt hij. Allez hoe kan da nu, hij is de laatste weken al de 3e die me dat vraagt. Fantastisch wat gij doet zegt hij, helemaal van ginder. Het is duidelijk , mijn naam circuleert in de herbergen. Maar goed, de jongen heeft het moeilijk. Zijn ouders zijn beide managers, zijn vader kantoorhouder van een bankkantoor, bij zijn moeder is net kanker vastgesteld.Zijn broer maakt het ook niet goed en hijzelf heeft net een promotie gemaakt waardoor hij onder druk staat mede door zijn hoge eisen die hij voor zichzelf stelt als voor zijn medewerkers en worstelt daarmee. Het is net of ik een spiegel voorgehouden krijg wat dat laatste betreft. Hij woont bovendien in Duitsland, dus een eind van zijn ouders en broer en dan is ook zijn relatie na 4 jaar nog eens afgesprongen. Hij en z'n vriendin woonden en werkten trouwens in Oekraïne toen de oorlog daar uitbrak. Een bewogen leven voor zo'n jong iemand. We besluiten om een pint te gaan drinken en praten verder over een aantal issues, waaronder politiek, het gebruik van socials,  de betrouwbaarheid van de media en zo verder. Dan wordt het tijd om in te checken en nemen we afscheid. Alweer een boeiende namiddag ondanks het mindere weer.

Dag 88 : Collunga - Villaviciosa

Vanmorgen tot half 8 kunnen slapen want ik heb maar een korte wandeling van 17 km opstaan,  weliswaar met 450 hoogtemeters maar het ontbijt is sowieso pas om 8 uur in dit leuke hotelletje, dat gerund wordt door een Asturisch-Nederlands koppel. Ook al eens leuk om je eigen taal nog eens te kunnen spreken. Ze doen er bovendien alles aan om het de gasten zo aangenaam mogelijk te maken, dat merkten ik gisterenavond al bij het diner, maar het ontbijt is werkelijk verrukkelijk, misschien ook wel omdat ik er nu wat tijd kan voor maken.

En dan maar weer wat kilometers maken he. De marktkramers zijn om 9 hun kramen nog rustig aan't opstellen, dat zou bij ons niet mogelijk zijn. Ook voor het weer is er geen moeite gedaan, gewoon een copie van gisteren. Klam maar geen regen en tgen de 20 graden als ik start. Aangezien ik nu in de vallei vertrek zit ik niet in de wolken. Het zal echter snel beginnen stijgen en wat me opvalt, op deze smalle wegen van gehucht naar gehucht, waar sowieso weinig verkeer is, begroeten de chauffeurs me telkens ik er een tegenkom. Vriendelijk als ik ben wuif ik terug.

Net als ik de autosnelweg voor de 17e keer kruis deze maand, althans dat is het gevoel dat ik heb, rent er een bunzing een 20 tal meter over de weg, de struiken in. Mooi beest. Bruce had het er gisteren ook over dat hij er een gezien had, alleen wist hij niet precies wat het was. Wat verder kom ik een knappe jongedame tegen met haar veel te grote hond, alleen, wat het is, ik weet het niet, maar zowel de Fransen als de Spanjaarden laten hun  honden vrij langs zich lopen en die volgen netjes, zijn niet in andere mensen geïnteresseerd. Knap vind ik dat, toch? Ik denk net bij mezelf, het landschap waar ik door loop lijkt op de Voerstreek, alleen grootser. De bergen zijn hoger, de dalen dieper maar ook een groen landschap met afwisselend weilanden en bos. Kleine boerderijtjes en de typische huisjes uit natuursteen met rode dakpannen, koeien die grazen, hooiland en in deze streek nogal wat boomgaarden met halve hoogstam appelbomen. Vreemd : Kleine appeltjes al aan de boom en toch ook bloesems. Nooit gezien. We zitten hier trouwens in de ciderstreek. Overal zien je sidreria's, van hoog wordt de cider in het glas geschonken om zo de luchtbellen er uit te laten en de drank  at lucht te geven. Zelf ben ik er niet zot van.

De volgende berg duurt een tweetal kilometers en da's goed voor een 300 hoogtemeters. Achter me hoor ik fietsers maar ze steken me maar niet voorbij. Uiteindelijk komt mevrouw met ondersteuning eerst boven en dan mijnheer met een koersfiets. Ze herkennen me blijkbaar van het hotel vanmorgen en we slaan een praatje. Nadien gaat ieder zijn weg. Bonne route. Ja het zijn Fransen. Bij een volgende heuvel kom ik aan een kapel en je gaat me niet geloven maar de koster is de beelden aan 't afkuisen. Weer een stempel. Nog een koppel die uit het niets komen schuiven aan. We slaan aan de praat en het blijken twee ex rechercheurs te zijn uit Edinburgh. Shirley en Edward, zeg maar Eddy. We hebben een leuke babbel onderweg over hun en mijn job, de veel te hoge belastingen zowel bij hen als bij ons, maatschappelijke problemen,  de evolutie bij de politiediensten, de schoonheid van Schotland, hun wandelavonturen en dan zegt Eddy iets frappant : Op de Camino lopen alleen maar leuke mensen rond, allemaal gelijkgestemde zielen. Tot nu had ik daar nog niet bij stilgestaan, maar ik kan dit alleen maar beamen. Misschien heeft niet iedereen hier eenzelfde mening, maar staat wel iedereen open om de ander zijn argumenten te aanhoren. Mensen met een open mind, een verademing in deze wereld die steeds bekrompener wordt.

Dag 89 : Villaviciosa - Gijon

Gisterenavond kreeg ik een berichtje van Rytis, de Litouer of ik geen zin heb in een pintje. Hij zit wat verder samen met de Australier Bruce in een lokale bar. Nadien gaan we dan samen iets eten. Lijkt me leuk, al heb ik reserves want vandaag staat een etappe van bijna 30 km op het programma en 700 hoogtemeters. Bruce gaat bovendien vandaag naar Oviedo om van daaruit een vriend in Leon te bezoeken, dus die zal geen haast hebben en Rytis, staat meestal pas om 10 uur op en durft makkelijk tot 7 of 8 's avonds te wandelen. Ik daarentegen wil om half 8 ontbijten en dan volle bak. Maar ok we spreken dus af en onderweg zie ik het Schose koppel op een terras zitten. Ik ga hen effe begroeten en ze willen een foto samen met mij. In de bar hebben ze ondertussen ook al verteld van die Belg die al 3 maand onderweg is en dus een beetje kierewiet zegt de barman. Terechte omschrijving misschien. 

Maar goed verder naar mijn maten en na een paar pintjes en veel gebabbel krijgen we honger. Bruce wil nog eens cider proeven maar da's not my cup of tea. Maar toch gaan we naar de Sidreria waar de serveerster in de weer is om met gestrekte armen, fles boven haar hoofd en een glas schuin beneden in haar andere hand te vullen zonder al te veel te morsen. Deze techniek wordt gebruikt om de cider te beluchten en wordt escanciar genoemd. Bruce vindt het een hele belevenis, maar Wij gaan voor een glas rode wijn, een tempranillo, maar die wordt dan weer gekoeld geserveerd, naar de botten dus in mijn ogen. Maar goed er wordt gepraat en gelachen en we gaan als vrienden uit mekaar, alleen wat aan de late kant.

Vanmorgen neem ik dan een lekker ontbijt in het hotelletje geflankeerd door een tafeltje met 2 Duitse dames uit de streek van Heidelberg. De blonde doet me denken aan mijn jongere jaren en de films van Heidi in Tirol met twee blonde vlechten en een te kort shortje . Ze gaan vandaag iets korter wandelen dan ikzelf. Bij vertrek blijkt het weer alweer een copie van de dag ervoor. Miezerig en mottig warm. Voor me loopt een koppel dat ongeveer hetzelfde tempo aanhoudt als ikzelf. Bij de splitsing van de Via Norte en de Via Primitivo staat een kapelletje en daar ontmoet ik deze wandelcompagnons voor het grootste deel van de dag. De man is wat grijzig maar zij ziet er me een Spaans type uit, dus zeg ik Hola, donde está. Maar de man die langs me staat hoort het in Keulen donderen en zegt Sorry? Ok ik probeer het dus nog eens in het Engels en het blijken Amerikanen uit Texas te zijn al heeft zij Cubaanse roots. Haar ouders moeten vluchten nadat Fidel het land over nam, want haar vader was burgemeester en ploegbaas in een lokaal bedrijf en dus 'rijk'. Uiteindelijk is de familie met 10 dollar in hun zak moeten vluchten naar Florida. Zij heeft een opleiding als verpleegster. Hij heeft het grootste deel van zijn leven in de Navy gezeten. Als ze vragen vanwaar ik ben en het woord België  valt, wordt het weer wat genant : are you the Belgian who walked all the way from your country? Ja hoe weet gij da nu weer? Ah 2 Ierse vrouwen ontmoet die het over jou hadden. Al snel blijkt ook dat Guy en Annie naar hier zijn gekomen omdat ze ook een christelijke gemeenschap gesticht hebben in hun woonplaats en van daaruit dus inspiratie haalden voor deze tocht.

Ge voelt het al, Texas, bijbels, dan denk je Trump. Daar spreken ze zich niet over uit  maar ze hebben wel een nuchtere kijk op de zaak en vinden vooral economisch dat bijvoorbeeld de grote groep mensen die naar de VS willen migreren te groot geworden is, maar dat ze wel migranten nodig hebben om bepaalde jobs te kunnen invullen. Hun Christelijk werk zorgt vooral dat ze in die cirkel een vriendenkring hebben opgebouwd maar ook dat ze jongeren kunnen motiveren om samen sporten te beoefenen, kortom het brengt mensen dichter bij mekaar. Als ik zeg dat ik niet gelovig ben, willen ze me ook niet overtuigen of vragen niet naar motieven.  Een open gesprek met andere woorden, dus heb ik hieruit geleerd toch niet te snel conclusies te trekken.  Bij de eerste zware beklimming wil ik mijn stokken uithalen wat de ondergrond bestaat voornamelijk een stuk uit rotsen en keien. Guy en Annie lopen verder  maar boven aan de top zal ik hen bijhalen. Ondertussen passeer ik ook de jodelvriendinnen uit Heidelberg. De witte komt bijna niet meer vooruit, maar seffens haalt ze haar vriendinnetje wel bij zegt ze. Als ik de bruine passeer weet ik wat ze bedoelt, want die staat te hijgen en te puffen, net als in de film  maar om andere redenen.  Nog efkes lieg ik, dan zijn we er. Ze zucht, ik heb mijn stokken thuis laten liggen.

Alle vier op de berg hebben ze een rugzakske van niks, want ze laten hun bagage nabrengen.  Goed dat Bruce er niet bij is, want die krijgt daar de stuipen van 'dan lopen ze je voorbij met een air van, ge zijt aan 't afzien he ouwe' en gaan ze verder de toerist uithangen he zegt hij. Ik ben het niet helemaal eens met hem, want er zitten er ook bij die gewoon voor enkele weken komen, maar waar ik het wel met hem eens ben is zijn visie op de Italianen. Ze zouden die niet met meer dan 2 mogen toelaten zegt hij. Lawaai dat die mannen bijhebben, die doen juist of het hier allemaal van hen is zegt hij. Allez uiteindelijk toch een medestander gevonden.

Boven aan de eerste klim staan Guy en Annie een appeltje te eten en iets te drinken. Ik ga wat voorsprong nemen zegt ik, want jullie zijn sneller. Niks van zegt Annie, ik weet niet hoe je het doet met die zware rugzak. Allez zeg ik en dat moet ik horen van een bodybuilder. Ze heeft net een concours meegedaan van 55+. Ze is net 60 geworden en wou dat voor die leeftijd gedaan hebben. Top . Hij doet nu ook fitness en is al 15 kg kwijt. Maar goed ik loop dus door en na de volgende, toch wel uitdagende klim, druipt het zweet langs mijn ellebogen op mijn short. Warm en vochtig is het en de stenen en rotsen zijn glad. Wat gaat dat worden met de alpenmeisjes denk ik. Maar goed even verder aan een appelplantage, het is ondertussen half 1, eet ik mijn lunch, een chocoladebroodje met banaan. Als ik terug vertrek komen de Texanen net voorbij en lopen we de laatste 11 km samen verder. Guy begint ook trek te krijgen zegt hij. Ik heb nog wat koekjes, zin in vraag ik? Ik eet alleen Biscoff kodkjes zegt ze. Wil het toeval toch dat ik die net de dag ervoor gekocht heb, met chocola. Dit is Belgisch zeg ik. Dat kan ze niet geloven, dus toon ik het op het pakje. Elke keer als ze nu zo'n koekje eten gaat er gedacht worden aan dit moment. De toon is vrolijk, Iedereen is blij, goed over de bergen gekomen te zijn en uiteindelijk lopen we samen de stad in en geven elkaar een flinke handdruk. Alweer een dag mooi afgerond.

's Avonds loop ik nog even door de stad, niet veel bewonderenswaardig te beleven. Veel zien en gezien worden. Ik waan me een beetje in Knokke of Nieuwpoort. Not my cup of tea.

Dag 90 : Gijon - Aviles

Ik vertrek vanochtend in alle vroegte uit de stad Gijon om de drukte voor te zijn. Zodra ik op de kade kom gonst het van de bedrijvigheid aan een jongerencafé.  Er staan 2 politiewagens en er komen er nog 2 aangestoven.  Een deel volk op straat, blijkbaar is dit feestje wat uit de hand gelopen. Voor de rest is de stad nog niet ontwaakt, buiten de stadsdienst die de vuiligheid van vannacht weer opruimen. Overal glas, flessen, bekers, papier. In de haven liggen 2 ballonnen. Er is hier behoorlijk gefeest blijkbaar.

Het wordt een minder leuke wandeldag, want we wandelen van de ene stad naar de andere met ondertussen een hele strook met industrie. Van chemie over staal tot meststoffen. Dat allemaal geflankeerd door een autosnelweg en een spoorlijn, dan weet je het wel. Het middenstuk van pakweg 7 km is dan weer wel mooi. Het wordt nog minder leuk als ik ze achter me hoor aankomen, de Italianen. Bruce de Australiër had me al gewaarschuwd en ook Sanne en Irina, de Duits-Joods-Oekraiense hadden het er al over: ze zijn met zes en vullen een kamer, luidruchtig, mensen kunnen niet slapen. En Bruce dan: En dan komen ze afgelopen he met hun stokken tik tik tik tik.

Ok ik hoor ze al van ver praten en inderdaad tikken met de stokken. Ik ben net gestopt na een helling om een foto te nemen, maar ik weet dat de helling verder gaat , dus zet ik terug aan om hen voor te blijven. Op één van de splitsingen naar boven neem ik de steilste helling en zij volgen, maar het spoor loopt dood. Foute weg. Terug naar beneden,  maar nu lopen zij voor me natuurlijk. Ze gunnen me geen blik, laat staan dat ze goeiedag zeggen. Wel tegen mekaar palaveren. Godverdomme nie met mij he. Ik schuif op naar voor tussen hen in, want ze lopen in spreidstand. De eerste die blijft maar raaskallen en ik vraag aan de derde : Italiano? Hij beaamt zo fier als een pauw. Ik schakel over op Engels : scheelt er iets met hem dat hij in zijn eigen praat terwijl ik wijs op de eerste. Hij verstaat me niet. Deutsch? Neen, Francais neen, Espagnol, neen.Boeren. Hij wijst naar de tweede. Die spreekt 4 woorden Engels en vraagt van waar ik kom . Belgium,  ik kan het echt niet laten liggen nu, I walked from there over here.  Nu draait de eerste, de babbelaar zich om, hij is duidelijk de jongste met op zijn rugzak een stiksel met jaar en kilometers Camino reeds gestapt : 200 km vorig jaar en nu 820 erbij. Oeh that's far zegt 'm. More than 2000 km zeg ik. Ze babbelen nie meer, de jongste zegt : strong man, ik repliceer, no old man. Achter me wordt gelachen. Het volgende stuk klim komt eraan en ik denk : nu doorduwen, of ik val dood of ik kom als eerste boven. Ik hoor het getik van de stokken stilaan uitdoven achter me. Ik denk dat ze in de toekomst netjes goeiedag gaan zeggen.

Wat verder kom ik de 3e Ozzie in een week tegen, eigenlijk de 3e en de 4e want het zijn man en vrouw. Shelly en ik denk Ricardo, alleszins iets eindigend op O. Niet typisch Australisch zeg ik, nou, vader afkomstig uit Spanje, moeder uit Argentinië.  Hij heeft hier nog familie in Leon, waar Bruce nu ook zit en in Andalucia, waar hij na zijn Camino even gaat verblijven. Vorig jaar deden ze de Frances, maar deze vinden ze veel leuker. Hij is wetenschapper, een zeer beleerd man, heeft ook een doctoraat maar praat liever over zijn hobby's zegt hij. Hij kweekt nieuwe variëteiten van bloemen, doet houtbewerking, knapt huizen op en nog zoveel meer. Heeft sociale media ook aan de kant geschoven net als ik, en dan gaat het over politiek en milieu en zoveel meer. Ik vraag hem nog verder uit over zijn job. Hij heeft jaren in de VS gewerkt bij Pfizer om een middel te vinden dat glaucoom kan onderdrukken. Dan in verschillende Labs in Australië en nu in Sydney waar hij een nationaal lab leidt waar ze alle politiemensen op drugs doen voor politiecontroles maar ook post-mortems en zelfs voor chemicaliën in het water. Voor het naar hier komen heeft hij in Bulgarije op een medisch congres nog een lezing gegeven over forensische toxicologie. Geen klein bier dus maar toch is de man heel down to earth en praten we bijna als vrienden met mekaar. Shelly loopt wat achter ons aan want ze heeft gisteren teveel pepers gegeten lacht ze. 

Als zij gaan lunchen in een dorpje onderweg stap ik nog 5 km door naar Avilès waar ik aangenaam verrast wordt door de gezellige schoonheid van dit oude maar verzorgde stadje. Wel wat toeristisch, maar ook veel Spanjaarden op de vele terrassen en in zo'n zaak stap ik binnen en vraagt of ze nog 'n plaatsje voor me hebben. De eerste zaak completo,  de tweede doen geen eten. De derde ook geen plaats maar die maakt dan toch een klein tafeltje vrij. 25 euro gaat me dit kosten, voor een fabada, da's een soort bonensoep met bloedworst, chorizo, verkensrib en meer lekkers, gevolgd door een vis die ik niet ken met patatjes en een pudding met koek tussen en chocola op. En bebidas, een fles rioja en een fles spuitwater.  Ik geraak niet meer op nadien, gelukkig moet ik maar 300 meter tot mijn appartement gaan in het oude stadscentrum dat ik namiddag bezoek. Mijn camino stempel krijg ik van een agent in het mooiste politiekantoor dat ik ooit gezien heb en ondertussenzitten ze te zingen op de terrassen.. Missie alweer geslaagd en weer 32 km op de teller.

 

Dag 91 : Avilès - Cudillero

De dag begint niet echt onder een gunstig gesternte. Ken je die dagen dat je in uren voldoende slaap gehad hebt maar dat je moeilijk wakker word en alles wat trager verloopt? Wel kwart na zes ben ik wakker, het plan is om 7 te starten, maar ik geraak niet op dreef. Als ik bovendien een tweede tas koffie zet en me even naar de eettafel begeef om een broodje te beleggen stopt dat verrekte koffiezetapparaat niet en loopt over. Opkuisen dus en afwassen nog en dus half 8 als ik start. De te volgen route leidt me naar de kathedraal, waar ik gisteren niet toegekomen ben om te bezoeken en dus het gevoel heb dat dit nu moet gebeuren. De deur staat open maar de lichten zijn nog niet aan al komen de eerste gasten voor de ochtendmis. Ik maak dus enkele mislukte foto's van de duisternis en stap voldaan buiten.

Het is dus na achten dat ik de stad verlaat en ik ben niet alleen, want er lopen al meteen 2 dames met een schelp op hun rugzak voor me uit. Dames is niet het juiste woord, het zijn eerder meisjes en lopen is ook overdreven want ze hebben een tempo dat mijn vader van 94 nog zou kunnen volgen en bovendien vliegen ze mekaar in het haar, nadat ze voor een verkeersspiegel gestaan hebben. Dat in mekaars haar vliegen is letterlijk te nemen want het gaat over hun staartjes die niet op de juiste hoogte zitten. Dat zijn dus blijkbaar dingen waar sommige pelgrims mee bezig zijn. Ik loop hen voorbij en als het geen Spaanse jongedames geweest waren had ik gevraagd of mijn staartje goed zat, maar dat kreeg ik niet uitgelegd in die taal. Dus stap ik flink verder want 26 km en 640 hoogtemeters is niet niks. Vooral als ik merk dat de bordjes me omleiden tot op een bepaald moment geen bordje meer te zien is. Ik dus de kortste weg naar Salinas nemen waar de hoofdroute doorkomt maar dat gaat flink naar beneden, dus nadien ook weer flink naar boven. In de verte hoor ik het bovendien donderen, het is 25°, 9 uur en vochtig. Dat is zweten dus. Maar goed, als ik boven ben, maak ik even tijd om te drinken en dan vallen de eerste druppels. Dus beschermhoes over de rugzak, maar met mijn regenjas wacht ik nog even. Terecht zo blijkt want een kwartiertje later houdt het op met druppelen en het klaart stilaan op. Allez toch iets dat meevalt vandaag.

Als ik een aantal kilometers verder nog een aantal dorpjes verslonden heb en zit te zwoegen en te zweten, neem ik eens een fotostop en komt er nog meer goed nieuws mijn richting uit, onder de naam Lilly, een jonge spontane Duitse uit het Noorden van Duitsland  maar die terug naar haar Heimat in Köln wil. Bijna een buurmeisje dus. Zij is afgestudeerd als bachelor kinesiste en dus ga ik haar in mijn rugzak steken en meenemen voor de rest van mijn reis. Ze giecheld als ik het vertel. Leuk om met zo'n jong iemand te praten hoe zij zich voelt in de maatschappij, hoe ze naar politiek kijkt, naar carrière,  naar relaties enzovoort. Lilly heeft een neuspiercing en wat tattoos, onder andere de geboortedatum van haar ouders, die trouwens gescheiden zijn, eentje van de camino, eentje van een lelie, als verwijzing naar haar naam, eentje is een Italiaanse spreuk die ze samen met haar mama liet zetten en de mooiste vindt ze zelf, een tekening die een vriend tatoeëerder voor haar gemaakt heeft.

Politiek is het eerder een Leftie, maar niet extreem en ze maakt zich vooral zorgen over de Oekraïne crisis, het feit dat er terug legerplicht in Duitsland komt, dan moet het toch wel al een serieuze bedreiging vormen, al relativeer ik dat met de gevleugelde woorden dat dit soort retoriek eerder als afschrikken diende in de koude oorlog. Ze vindt het onrechtvaardig dat er geen rijkentaks komt enzovoort. Als ik dan vraag hoe het zit met haar socials dan blijkt het een stuk moeilijker om sommige rijken een deel van hun inkomsten af te nemen door een switch te maken naar andere Europese platforms. Tja je moet ergens beginnen he meid. Enfin lang verhaal kort maken. Ik heb een leuke babbel tot onze wegen zich scheiden. Zij is aan eten toe en ik wil nog wat verder klimmen. Dat doe ik tot een kilometer of 4 van mijn eindbestemming vandaag, waar ik Nalon een kerkplein vol Spanjaarden tref die zich tegoed doen aan een lunch van het lokale restaurantje. Na wat zoeken vind ik ook een tafeltje en bestel ik een slaatje en nadien kip met look en patatjes. 

Mijn laatste kilometers loop ik bergop en af door een bos en als ik richting een riviertje ga word ik plots besprongen door een hond die net uit het water komt. Gelukkig is het een pub die ongevaarlijk is, behalve dat ik eruit zie als een roetpiet en mijn short ook een handwasje kan gebruiken. Enfin de eigenares komt zich verontschuldigen en wenst me buen camino. Zo is het vandaag dan toch weer goed gekomen. Voor jullie gaan denken, binnen dit en 14 dagen is hij terug thuis, weet dat ik de volgende 12 dagen nog meer dan 6000 hoogtemeters moet maken. Een spierscheur of wat anders kan nog altijd he, met 2100 km op de teller.

 

 

 

Dag 92 : Cudillero - Castaneras

Net als gisteren begint de dag niet onder het beste gesternte. Ik ben om 7 klaar voor vertrek en wil aan de automaat op de parking van mijn hostel nog wat koele drank uithalen. De uitbater had me gisteren in het Spaans uitgelegd dat ik een code moest intikken om de poort te openen en verzekerde me ook dat er ontbijtmogelijkheid langs de camino op een 2 km van hier is. De poort gaat netjes open met de code. Ik kies mijn drankjes, maar als ik terug buiten wil, is de poort dicht en geen spoor van een box met code aan de binnenkant noch een knop om te openen. Er zit dus niks anders op dan mijn rugzak over 1,80 meter te tillen en er zelf over te kruipen. Terwijl ik dat doe zie ik een pelgrim een foto maken van de kerk naast het hostel en hij kijkt mijn kant uit.

Ik besluit hem dan maar achterna te lopen en dan word ik geconfronteerd met een Italiaan. Ik tracht een gesprek in het Engels aan te knopen maar dat loopt moeizaam. Ik leg het verhaal van het uitbreken uit en dat ontlokt hem een glimlach. Als ik hem vertel dat er nog 6 andere Italianen op pad zijn, dan zegt hij dat hij er sinds een paar dagen één van is. Maar ik ben vanmorgen alleen vertrokken zegt hij, want hij maakt met zijn hand een gebaar van 'ze praten en praten en praten maar' en daar kan ik 's ochtends niet tegen zegt hij. Tegen wie zegt hij het. Hij werkt als magazijninrichting begrijp ik en even later sluiten we aan bij zijn maten, of ik het nu wil of niet, ik kan me niet wegstoppen. Maar de meesten, vooral de jonge generatie, zeggen vriendelijk goeiedag en de oude garde knikt toch. Ik heb er ondertussen een paar voorbijgestoken, maar van een ontbijtmogelijkheid is nog altijd geen sprake. Ondertussen zijn we al volop aan't klimmen.  Een van hen zegt dat er een hotelletje in het volgende dorpje is voor een koffie, want daar zijn ze ook aan toe.

Deze mannen hebben mekaar op vorige camino's leren kennen en proberen elk jaar eentje te doen. De jonge generatie meestal een stuk ervan, behalve de leider van de jongeren, die vorige keer zijn bewondering niet weg stak. Hij loopt nu ook vooraan en wil graag zijn Engels bijschaven, daarom wil hij graag met me praten. Hij doet in de herfst en winter vooral aan bomen snoeien en in de lente geeft hij skiles. De rest van het jaar heeft hij verlof en kan hij dus camino lopen.  Ondertussen zijn we het hotelletje gepasseerd maar da's in de fik gegaan, dus geen koffie. Zij nemen een stop in het dorpje maar ik besluit verder te gaan. De verbroedering is een feit, maar we moeten nu ook weer niet overdrijven. Wat dan volgt is een behoorlijk moeilijke klim en zonder ontbijt voel ik de jus uit de benen lopen.  Boven staat strategisch een drank automaat opgesteld en ik besluit er een banaan en wat dadels te eten en een frisdrank binnen te kappen, dat moet volstaan voor de volgende beklimming,  want die komt er al aan.

Op zich volgens mij een van de mooiste routes tot nog toe in Asturië maar ook een van de moeilijkste. De weg loopt vooral door bosgebied van berg naar berg, met mooie uitzichten maar met telkens ook een vallei tussen. Aangezien het vooral bospaadjes zijn met stenen en rotsen en de hellingsgraad meestal behoorlijk is, blijft het de ganse voormiddag zwoegen. Bij een volgende scherpe afdaling, word ik bijgehaald door de Australische wetenschapper,  zonder vriendin dit keer. Zij opteert om met de bus wat kustplaatsjes te gaan bezoeken. We komen even later bij een dorpje waar zowel een bakker als een buurtwinkel open is, een ongekende luxe. Hij heeft nog niet ontbeten, dus doet zijn aankopen en zoekt dan een bank, maar ik neem afscheid en begin, ondertussen met 3 kg merr gewicht aan de volgende steile helling. Altijd hetzelfde scenario, steil omhoog, steil omlaag, door een riviertje waden en terug steil omhoog. Tot ik op 2 km van mijn appartement bijgehaald word door een groep Argentijnse fietsers met allemaal een gestreept voetbaltruitje aan van de nationale voetbalploeg. Ze wensen me een voor één een buen Camino en stoppen bij een hotel. Lijkt me ook een goed idee, want het is middag. Als ik de parking oploop prijs ik hen voor hun goeie voetbalteam en dan moeten ze weten van waar ik kom. Geweldig dat ik een paar woorden Spaans spreek en dat ik hen versta, zeggen ze, maar als ze vragen waar ik begonnen ben krijg ik handgeklap en gejoel te horen. Als ik zeg dat ik ga comerren,  moet ik door hun erehaag. Wat is me dat toch voor een vrolijke bende.

Eten kan pas om 1, dus ben ik genoodzaakt om een pintje te drinken en te wachten. Het eten is lekker, maar de twee kilometer die dan nog volgen in de zingende hitte iets minder. Het appartement is eigenlijk een huis dat in twee stukken is verdeeld en op de buiten ligt in peis en vree en in de verte zie je de zee. Ondertussen steek ik mijn was in de wasmachine (het zou gek zijn om het in de vaatwasser te steken) terwijl ik mijn blog afmaak. Vandaag maar 18 km opgeschoten maar wel 700 hoogtemeters afgelegd. Morgen naar Luarca wordt het 26 km en 750 hoogtemeters. Rusten is geen overbodige luxe hier.

 

 

Dag 93 : Castaneras - Luarca

Gisterenavond uren bezig geweest om twee boekingen voor het komende weekend te doen en de tweede werd dan nog geannuleerd wegens toch geen individuele kamer beschikbaar. Elk weekend hetzelfde geklooi en telkens heb ik dan een onrustige nacht. Ik ben vroeg uit de veren en om 7 sta ik vertrekkens klaar. De zon komt op en de vogels fluiten. Ik zit hier op de buiten en binnen 5 minuten ben ik terug op de Caminoroute. Het begint terug zoals het gisteren eindigde. Dadelijk een flinke daling dit keer en in de verte zie ik de oceaan. Aan de andere kant van mijn gezichtsveld rondom bergen en tussenin hoor ik de bellen van de koeien klingelen.

Beneden gekomen op het stenige bospad moet ik proberen droge voeten te houden als ik het riviertje oversteek, maar de klim baart me meer zorgen. Het is nog halfduister en dan staan mijn ogen nog niet op scherp. Het is over gladde rotsen en vochtige puntige stenen klimmen en soms zijn mijn benen wat te kort. Ik zwoegen mezelf naar boven en dan herhaalt het scenario zich even daarna opnieuw. Alleen zie ik in de afdaling in de verte iemand op me staan wuiven. Het is de jonge Litouwer Rytis die me staat op te wachten. Fijne gast met een interessante kijk op de wereld. Naar mijn oordeel hoogbegaafd, naar het zijne autistisch. Het is een blij weerzien na ons afscheid van Bruce. Veel dus om bij te praten. Het gaat over de meisjes die hij hier heeft leren kennen. Alli de Canadese waar ik ook mee gewandeld heb vindt hij wel leuk, maar die is dan weer lesbisch, ik corrigeer, die valt op een persoon. Lilly, de Duitse, is hem iets te links en daar kreeg hij moeilijk conversatie mee, in tegenstelling tot mezelf, maar die voelt zich mijn insziens bedreigd door zijn intelligentie. En dan was er een 60 jarige Italiaanse die gisteren 3 uur in het Italiaans tegen hem heeft gepraat terwijl hij er niks van begreep. Koppijn was ook zijn deel. En 3 dagen geleden heeft hij de groep Italianen gezien. They were complaining about you zegt hij lacherig. Hoezo, vraag ik. They couldn't follow you in the mountains. De Litouwer lacht. That one is for the nights they kept Bruce awake zegt hij.

Na de volgende beklimming,  we trekken vandaag weer 700 m de hoogte in, komen we in een dorpje met een bar, tijd om af te koelen denken we en als we op het terras onze frisdrank binnen kappen, komt daar toch wel Lilly afgestapt om haar ontbijt hier te nemen. Ze heeft enkele dagen tot 40 km gelopen en nu dus pijn aan de knie en een dagje rust genomen in de lokale herberg. Namiddag wandelt ze naar het strand om wat te relaxen en morgen terug wandelen maar wel wat minder zegt ze. Als kinesist kan ze het weten natuurlijk. De voorbereiding van haar marathon zal ook wat uitgesteld moeten worden. We laten Lilly achter en kunnen nu een hele tijd door een vallei lopen  met kleine dorpjes, omringd door bergen  bevolkt door koeien, sparren en eucalyptus. De volgende bosstrook gaat weer steil bergop en bij de afdaling gaat het mis. We praten over reizen, ik loop dit keer vooraan en op het smalle steile pad naar beneden, bezaaid met losse stenen probeer ik me te concentreren en met mijn stokken te corrigeren. Ik heb mijn zonnebril aan en mijn pet op en ben zo gefocust op de weg dat ik een omgevallen boom niet opgemerkt heb, Rytis trouwens ook niet en ik kwak er met mijn hoofd tegenaan. Mijn bril laat twee snijwonden achter op mijn neus, maar verder is er geen schade. Zo komt mijn EHBO kit ook eens van pas, anders had ik dat de hele weg voor niks meegezeuld. Ontsmetten bloed afdeppen met steriele doekjes, bumperklevers erop en we zijn gelijk nieuw. Nog wat verder door de bossen klimmen, over de rotsen nadien en zo komen we aan onze hoogtemeters en ik haast aan mijn bestemming. Rytis moet nog een paar kilometers verder. Leuke Finca waar ik zit trouwens in Portezuela. Morgen weer ander nieuws.

 

 

Dag 94 : Luarca - Cartavio

Mijn gastheer van de Finca heeft me beloofd tegen 7 uur een ontbijtpakket klaar te zetten want ontbijt begint pas om kwart over acht. Ik haal het op en op mijn ruim terras kan ik zijn tuin en de omliggende bossen horen ontwaken. Heerlijk zo vroeg buiten al ontbijten. In de verte hoor ik koeien loeien en de branding van de zee. De Finca is prachtig gelegen nabij het strandje van Portizuelu en de tuin grenst aan een bos op een berg. Prachtig gewoon.

Stipt om 7 sta ik monter klaar om te vertrekken en ik moet langs het strandje om de nabijgelegen rots te kunnen beklimmen via een paadje. De zon staat nog erg laag en legt een warm deken over de oceaan en de omringende rotsen van het strandje. Tot mijn verbazing staat er al iemand in het koele water. Het is een jong ding van een jaar of 20 met veel aandacht gemaakt in de juiste proporties en geloof me of niet, ze zwaait naar me. Ze roept naar me maar ik versta het niet, dus komt ze over het witte keienstrand naar me toe gelopen. Of ik de Camino loop en of ik Duits ben en of ze een foto van mij moet trekken met dit licht op dit prachtige strand. Ik voel me een acteur in een B-movie. Ze maakt 10 foto's, want met dit tegenlicht krijgt ze het niet goed. Je praat goed Engels zeg ik, ja ze is half Spaanse en half Ierse, vandaar. Volgend jaar wil ze in een uitwisselingsprogramma een jaar hier komen studeren. Haar grootmoeder woont hier in de buurt en daar logeert ze. Ze heeft er op dit uur al een loopsessie opzitten en nu dus een plons in het water. Wat moet dat zalig zijn, terwijl ik dadelijk met 15 kilo de berg op moet sleuren want ik heb extra drinken bij. Er wordt 30° voorspeld.

Misschien nog even meegeven dat de Nederlandse Anna me gisteren een foto doorstuurde met de splitsing van de Norte en de Primitivo. Zij doet deze laatste route. Zeer mooi, maar ook uitdagend. Dominique is in Santiago aangekomen naar eigen zeggen en zal zaterdag in A Coruna met een zeilschip dat hem oppikt naar huis varen. Hij doet 2 wachten samen met een koppel, eentje 's nachts en eentje in de namiddag. Ik denk dat hij daar meer naar uitkijkt dan naar de camino, want die verliet hij regelmatig om GR routes te doen. Maar goed, na mijn klim kom ik in Luarca, mooi gelegen aan een slaperige baai. Vervolgens door een gevarieerd bos, dat is al even geleden om dan in een vallei uit te komen die de rest van de dag zal bepalen. Aan onze linkerzijde een bergketen, aan onze rechterzijde de oceaan, tussenin zitten we geprangd tussen een autoweg en een grote weg en lopen we door kleine dorpjes met een landelijk karakter met hooiland, weiden met koeien, maisvelden en hier en daar enkele groentekwekers. Boontjes, pepers en tomaten blijken in trek.

Ik zeg we, want eerst passeer ik een Spaanse mijnheer op rente, niet op pensioen benadrukt hij, die hier met zijn zoon wandelt, maar daar scheelt technisch iets mee heb ik de indruk. Dan een Spaanse dame die een hele tijd flink voor me opliep en bij een steile helling op een smal paadje me nadrukkelijk vroeg Passar, Passar. Ok dan doe ik dat he. Vervolgens een Spaans viertal dat de weg blijkbaar kwijt is, maar als ik vraag of todo bien is, vinden zij van wel. Ok dan. En bij een redelijk steile afdaling, in een holle weg, ik verzeker je dat ik elke halve minuut gecheckt heb of daar geen boom over de weg ligt, ontmoet ik 2 Amerikanen, maar met een voorliefde voor Europa, dat blijkt al snel, want 1 van de 2, Peter (Piieter dus) zijn dochter woont in Leiden. Hij is zelf een gepensioneerd advokaat. Geen splinter laat hij heel van je denk ik in Court. Praten als de beste. De andere, George, heeft connecties in Europa via zijn werk. Hij blijkt muzikant en producer. Hij is, zoals ik, veel rustiger, luistert en komt op bepaalde momenten met een  conclusie die ons stil maakt. Hij speelt zelf steel pedal en slideguitar, wat me bij de Belgische coverband van Neil Young brengt, Le Noise, waarvan we eerder dit jaar een prachtig concert zagen in de Muziekgietrij in Maastricht. Ik heb het met hem over het afgezegde concert van Neil Young, waar Koen en ik naartoe zouden gaan in rock Zottegem. Hijzelf heeft vooral in Amerikaanse bands meegespeeld, maar als producer heeft hij werk van Peter Gabriel voor Amnesty international mogen producen en van bijvoorbeeld de dochter van Van Morisson. 

Hij is met zijn vrouw naar Tsjechië gegaan om mensen uit de muziekindustrie, zeg maar vrienden, te ontmoeten. Nadien idem naar Parijs. Zijn vrouw is dan teruggevlogen en hij heeft Peter, een goeie vriend, opgezocht om samen een stuk van de Camino te lopen. Ee wonen amper 10 km van elkaar en Peter huurt George regelmatig in voor opdrachten. We hebben het over Tool, Foo Fighters, Pearl Jam en ander rocktuig en telkens komt er wel een verhaal bovendrijven. Als George me vraagt of ik ook een instrument bespeel, moet ik bekennen dat dit het enige in mijn leven is wat ik als een gemis aanvoel. Heb je ooit een instrument bespeeld vraagt hij, ja als je melodica een instrument kan noemen ja. Hoe oud was je toen, 10 of zo? Maar man toch. Koop je een gitaar, hoeft helemaal niet duur te zijn. Je hebt op het juiste moment in je leven notenleer gehad en een harmonisch instrument gespeeld, je hebt een enorm voordeel op andere mensen. Leer een paar liedjes van 3 akkoorden spelen en dat gaat je goesting geven om meer te doen en zorg vooral dat je instrument in de buurt staat, zodat je het op elk moment kan bespelen. Wel misschien is het nog niet te laat besluit ik. It's never too late to learn and play zegt hij.

Ik zie de mannen nog een paar keer terug, want dan passeer ik een winkeltje om mijn drankvoorraad aan te vullen, dan weer nemen zij een pause. Het zijn democraten zoveel is duidelijk en Peter is de prater maar zegt niet veel en luistert niet. George is de stille kracht. Peter wil tot slot nog een foto van me, want you're great man, a real pilgrim. Amazone what you are doing. Je kent het, de Amerikaanse slogancultuur. Hij zal weer iets hebben om over te praten bij een volgende groep. Van Northern California zijn ze trouwens. It's incredibly hot here man zegt hij de hele tijd. Het was geen mooie wandeling vandaag maar het was een leuke dag. Alleen jammer van de hoofdpijn. Die bomen ook he.

Dag 95 : Cartavio - Ribadeo

Sorry mensen, vandaag ff geen blog. Het was a hell of a Day. Door de regen en vooral onweersbuien heb ik vanmorgen beslist om niet door de bergen te trekken maar via de kust. Dat maakte 4 km meer en dus zat ik weer aan de 30 km. Bovendien heb ik al enkele dagen last van mijn heup en vandaag trok de pijn door heel mijn rechterbeen. Laat aangekomen dus en dan boekingen gedaan voor de rest van mijn verblijven op de Camino hier en ook voor de terugreis, mijn wasjes gedaan, inkopen en om half 9 uit gaan eten. De Litouwer Rytis en de Canadese Alli zaten daar ook en dus wat blijven plakken na het eten. Morgen zal ik mijn verhaal van mijn laatste dag in Asturië in het kort doen en ook verslag uitbrengen van mijn eerste dag in Galicia, die normaal 32 km en 800 hoogtemeters zal brengen, tenzij ik de kustroute neem, dat hangt van mijn heup af.

Morgen dus zeker meer.

Dag 96 : Ribadeo - Mondoñedo

Eerst nog wat over de route van gisteren. De nacht ervoor een onweer gehad waardoor de temperaturen zijn gedaald naar 22° gisteren. Ideaal wandelweer dus. De vogels vinden het ook want ze hebben al veel te vertellen zo vroeg. Ik ben afgeleid door een oude wasplaats waardoor ik een wegwijzer mis en gelukkig enkele honderden meters verder, flink bergop al, een vriendelijke boer me tegenhoudt en me terug op het juiste pad zet. Het onweer dat achter me hangt komt korter bij. Eerst gedruppel, dan regen en dan een stortbui. Juist genoeg tijd om mijn beschermhoes over de rugzak te rijgen en mijn regenjas aan te trekken. Ik stap verder maar er komt meer water van de binnenkant van mijn jas dan van de buitenkant. Zweet dus. Jas terug uit en zo zal het nog een paar keer gaan. Ik maak dan de keuze om via de kustweg te gaan. Minder kans op onweer denk ik dan en als het onweer toch door water wordt aangetrokken,  dan is er meer water in de zee dan in mij. Dus minder kans door de bliksem getroffen te worden. Het lijkt ook allemaal goed te komen want het onweer trekt naar het binnenland. Ook bijzondere herinneringen komen naar boven als ik het plaatsje el Franco tegenkom. Mooi strandje herinner ik me. Veel nieuwe huizen in deze buurt en de Asturianen hebben blijkbaar een voorliefde voor Hydrangea als Haag te gebruiken. Bij het volgende strandje dringen de den- en eucalyptusgeuren zich een weg naar mijn neus en maar goed want mijn neusspray is al enkele dagen leeg en de zuurstof komt via die weg maar mondjesmaat binnen. Nog maar eens een bezoekje aan Pharmacia plannen. Als ik zo'n eind langs de kust wandel merk ik ten eerste dat de koeien tot vlak bij de oceaan grazen. Dat vlees moet haast présallé zijn, maar ook de kaas die ze van deze melk maken moet heerlijk zijn. Ten tweede ben ik verbaasd van de vele vlinders die hier rondzwalpen in alle mogelijkekleuren en variaties. Anderzijds zoe ik een grote variatie van bermbloemen, zoals wilde kamille en heide en witte munt, venkel, tot gele ganzenbloem, klein streepzaad, sint janskruid, knoopskruid, peen en grote kattenstaart. Alles samen een mooie wandeldag ondanks de pijn en het wisselvallige weer.

Vandaag dan, opnieuw opgestaan met toch een licht pijntje in bil en bovenbeen, dus toepassen wat mijn kinesist me aangeleerd heeft. De spier vinden, warmhouden met zalf en diep inmasseren. Voor alle zekerheid kies ik voor de kustweg. Iets langer maar de helft aan hoogtemeters. Tegen het eind van de dag zal het euvel in mijn heup zich toch weer manifesteren. Dat belooft voor morgen. 700 hoogtemeters, gelukkig maar 22 km. Dat wordt weer smeren vanavond. Mijn eerste dag in Galicia vertelt me, veel bouwwerken staan half afgewerkt. Nog een restant van de vastgoedcrisis hier? Veel te koop zien staan ook. Mooie natuur ook, met eerder heuvels dan bergen maar onderschat de klimmen zeker niet, kuitenbijters is het minst wat je ervan kan zeggen. Als ik in de beginfase op de kustweg loop zie ik links en voor me die heuvels waar mijn medepelgrims zich nu aan't geven zijn voor de volle honderd procent.  Rechts de oceaan, waar ik zowaar een zeiljacht zie varen in de verte in het ruime sop. Kan dat Dominique zijn, die gisteren vertrokken is met de blue whale binnen enkele dagen in Brest zal aanleggen en nog 2 gasten oppikken om via Guernsey tot Nieuwpoort te varen om daar binnen 8 dagen aan te leggen. Leuke manier om deze reis af te sluiten. Zelf heb ik voor de trein gekozen in 2 dagen. In principe als alles goed loopt ben ik zondag volgende week thuis.

Dag 97 : Mondoñedo - Abadin

Vanochtend wat kunnen uitslapen want het is een korte etappe van 22 km maar wel bijna 700 hoogtemeters. Om half 8 ga ik van start, zonder ontbijt want dat wordt pas van 9 geserveerd. Ik heb gisterenavond aan de gastvrouw laten weten dat ik niet aanwezig zal zijn en dan geeft ze me een flinke stuk zelfgemaakte tortilla de patattas mee voor onderweg. Aangezien ik gisterenavond de weg naar mijn verblijf stijl naar onder moest doen, moet ik nu de omgekeerde weg nemen naar boven, dus. Toen blaften een aantal honden naar me en vannacht hoorde ik hetzelfde, alleen was ik te moe en onverschillig om te kijken wat er loos was. Nu vanmorgen liggen ze uitgeput te slapen.

Via het kleine weggetje loop ik uit het minuscule dorpje waar ik logeer richting bospad de natuur in. Ik denk dat ik het eerste uur al bijna de helft van mijn hoogtemeters doe. Dit resulteert in meerdere fotostops. Ik het mooie dorpje Mondoñedo zoek ik op het centrale plein voor de historische kerk een plaatsje op het terras van O Rei das Tartas en bestel er een heerlijk ontbijt, met uitzicht en net in de schaduw. Ik voel me alhoewel ik dat eigenlijk niet wil zijn, een toerist. 

Bij vertrek uit het dorpje ontmoet ik nog eens een pelgrimstoerist. 2 weken heeft ze om een stuk van de camino te lopen. Ze heeft er al 6 op haar naam, maar denk niet dat ze al bij al aan de kilometers komt, die ik met deze ene op mijn naam kan schrijven. Maar ik ben er nog niet. Mijn been en heup moeten nog meewillen. Pillouka een Spaanse uit Zaragossa en als ik haar vertel dat er een Vlaamse charmezanger over haar stad gezongen heeft is ze verwonderd en benieuwd. Dat laatste is niet nodig zeg ik haar. Ze is 62 en werkt voor een bedrijf dat IT toepassingen voor andere bedrijven maakt en zij leidt een team, dat varieert van 5 tot 25 mensen, afhankelijk van het project begrijp ik. Volgend jaar kan ze vervroegd op pensioen en dat zit er dik in dat ze dat gaat nemen zegt ze.

Ondertussen stoppen we af en toe voor een foto en zie ik dat er behalve veebedrijven ook enkele tuinbouwbedrijven de revue passeren. Paprika, pepers, tuinbonen, kolen en prei. Ja zelfs aardappelen worden hier geteeld. Ondertussen zijn we aan een lastige beklimming begonnen, maar aangezien Maria-Pilar, da's haar echte naam last heeft van een knie, ze krijgt 2e jaarhelft een nieuwe, doet ze het rustig aan en wacht ik haar op aan de top om zeker te zijn dat alles ok is en lopen we verder naar onze Albergue. Ondertussen praten we verder over de kinderen, sporten, het werk enzovoort. Aan een cafeetje niet ver van onze Albergue trakteert ze me op een halve liter bier en dan checken we in. 

Ondertussen heeft Rytis me gevraagd of ik geen zin heb in een pintje want hij is ook in aantocht, maar heeft wat meer kilometers moeten doen dan ik. Altijd een leuk weerzien met de Litouer en altijd leuke gesprekken over politiek, economie, bijzondere mensen die we op de Camino tegen kwamen en hoe kan het ook anders, over vrouwen en de ingewikkeldheid van relaties met die vreemde wezens. Hij heeft nog geen slaapplaats of moet de bus naar een stad nemen 20 km verder, maar besluit met mij mee naar de Albergue te komen. Seffens nog wat eten zoeken in de buurt en dan misschien nog naar een festivalletje afzakken hier in de buurt. Eigenlijk gewoon de toerist uithangen dus. Shame on me.

Dag 98 : Abadin - Vilalba

Michel, een oud collega met wie ik mijn eerste jaren op de bank mocht slijten en een echte foodie, had lof voor mijn blog maar miste het culinaire een beetje. Klopt en om een voorbeeld te geven, gisterenavond samen met Rytis uit gaan eten in het enige restaurantje in dat pietluttige gat, waar we zaten. Wel echt niet te vreten was het. Vis overkookt, te zout, een hoop eten op een bord gegooid, dat gebeurt ook. Maar ik heb ook al heel lekker gegeten. In Ribadeo bijvoorbeeld, de eerste stad in Galicië, in een visrestaurant, een heerlijke paella met zeevruchten gegeten. Of in Aviles in Asturië, waar ik een verrukkelijke Fabada kreeg voorgeschoteld. Of die Arroz con mariscos die ik in het Asturiaanse Ribadesella kreeg voorgeschoteld. Het water komt me nog in de mond als ik eraan terug denk. En uiteraard de Pinxtos in Baskenland, dat alles gecombineerd met de heerlijke wijnen uit deze streek, Albarino op kop, maar ook Txakolina of Ribeiro, niet te verwarren met de streek Ribera del Duero, maar ook de Godello. Om nog niet te spreken van de lekkere bieren om de dorstige te lessen zoals Estrella, San Miguel, Mahou, Alhambra of Keler en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar nu terug naar de realiteit dus.

Vanmorgen wakker geworden in de Albergue met Rhytis in het bed boven me en de vriendelijke Juan, een professor uit Barcelona en zijn vriendin Pilar langs me. Na het simpele ontbijt wil Juan samen met me op de foto. Blijkbaar heeft Pilluka, waar ik gisteren mee samen gewandeld heb,  tegen een aantal mensen gezegd dat ik te voet van België ben gekomen. Zelf is zij gisterenavond nog naar het festivalletje geweest, waar ze ook Rhytis tegen kwam. Ik lag toen al overmand door slaap in mijn bed. Maar Pilluka moet de strijd staken want haar knie en nu ook spieren naar de heup laten het afweten. Ze heeft er vrede mee zegt ze, want het is al de 6e keer en in het najaar krijgt ze een nieuwe knie en kan ze terugkomen. Ik lees toch ook zware ontgoocheling op haar gezicht en tracht haar te troosten met de gedachte dat ze haar border collie nu snel terug zal zien en geef haar nog een knuffel. Ik heb met haar te doen. Ze vraagt me naar mijn blog en ik geef haar de link, terwijl een Nederlandse ook meekijkt en de link ook noteert.

Ik voel me even troosteloos als Pilluka en de mistige morgen verbetert dat beeld niet dadelijk. Het landschap ligt er op deze zondagochtend vredig bij. Op de kleine weggetjes geen kat, alleen Juan en zijn vriendin die altijd vrolijk blijken te zijn, maar ze hebben het koud en trekken wat bij aan. Ik heb aan mijn t-shirt voldoende bij deze sobere 17° en zet er flink de pas in. Mijn rugzak voelt licht want mijn reservevoorraad eten is flink geslonken net als mijn drankvoorraad. Het is net of mijn turbo aanslaat, maar het is de stuwkracht van de ajuin in het eten van gisterenavond die me vooruit stuwt. In de nevelige weiden rond me, overal koeien en wat verder trek ik door de bossen van sparren en nadien gemengde houtkanten. Na de heuvels wordt het vlak en ik weet niet hoe het komt, heeft het te maken met de zanderige ondergrond, de vlakte, de beekjes of de open bossen hier, ik waan me in het Munsterbos. Nochtans fluiten de vinken hier ook niet hetzelfde als in Vlaanderen maar ook weer anders dan in Frankrijk. Hier zingen ze wel een suskewiet, maar een toontje lager. Letterlijk dan.

Een cafeetje merk ik en dus tijd voor 2 chocoladebroodjes, een sterke koffie en 2 glazen water. Alhoewel er een aantal mountainbikers me voorbij gestoken zijn en trouwens vriendelijk buen camino riepen, hier geen spoor van hen. Alleen een Zwitserse pelgrimtoeriste die haar vlucht terug al lang te voren geboekt had en nu blijkbaar veel te vroeg in Santiago zou aankomen, waardoor ze nu maar kleine etappes doet en dus haar tijd zit te verdrijven in dit etablissement. Als ik alles opgegeten heb en mijn plaspause gemaakt hebt komt ook Juan binnen waaien en even later nog een deel Spanjaarden en maak ik me uit de voeten. Ook de Nederlandse is op weg naar de bar en vraagt of de koffie lekker is als ze me passeert. Zo kom je dus in mijn blog he meid.

Ook hier kruisen we ondertussen regelmatig de autosnelweg maar het geluid is slechts zelden hoorbaar. Een groenling fladdert voor me uit en landt tussen wat wilde rozenstruiken met dubbele bloemen, vreemd en een reeks bremstruiken die ondertussen uitgebloeid zijn. In de verte hoor ik geweerschoten van een jager, terwijl een koppel zondagswandelaars met een hondje me passeren, in het Munsterbos dus. Op een eeuwenoude bruggetje, zit een kopie van mezelf, langharig hippiegeval dus, die een bonte verzameling oorringen en andere sierraden, naar eigen zeggen van eigen makelij, uitgestald heeft en aan de man wil brengen. Hij vraagt van waar ik ben en wat ik van de Camino denk. Ik ben eerlijk en zeg dat ik hem in Frankrijk leuker vond dan hier alhoewel de omgeving hier mooier is, mis ik de sereniteit en stilte. Verdorie nog aan toe, hij snapt me, zegt hij, want het spirituele zit vanbinnen en de stilte brengt dat naar boven. Krijg dat maar eens op je bord op een druilerige zondagmorgen.

Als ik uit de bossen kom, op een weg richting Vilalba, mijn eindbestemming, komen 2 joggers me tegemoet gelopen. De oudste is blind en de jongste, zijn zoon zo vermoed ik, loopt vast langs hem. Ik zeg Hola (da's Spaans voor Hallo voor de leken onder jullie) en de blinde zegt Hello ( da's Engels voor Hallo voor de onwetenden onder jullie). Hoe kan dat nu? Hij hoort blijkbaar dat ik geen Spanjaard ben, aan mijn intonatie of heeft zijn zoon hem ingefluisterd : pasop dat je niet tegen die pelgrim botst. Ik weet het niet, maar chapeau. Zelf loop ik een paar dagen geleden, met bril en al, vol met mijn bakkes tegen een dwarsliggende boom en deze mens loopt zomaar blindelings op straat, zij het met begeleiding. Chapeau zeg ik.

Wat verder kom ik in de knoei met mijn GPS. Hij weet het zelf niet meer. Een vriendelijke jogger stopt, duwt zijn stopwatch af  haalt zijn oortjes uit en wijst me vriendelijk de weg. Ik zie het thuis nog niet zo direct gebeuren... zo drie joggers vlak na mekaar. In ieder geval zijn de mirabellen hier rijp want ze vallen zomaar uit de boom. Thuis zou ik waarschijnlijk een (ongebruikt) hondepoepzakje vullen en bij thuiskomst een soort Slivovitch brouwsel uitproberen. Wat verder al bijna in de stad  komt er een auto aangereden achtervolgd door zo'n wit keeshondje. Verdorie toch  de hele dag zonder stokken kunnen wandelen en nu moet ik ze alsnog bijhalen om dat kreng voor me uit te jagen. Een vrouw zit me van in haar moestuin gade te slagen en schudt het hoofd  terwijl ze iets vertelt wat ik niet versta. Als het tegen de hond is ok mevrouw, maar als je het tegen mij hebt : hou dat mormel van u van 't straat en ge moogt van geluk spreken dat ik geen geweldige honger heb want dan spieste ik dat kreng met mijn stok en maakte ik er sjaslik van. Maar dat verstaat zij dan weer niet. Enfin ik kom in 't stad en ga bij een Marrokaan binnen, alleen dat weet ik pas als ik binnen ben en hij laat mij een broodje met varkensvlees klaarmaken met groenten en al. Ik controleer even voor ik er in bijt maar het blijkt weldegelijk om varkensvlees te gaan en de hond loopt dus nog op straat. Om kwart na 2 stap ik vervolgens binnen in de parador en wie staat daar voor me aan de receptie? Rhytis toch wel. Waar heb jij gezeten ? Vraagt hij. Dat kent je nog maar een paar dagen en begint zich al te bemoeien. Straks gaan we in het restaurant samen eten.

 

 

Dag 99 : Villalba - O Covelo

Gisterenavond in de Parador samen met Rhytis gegeten. Hij wil me een fles wijn betalen, dus laat ik hem kiezen. Het wordt een heerlijke Albariño. Als voorgerecht neem ik gegrilde asperges met aioli. De asperges zijn werkelijk perfect qua smaak, dikte en textuur. Muy Rico dus en als hoofdgerecht een ternera guisada, een stoofpotje van kalfsvlees en een aardappelmousseline. Echt het beste wat ik tot nu toe hier al gegeten heb. En de Albariño, een engeltje dat op je tong plast. Tot slot nog ijs met mango en abrikoos en een koffietje. Overdreven voor een pelgrim , laat ons eerlijk zijn.

Vanmorgen het ontbijt van een iets matiger niveau maar correct. Rhytis blijft nog wat hangen, ik heb er 29 op het programma en 400 hoogtemeters, maar vooral, mijn heup en waarschijnlijk als gevolg daarvan een kuitblessure aan mijn rechterbeen. Ik vermoed een scheurtje. Ik kan hetzelfde schrijven als gisteren wat de omgeving betreft. Kleinere percelen hier echter, mooie bossen, zanderige ondergrond met puntige stenen en vooral terug weggetjes zoals een caminoweggetje moet zijn, ruraal, smal, kronkelige, gevarieerd. Heerlijk wandelen al liggen er weer een paar kuitenbijters op de loer. Je mag dit letterlijk nemen want na de 3e fikse beklimming krijg ik ook aan mijn linkerbeen eenzelfde probleem. Dat wordt afzien denk ik, maar een lokaal cafeetje brengt soelaas. Even rusten en het kan weer. De wegen worden verhard maar blijven smal en worden quasi alleen door tractoren gebruikt. Nog veel kleine keuterboeren heb ik de indruk. 

Op een van die wegen ontmoet ik mijn tweede Quebequin, of hoe je een Canadees uit Quebec ook noemt. Het klassieke stramien, zijn verhaal, mijn verhaal en alweer blijkt hoe vaak mensen terug naar de Camino gezogen worden. Onze dikke vriend, waggelt een rustig tempo en dus worden we voorbijgestoken door 2 slanke jongedames. Sorry maar dat trekt mijn aandacht en dus vraag ik van waar zij komen. Australië, half Australië loopt hier rond geloof ik, zeg ik al lachend en zij beamen. De dames worden bijgestaan door een man en blijkt dat ze er allemaal 10 jaar jonger uitzien dan in werkelijkheid. Daar moet iets in het water zitten. Het blijkt om een koppel met vriendin te gaan. Cass, Chess and Jess. All nicknames zeggen ze lachend. Cass die eigenlijk Jeff heet had een overslagbedrijf en heeft zijn bedrijf verkocht. Had al behoorlijk wat vastgoed als ik het zo hoor, dus geen arme luis. Heeft zijn vrouw 17 jaar geleden ingeruild voor , Chess of Jess ik durf het niet zeggen. De oudste alleszins. De jongste is 57 en een vrolijke flapuit. Ik schiet best op met ze alledrie en het wordt een leuk gesprek. Ik leer hen over België,  Eta in Baskenland. We hebben het over Australië en de economische uitdagingen maar ook over klimaatopwarming, de VS. Een boeiende gesprek zeg maar. Zo komen we aan hun bestemming en zie ik de Italianen staan. De Jonge Numer Uno komt onmiddellijk naar me toe met de vraag hoe het gaat. Zij gaan in het dorpje overnachten maar ik ga dus nog 8 km verder. 

De 2 vrouwen sleuren me mee in de lokale supermercado, terwijl Cass ondertussen op zoek gaat naar hun logement. De dames zo dun als een asperge denken mij ook gezond aan het eten te krijgen maar ik pas. Suikers heb ik nodig. Cass is ondertussen terug en we wensen mekaar veel geluk. De flapuit komt me nog knuffelen en zo is er weer een dag flink opgeschoten. Een half uur later zit ik aan een rivier een oud stuk brood met een blikje sardines te eten met een Cola en achteraf een sinaasappel. Ik wil mijn reservevoorraad stilaan aanspreken want als alles goed gaat ben ik donderdagnamiddag in Compostella. Als ik bijna aan mijn Finca aankom tussen de bossen zie ik een mijlpaal van 83 km staan. Dat is wat er nog rest tussen Santiago en mij. Met de 31 die morgen op het programma staat  wordt die afstand nog eens flink gereduceerd. Althans dat hoop ik, als de spieren het houden.En ook de blaren zijn weer present. 

 

Dag 100 : O Covelo - Sobredo

Gisterenavond heerlijk kunnen relaxen in de Finca waar ik verbleef. De gastvrouw, Bella, is half Nederlands, half Spaans en zorgt ervoor dat ik me helemaal thuis voel. Er wordt Nederlands gesproken, jazzmuziek op de achtergrond, biertje erbij terwijl ik de blog schrijf. Ik krijg een aperitiefhapje van een soort chorizo maar dan van wild en een erg lekkere lokale en romige kaas. Als primero een slaatje met tonijn, als secundo een heerlijke risotto en een Galisisch wijntje uit de Monterrei streek en gemaakt van de Mencia druif, mij onbekend, maar dat zorgt voor een stevig wijntje met rood fruittoetsen. Het toetje sla ik over want ik ben hier in Spanje terug een paar kilo bijgekomen van al dat rijkelijk eten en drinken. Ik maak mezelf graag wijs dat het allemaal spieren zijn die voor extra gewicht zorgen maar als ik in de spiegel kijk zie ik eerder een 12-pack dan een sixpack. Ondertussen entertaint Bella me met verhalen over de lokale gebruiken en gewoonten.

Vanmorgen dan, om half 7 sta ik met permissie in de keuken aan een paar straffe koffie's te lurken terwijl ik mijn lunchpakket dat netjes klaarstaat wegberg. Zodra ik door de lokale dorpjes wandel merk ik een aantal kleine boerderijtjes. Vaak wonen hier nog ganse families samen op het erf, zo zei Bella gisteren.  De mensen hebben vaak maar enkele koeien en vaak een gammele oude tractor. De kinderen hebben vaak een vast inkomen, maar doen dat er als extra bij. Ik zie ook enkele tuinbouwbedrijfjes vaak niet veel groter dan een grote moestuin. De haan kraait, de kippen scharrelen zich wat eten bij mekaar en ik hoor de bel van een koe. Een lijster maakt de weg voor me vrij.de mensen hier zeggen nog vriendelijk goeiedag. Ze kweken hun eigen groenten. Ze hebben nog een eigen boomgaard. De tijd is hier even blijven stilstaan. 

Ik loop ondertussen op een smal weggetje, bezaaid met koeienvlaaien tussen de bossen. Het lijkt een beetje op de Hoge Veluwe  maar zonder duinen, maar met boulders. Eik, es den, eucalyptus en berk overheersen hier, samen met gaspeldoorn,  heide,  brem en braambes. Wandelen in Galicië doet me denken enerzijds aan wandelen bij ons, maar met heuvels en zonder verkeer ik wandel 2 uur en half in deze natuur zonder iets of iemand tegen te komen. Heerlijk. Als ik dan eindelijk in de bewoonde wereld terecht kom  blijkt dat een onooglijk klein dorpje te zijn, genaamd Casanova, what's in a name. Maar het heeft een bar. Ik hoop op koffie en croissants maar het is gesloten.  Ik zet me dan maar neer op het terras en neem mijn lunchpakket en wat te drinken en verschiet me dan een hoedje als er plots een Duitse herder naast me staat. Ik heb het voor alle duidelijkheid over de hond. Hij is gelukkig niet in mij geïnteresseerd maar in mijn broodje. Dat kon erger. Ik laat hem af en toe meesnoepen en we zullen als vrienden afscheid nemen, maar niet voordat Italiaan no 6 oftewel Casanova is komen aansluiten op het terras. Nine o clock zegt hij voldaan dat hij het weet en ik niet. We praten effen in een min of meer verstaanbaar Engels tegen mekaar en dan laat ik hem achter.

Het is veelbetekenend dat het eerste dier dat ik vervolgens tegenkom een konijn is, bijna platgereden door een vrachtwagen met boomstammen,  notabene. Ik vervolg mijn weg, stijg ongeveer nog 300 meter en kom voorbij een windmolenpark van Vestas boven op de berg. De weg blijft zich nog een tijdje door de natuur slingeren en dan moet ik een grote weg op tot ik in een dorpje As Cruzes heet, das dus Gallego voor het kruispunt. Daar smijt ik me op het terras in het zonnetje voor de lunch. Ik bedenk me dat ik weinig last gehad heb van mijn spierscheurtjes in de kuit. Maar dan kom ik tot de conclusie dat ik op advies van de apotheker gisterenavond een dafalgan genomen heb vanmorgen.  Goed tegen de ontsteking zei hij. De soep met linzen en chorizo is heerlijk en ook de gebakken kip is perfect gaar. 2 biertjes en een koffie 16 euro.

Maar dan nog 5 km wandelen. De wolken hebben ondertussen hun plaats afgestaan aan de zon en dat gaat nu al een aantal dagen zo. En daar zijn ze dan  de 6 Italianen. Nummer 6 en nummer 1 op kop begroeten me. De anderen doen schoorvoetend mee. Er is wederzijds respect. Die mannen zijn om 5 gestart, hebben vandaag 7 km meer gelopen dan ik. Chapeau mannen. De 5 maal ik nog snel af om in Sobredo wat inkopen te doen, mijn was in de lavadoria door de wasmachine te halen en mijn spieren te verzorgen. Nog een kleine 60 km af te leggen en dan zit het er op

Dag 101 : Sobrado - Salceda

Kwart voor 7 en ik ben klaar voor vertrek. Op het dorpsplein zijn een paar bussen aangekomen waar pelgrimtoeristen hun bagage naartoe brengen om die bij het volgende hotel weer af te leveren. Het is een toeristische attractie geworden om de laatste 100 km van de Camino te lopen, snel 2 stempels te verzamelen per dag en na 5 dagen naar huis te gaan met een attest en te claimen dat men de Camino gelopen heeft. Wat een circus. Enfin het zorgt ervoor dat ik al geen zin meer heb in een ontbijt op het plein en zo van start ga. Ik ben nog geen kilometer ver en er komt me al een stel met een rugzak zo groot als mijn broekzak voorbijgestoven. Onwillekeurig moet ik aan Bruce, de Australier denken. Ziedend werd hij hiervan. Ik vraag naar hun nationaliteit, Spaans. Op zich nog een vriendelijke man, want de meesten lopen je gewoon voorbij en zeggen hooguit Buen Camino. Een babbeltje zit er met dit volk niet in.

Het is behoorlijk fris vanmorgen, vooral omdat iemand zijn bladblazer heeft laten aanstaan. Het waait als gek namelijk. Het is vandaag net als gisteren weer een mix van bos en heide in een geaccidenteerd terrein, wat weer voor een kleine 500 hoogtemeters zorgt. Ik kom al snel in de problemen daardoor met mijn heup en de bijkomende uitstraling naar mijn rechterbeen. Derhalve besluit ik na 5 km al een pauze in te lassen in een benzinestation, voorzien van een koffietoestel. Ik tank 2 koffies en eet dubbel zoveel chocoladebroodjes, terwijl ik al staand wat oefeningen doe en mijn rugzak even aanpas. Dat blijkt zijn vruchten af te werpen, want de pijn wordt minder. Een poes loert op een muisje en wat verder huppelt een merel met de bek vol regenwormen. Die kleine gaat blij zijn. De wegen variëren van veldpaden, boswegeltjes tot kleinere lokale wegen met afwisselend gemengd bos en heide en dezelfde onderbeplanting als gisteren.

Nog eens 10 km verder is voor mij de laatste mogelijkheid om nog iets te eten of drinken omdat ik bij de opsplitsing van wegen, de kortste versie ga kiezen door de bossen en dus zonder horeca of winkels of wat dan ook. Maar eerst loop ik de civiele bescherming binnen voor een stempel, want de regel is, dat je de laatste 100 km 2 stempels per dag moet hebben in je credential. Tienes un sello vraag ik aan de juffrouw aan de balie. Ze haalt haar spul tevoorschijn en kijkt toevallig op de eerste pagina met de stempel van de basiliek in Tongeren op 23 maart. Waar is da vraagt ze. In België zeg ik, meer dan 2300 km. !Caramba! Zegt ze. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Verder dus tot aan het café waar ik een Spaanse bruis en een broodje om mee te nemen bestel. Ik hoor de serveerster tegen de barvrouw zeggen, allez toch eentje die probeert Spaans te spreken en ze steekt haar duim op naar me. Ondertussen komt Rhytis binnen gestoten en ik betaal zijn ontbijt, want ik stond noch achter bij hem. Zegt die serveerster, ah je betaald voor je zoon ook. Hilariteit bij mij en Rhytis. Ondertussen ergeren we ons dood aan de pelgrimbustoeristen die af en aan gaan. Geef me een geweer en ik sta morgen in de krant zeg ik hem. Hij lacht tot de splitsing met mijn uitlating. Dan nemen we afscheid tot in Santiago, Amigo. Ondertussen komen de drie Australiërs Cass, Chess and Jess met de handen wuivend naar me toe. Achteraf bekeken kan dat niet want die zaten 8 kilometer achter mij eergisteren en ik heb er gisteren 30 gedaan. Zij doen er gemiddeld 20. Enfin, blij dat ze me nog zien, want stelden zich de vraag hoe het met me zou gaan. Stel je voor. Zij doen 2 dagen tot Santiago, ik morgen nog 27 km tot de kathedraal en dan nog wat tot het hotel. Maar da's voor morgen. 

Het laatste stuk is een smalle asfaltweg tussen vooral eucalyptusbomen. Hier en daar is er een hooiland, met de geur van versgemaaid gras, heerlijk toch. Ook veel mais her en der en dan prachtige zichten op de heuvels zowel links als rechts, maar ver weg. Een bonte specht zie ik nog. Vlak bij een klatrrend riviertje in een poel hoor ik kikkers of padden kwaken  en af en toe scheert er een vrachtwagen met boomstammen langs. Da's duidelijk big business hier. En veel vlinders alweer..

Dag 102 : Salceda - Santiago de Compostella

Gisterenavond in een eenvoudig pensionnetje verbleven. Het eten was ook simpel maar lekker. Eerlijke kost, alleen wat grote porties. Bovendien vraagt de baas me of ik een klein of groot bier wil. Dat laatste is normaal een half litertje en gezien het een warme dag was en ik mijn vocht nog wat moet bijvullen ga ik daar voor. Alleen blijken we bij levering mekaar niet zo goed begrepen te hebben. Een liter dus. Ik bekijk hem, hij begrijpt het en wil teruggaan voor een kleinere versie, maar ik zeg, laat maar, ik ben niet voor niets een Belg.

Ben ik daar even later, aan een portie gesauteerde ham met frieten bezig van het kan nie meer, komen de Italianen binnen, die zien me de ham binnenspelen maar vooral die liter bier staan die dan al half leeg is. Een lachsalvo van jewelste. Je kan al raden waar het gesprek verder over ging. Da's die Belg die ons losliep en s'avonds zit die dan nog potten bier van ne liter te drinken. Nummer 1 komt naar me toe en we babbelen wat over hun prestatie van de dag ervoor. Ze zijn murw en blij om af te sluiten en steken hun bewondering voor mij ook niet onder stoelen of banken. Later komt Rhytis nog binnen en neem ik afscheid van de hele bende.

Vanmorgen ontbijt in het zaakje om half 7. Toast met tomatenpulp en kaas en rauwe ham. Vers, simpel maar heerlijk. Een man die gisteren ook hier was komt naar me toe en heeft gehoord van die andere Belg, of ik dat ben. Hij is van Charleroi. Doet voor de derde keer een Camino en is nu de Frances bezig, die gisteren gefuseerd is met de Norte, of andersom eigenlijk. Als ik een beetje op een wolkje leefde de afgelopen dagen en misschien niet meer met de voeten op de grond stond, brengt Thierry me terug in de rauwe werkelijkheid. Blij dat ik hem vandaag ontmoet heb op deze laatste dag, het moest zo zijn en het brengt alles terug in perspectief.

We besluiten samen te wandelen al ligt zijn tempo iets lager en doet hij vandaag 17 km, al kan hij meer. Morgen doet hij er 10 en eerlijk, ik hoop hem op het plein terug te zien. Thierry heeft in 2009 een zwaar motorongeluk gehad, aangereden door een auto. Hij had een job in een chemisch bedrijf als heftruckbestuurder. Weg job, 8 operaties in 5 jaar. Been verbrijzeld, pezen afgescheurd, knie zwaar beschadigd. Hij laat me enige letsels zien. Metaal is een deel van zijn wezen geworden. Zijn voet krijgt hij niet meer plat op de grond en zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Hij moest terug leren lopen. Zijn kort geheugen kwijt... Wilskracht heeft hem gebracht waar hij nu is. Zijn schoonbroer heeft alle boekingen vastgelegd, kort bij de Camino, want anders vind hij de weg niet terug. De blaadjes van de boekingen  moeten in zijn map netjes op rij zitten. Ongelooflijk wat deze man presteert, mentaal, fysiek. Respect Thierry, dan is wat ik gedaan heb peanuts. Hij rijdt sinds vorig jaar terug met de motor, zijn vrouw zag het niet graag gebeuren maar het is zijn passie en hij kan ook te voet overreden worden. Zijn kleinkinderen zijn zijn trots. Met hen eens een stuk van een camino doen is zijn droom. En als we onderweg stoppen voor een koffie, vertelt hij over zijn vader, met enige gêne, ik heb dat nooit gedaan zegt hij. Mijn ouders waren bohemers, mijn vader scharensliep ( voor de hollanders,  vroeger ging men vaak van huis tot huis met een slijpsteen op wielen om scharen en messen te slijpen) vaak waren dat zigeuners. We waren thuis met 11 en in de oorlogsjaren werd mijn vader door de Duitse Gestapo afgevoerd als zigeuner. Omdat hij ook accordeon speelde werd zijn arm afgekapt. Hij kreeg een bajonet in zijn gezicht gestoken, kreeg in de kampen tbc, typhus en nog wat meer. Ik heb hem nooit gezond gezien en hem jong verloren en mijn moeder moest het maar rooien met 11 kinderen. Werkelijk wij leren niks uit de geschiedenis, we staan er weer zo kort bij zegt hij. Mijn haar gaat rechtop staan op mijn armen, dit gaat recht naar mijn hart. We maken nog een stop voor een broodje en hij praat over zijn vrienden in de motorclub die hem niet geloofden toen hij de eerste keer zei naar Compostella te gaan, maar als hij terugkwam stond er een erehaag met 60 motoren. Ik herken het. Die motomannen da's een hecht clubje, geloof me, my kind of People, love them.

2 km verder nemen we afscheid van mekaar en nu kan ik mijn Camino echt afsluiten. Ik tel de kilometers af, ik zie mensen voor me lopen, toeristen, doen 100 km om een attest te krijgen. Sommigen blijven gewoon in de bus zitten en stappen uit om een stempel bij een bar. Pure commercie, dat is wat er van de camino overblijft na al die jaren van traditie, walgelijk. 4 km voor het einde kom ik aan de rand van de stad. Je kan de toeristen onderscheiden van de echte caminogangers aan de grootte van de rugzak in combinatie met de snelheid van hun tred. Als ik uiteindelijk het majestueuze plaza de Obradoiro oploop voor de kathedraal, doet het me weinig. Ik had bij mezelf meer emotie verwacht.  Dan maar naar het pelgrimshuis voor mijn Compostella af te halen, het originele certificaat. Enige consternatie bij de dame achter het loket die duidelijk onder de indruk is van mijn eerste stempel van de basiliek in Tongeren en er wordt extra volk bijgehaald om ook mijn afstandsbewijs te berekenen. 2378 km is de officiële uitslag. ( geen rekening gehouden met de 14 km tussen Wellen en Tongeren en de afwijkingen van de camino voor logies) Tot op dat moment de verste afstand van de dag. Als ze vraagt naar mijn motief van de tocht en ik het over mijn belofte aan mijn moeder heb, vraagt ze mij haar naam op te schrijven en die staat nu mee op mijn attest. 2e emotioneel moment van de dag zorgt toch even voor de krop in mijn keel. En zo sluit ik deze camino af of toch bijna, want als ik terug over het kathedraal plein richting mijn hotel wil lopen, staat mijn verloren zoon daar met een Nederlander waar hij vandaag mee gewandeld heeft. 

We vallen mekaar in de armen, want we zijn de enige twee die de Norte volledig gelopen hebben op ons tempo. Ik ben blij hem te zien en ik denk hij mij ook. We besluiten dus maar om de dag af te sluiten op de manier dat we het best kunnen, met een pintje. Hij vertelt over zijn moeilijke relatie met zijn vader en het feit dat hij graag met mij omgaat omdat ik niet oordeel. Hij wordt emotioneel als het over zijn grootmoeder gaat die vorig jaar overleden is en hem en zijn broer grootgebracht hebben. Ik stel voor om haar ook op zijn certificaat laten te zetten. Hij heeft het uiteindelijk ook een beetje voor haar gedaan. Ze kijkt ongetwijfeld mee over zijn schouder.

Morgen wonen we de pelgrimsmis bij en dan kunnen we dit hoofdstuk afsluiten... of niet, want we zullen dit altijd blijven meedragen. De mensen die we ontmoet hebben zitten altijd een beetje in ons hart en wie de Camino nooit gelopen heeft, zal die verbondenheid nooit kunnen vatten. Ik mag zeggen dat ik een Buen Camino gehad heb. Tot morgen allemaal 

 

Dag 103 : Santiago de Compostela 

Vandaag nog een korte afsluiter van een lange tocht. Na een heerlijk ontbijt in mijn hotel kort bij het station maar 2 km buiten het oude stadsdeel, stap ik naar de oude stad waar ook het centrale plein en de kathedraal ligt. Eerst wat kiekjes nemen van de buurt, het is nu nog lekker koel en dan wil ik voor een paar mensen die het me gevraagd hebben of wie ik het beloofd heb, een kaarsje branden. Maar er is een mis gepland en dus mag ik niet binnen. Ok, dan maar naar het station om even te kijken waar ik morgen voor de terugreis precies moet zijn en vervolgens naar mijn afspraak met de barbier. 

Dan weer terug naar de kathedraal want ik wil toch graag bij de mis zijn die aan de pelgrims opgedragen wordt om 12 uur. Vroeger werden hier blijkbaar ook de namen van de geslaagden van de laatste 24 uur van een Compostella voorgelezen maar met dat toeristengedoe is dat tegenwoordig niet meer te doen. Mijn Compostella is trouwens niet correct opgesteld merk ik want er staat dat ik de Via Frances gedaan heb ipv de Norte. Ik vermoed dat ik dus ook een 100 km meer gegaan heb, maar so what, dat is niet essentieel. Er staan zo maar even 12 priesters van voor in het rood, het lijkt wel een conclaaf van kardinalen, maar toch gaat er een nonnetje met de eer lopen in mijn ogen. Ze zingt als sopraan de Latijnse mis en da's op zijn minst indrukwekkend te noemen. Ik zie in gedachten mijn moeder als jong meisje solo de mis zingen, want dat deed ze in haar geboortedorp Schalkhoven. 

Voor de rest een mis in het Spaans. Ik bedoel, als ik anders al eens in slaap val in een mis, dan begrijp je wat er nu zou gebeuren, ware het niet dat ik een uur moet rechtstaan. Maar dan word ik plots toch wakker geschud, want de Botafumeiro wordt aangezwengeld door 8 leken. Miguel is hier ook ooit  uitverkorene voor geweest. Beschouw het als een gigantisch wierookvat, dat trouwens al een paar eeuwen oud is. Het originele werd door Napoleon ontvreemd en was dus nog enkele eeuwen ouder, maar dat even terzijde, want die wierookpot wordt van de ene naar de andere kant geslingerd tegen duizelingwekkende snelheid. Oorspronkelikk werd dit gedaan om de stank van de aangekomen pelgrims te verdoezelen en men dacht zo ook ziektes te kunnen beperken. We mogen niet filmen maar ik doe het toch. Da's het voordeel van het katholicisme, seffens ga ik biechten en mijn zonden zijn weer vergeven, klaar om opnieuw te beginnen. Na de mis, eerst de kaarsen branden. Spaas doet hier goeie zaken denk ik en de kerk nog meer. Nen euro voor een kaarsje van niks, maar goed, 't is voor een goede zaak en we doen dit met plezier. Dan aanschuiven om de crypte binnen te kunnen waar de resten van Sint Jacob, de apostel en eenvoudige visser zou liggen en dan zijn beeld langs de achterkant een knuffel geven en een wens doen. 

Ik geloof hier eigenlijk allemaal niet in, maar toch loop ik als een arm schaap mee met de meute, wat tegen mijn natuur is. Er is  iets in het hele verhaal dat me toch meezuigt, ik moet nog ontcijferen wat dat precies is. Daar heb ik nu twee dagen de tijd voor op de trein. Ik heb honger en stap naar mijn hotel. Het is ondertussen meer dan 30 graden en mijn blaren beginnen pijn te doen. Ik dacht namiddag nog naar het plein te stappen en mogelijk wat bekende gezichten te zien aankomen, maar ik heb er geen zin meer in.

Ik wens ze van hieruit proficiat en bedank hen voor de mooie dagen die ik met hen heb mogen beleven. Ik heb ondertussen van velen van hen ook al gelukwensen voor mijn geslaagd avontuur gekregen. Merci allemaal. En sommige van jullie zijn al aangekomen ondertussen,  de rest zal ongetwijfeld volgen, ik duim voor jullie. Ook merci aan alle vrienden en buren die me door dik en dun gesteund hebben. Dat deed echt deugd als ik het al eens moeilijk had. Merci ook aan de mannen van het eerste uur, die er mij in mijn ergste blarenperiode doorgesleurd hebben, Dominique en Miguel. En zeker niet in het minst een dikke merci aan de liefste mensen uit mijn naaste omgeving en uiteraard Hilde die het soms zelf ook erg moeilijk hadden, maar me toch de vrijheid gaven om dit avontuur te beleven en me steunden waar het nodig was. En tot slot ook de mensen van de medische staf om het zo maar te noemen en in de eerste plaats Filip Jans mijn kinesist die me met raad en daad heeft bijgestaan,  ten tweede de dames van apotheek Wellen die me de juiste supplementen adviseerden en tot slot mijn huisarts Herlinde Spitz, waar ik altijd kan op terugvallen.  Dikke merci allemaal. Zondag hoop ik thuis te komen en dan gaan we er de volgende dagen zeker eentje op drinken.